Er valt nogal wat te kiezen in tussendoortjesland. Hoe weet je nou of je een beetje goede keuze maakt?
Daarvoor kun je beter niet afgaan op de voorkant van het etiket, want daar word je van álles beloofd. Dat ‘ie vol met vezels zit bijvoorbeeld. Of extra eiwit. Geen toegevoegd suiker… Klinkt allemaal top, maar… draai ‘m even om, dan kan je echt zien wat erin zit.
Want op de achterkant zie je zowel de ingrediënten als een tabel met de voedingswaarden. Het ingrediënt dat als eerste wordt genoemd, zit er het meeste in. Dus zie je als één van de eerste ingrediënten bijvoorbeeld ‘suiker’ staan, dan zit dat er veel in. Hoeveel suiker? Kijk dan in de tabel: daarin kun je bijvoorbeeld precies aflezen hoeveel suiker je bij die eiwitreep krijgt.
Het zou nu natuurlijk mooi zijn als ik je precies ga vertellen welke je het beste kan kiezen en welke je beter kan laten staan. Maar helaas werkt het zo simpel niet. En wat voor jou het beste tussendoortje is, is voor iedereen anders. De een wil letten op vet of suiker, de ander wil misschien meer vezels of eiwit binnenkrijgen. Dus kijk vooral naar wat je zoal eet op een dag en kies gewoon iets dat daarbij past. Dus stel: jij wilt meer eiwit binnenkrijgen, kies dan voor de variant met het meeste eiwit en de minste suiker, verzadigd vet of zout. En over het algemeen zit je redelijk goed als je tussendoortje weinig toegevoegde suikers, zout of verzadigd vet bevat, maar wel rijk is aan onverzadigde vetten, vezels en eiwitten.
Het belangrijkste is dat je meestal kiest voor tussendoortjes die je lichaam goed doen. En vergeet ook niet, dat je met een appel, handje noten, snoeptomaatjes of een schaaltje kwark eigenlijk sowieso altijd wel goed zit. En hey, we hebben allemaal wel eens trek in iets ongezonds of gemak. Dat is ook oké! Het draait allemaal om balans.
sluiten