Voedingscentrum.nl maakt gebruik van cookies. Waarom? Lees onze uitleg.

Onderzoek naar relatie vet en kans op sterfte uitgelegd

15 april 2016

Deze week kwam een onderzoek in het nieuws naar vet en de kans op sterfte. In dit onderzoek wordt het gunstige effect van onverzadigd vet in twijfel getrokken, maar er zitten een aantal haken en ogen aan het onderzoek. Er is in ieder geval geen reden om onverzadigde vetten te mijden.

De onderzoekers hebben gegevens van een studie uit de jaren ‘60/‘70  van de vorige eeuw opnieuw bekeken. In dat onderzoek hebben ruim 2.000 mensen in psychiatrische ziekenhuizen of verzorgingshuis gedurende minstens een jaar een voeding rijk aan meervoudig onverzadigd vet (linolzuur) gekregen of een  controle-voeding. De controle-voeding bevatte juist veel verzadigd vet.

Bevestiging eerder onderzoek

De onderzoekers zagen dat het cholesterolgehalte van het bloed daalde in de groep die de voeding met veel linolzuur kreeg.  Dit was ook al eerder gerapporteerd door de oorspronkelijke onderzoekers.

Nieuwe invalshoek onderzoek

In de nieuwe analyses is ook gekeken naar hart- en vaatziekten (aderverkalking en hartinfarcten) en sterfte. Er was geen bewijs dat de groep die de voeding met veel linolzuur kreeg minder last had van aderverkalking en hartinfarcten. De sterfte was juist hoger bij de mensen waarbij het cholesterolgehalte het sterkst daalde. Dat resultaat is tegen de verwachtingen in. Deze nieuwe berekeningen zijn bij een heel klein deel van het totaal aantal deelnemers uitgevoerd. De berekeningen over cholesterol en sterfte stonden los van de voeding die is gegeven.

Beperkingen van het onderzoek

Uniek aan dit onderzoek is dat het een groot onderzoek is. Er zijn een aantal kanttekeningen te plaatsen bij dit onderzoek. Zo is een voedingsinterventie van een jaar kort om de sterfte en  hart- en vaatziekten te kunnen onderzoeken en konden alleen de mensen in het onderzoek betrokken worden die langer dan een jaar in het ziekenhuis bleven. Ook is het niet duidelijk of andere factoren zoals ziektegeschiedenis, medicijngebruik of roken een rol hebben gespeeld bij deze bevindingen.

Zo wordt vaak een sterke daling van het cholesterolgehalte gezien bij mensen die ernstig ziek zijn. Het is dus niet mogelijk om te concluderen dat gegeven voeding de oorzaak is van de sterfte of dat dit door andere factoren komt. De gegevens over aderverkalking en hartinfarcten konden maar van een beperkt aantal mensen gebruikt worden.

De onderzoekers geven zelf aan dat deze resultaten als voorlopig gezien moeten worden, totdat van meer mensen de gegevens bruikbaar zijn. Ook laat dit onderzoek niet zien dat verzadigd vet gezond zou zijn. Dit onderzoek is voor ons dan ook geen aanleiding om onze adviezen aan te passen.

Waar zijn onze adviezen op gebaseerd?

De Gezondheidsraad heeft recent alle studies over vetten in relatie tot LDL-cholesterol en hart- en vaatziekten geëvalueerd. Zij concludeert dat het overtuigend is aangetoond dat voedingsmiddelen rijk aan onverzadigde vetzuren, zoals zachte margarines of plantaardige oliën, het risico op hart- en vaatziekten verlagen ten opzicht van voedingsmiddelen rijk aan verzadigde vetzuren, zoals boter en harde margarines.

De Gezondheidsraad concludeert dit op grond van verschillende gecontroleerde studies die laten zien dat het LDL-cholesterol verlaagt door het vervangen van boter door margarine en vervanging van verzadigde vetzuren door onverzadigde vetzuren. Vervanging van verzadigde vetzuren door onverzadigde vetzuren verlaagt ook het risico op hartziekten.

Om deze reden heeft de Gezondheidsraad de richtlijn opgesteld: “Vervang boter, harde margarine en bak- en braad vetten door zachte margarines, vloeibaar bak- en braad vet en plantaardige oliën.” Het Voedingscentrum heeft deze richtlijn toegepast in de nieuwe Schijf van Vijf.