Voedingscentrum.nl maakt gebruik van cookies. Waarom? Lees onze uitleg.

Inname bisfenol A (BPA) via voedsel zeer beperkt

9 april 2018
Het risico dat je via voedsel te veel bisfenol A (BPA) binnenkrijgt en hierdoor gezondheidsproblemen krijgt, is zeer beperkt. Dat blijkt uit onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). BPA komt voor in verpakkingen zoals plastic flessen en in het dunne plastic laagje aan de binnenkant van conservenblikken.
Uit berekeningen van het RIVM blijkt dat de inname van de totale hoeveelheid BPA die mensen in Nederland via voedsel binnenkrijgen zeer beperkt is. Onder de meest ongunstigste omstandigheden ligt de blootstelling 30 keer onder de huidige tolereerbare dagelijkse inname (TDI). Het onderzoek maakt ook duidelijk dat niet één product de belangrijkste bron van BPA is, maar producten afzonderlijk een eigen kleine bijdrage hebben.

Waar zit BPA in?

BPA is een chemische stof die in veel plastic producten zit, zoals bouwmaterialen (kunststof beglazing en coatings van leidingen), medische hulpmiddelen en kassabonnen. Ook wordt het gebruikt in keukengerei en verpakkingsmateriaal van voedsel. Denk aan hard plastic flessen en schaaltjes van polycarbonaat en het beschermlaagje van conservenblikken (de witte laag aan de binnenkant). Via ons voedsel kunnen we kleine hoeveelheden BPA binnenkrijgen.


Wetgeving BPA

Er gelden strenge regels voor fabrikanten. Voor plastic keukengerei en verpakkingen van voedsel zijn er zogenoemde ‘migratielimieten’. Dat betekent dat is vastgesteld hoeveel BPA er maximaal vanuit het materiaal in het voedsel terecht mag komen. Fabrikanten moeten dit controleren. Sinds 2011 is het verboden BPA te gebruiken in babyflessen. Dit jaar komen daar drinkbekers en verpakkingen van voedsel bestemd voor baby’s en peuters tot 3 jaar bij. Voor baby’s en kleine kinderen gelden strengere eisen, omdat zij gevoeliger zijn.

Verhalen over BPA

Op internet zijn verhalen te lezen over de gevaren van BPA. Het klopt dat BPA schadelijk kan zijn voor de lever, de nieren en de vruchtbaarheid. Maar dit geldt alleen bij een hoge inname, boven de Europese normen. Ook kan het effect hebben op het hormoonsysteem, maar hier is meer onderzoek nodig. De berekeningen van het RIVM laten zien dat je als consument veel minder binnenkrijgt dan schadelijk voor je is. Hierbij is gerekend met de huidige gezondheidsnormen. Deze norm zal opnieuw door de Europese Autoriteit van Voedselveiligheid (EFSA) bekeken worden in 2018 waarin de meeste recente studies weer worden meegenomen.

Gevarieerd eten

Zowel voor gezondheid als voor veiligheid geldt altijd het advies: eet gevarieerd. De schadelijkheid van een stof hangt sterk af van de hoeveelheid die je ervan binnenkrijgt. Mocht er een schadelijke stof in een bepaald voedingsmiddel zitten, dan verklein je het risico op hoge inname door niet steeds hetzelfde voedingsmiddel te eten. Met een gevarieerde voeding volgens de Schijf van Vijf verklein je de kans op hoge blootstelling aan schadelijke stoffen via je voeding.