Menu
Zoek
Apps en tools
!

Schijf van Vijf krijgt doorontwikkeling

Tot 9 april verwerken we nieuwe wetenschappelijke inzichten over gezond, duurzaam en veilig eten. Tot die tijd blijft de Schijf van Vijf gewoon bruikbaar. Lees meer

Vertaling en toetsingsmodule

Op basis van de uitkomsten van de optimalisatie zijn door het Voedingscentrum aanbevolen hoeveelheden per voedingsmiddelengroep per doelgroep samengesteld. Hierbij is rekening gehouden met:

  • De Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad
  • De voorziening in energie en nutriënten
  • De milieu-impact
  • Blootstelling aan contaminanten en cafeïne
  • De praktische haalbaarheid: hoe ver wijkt de voorgestelde consumptie af van de huidige consumptie
  • Vergelijkbaarheid en uniformiteit tussen verschillende leeftijdsgroepen
  • Afronding naar logische porties.

Hiervoor hebben wij gebruik gemaakt van de toetsingsmodule die het RIVM voor ons heeft gemaakt.

De toetsingsmodule

Om te kunnen werken met de toetsingsmodule moet er per doelgroep de volgende gegevens ingeladen worden: de samenstellingsdata van de voedingsmiddelengroepen, de randvoorwaarden voor de betreffende eetvoorkeur en leeftijdsgroep en de optimalisatieresultaten van de betreffende doelgroep.

Wanneer er tijdens de optimalisatiefase beperkende randvoorwaarden versoepeld zijn, is bij de praktische vertaling geprobeerd om zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke randvoorwaarde te komen in de afronding naar logische porties en het uniform maken van referentievoedingen voor de verschillende leeftijdsgroepen. De resultaten van de praktische vertaling in de toetsingsmodule zijn dus altijd getoetst tegen de oorspronkelijke randvoorwaarden, niet tegen de versoepelde randvoorwaarden.

De toetsingsmodule heeft ervoor gezorgd dat we in staat waren om:

  • Hoeveelheden van productgroepen aan te passen, zowel op gram als op portieniveau.
  • Onmiddellijk inzicht te krijgen in de gevolgen van deze aanpassingen voor het voldoen aan de randvoorwaarden.
  • Te zien of de aangepaste adviezen binnen de gestelde marges blijven, ook over de gehele levensloop.

Voor de doelgroepen waar geen optimalisaties voor beschikbaar zijn, hebben we met behulp van de toetsingsmodule extrapolaties uitgevoerd.

Van optimalisatie naar referentievoedingen

Om van optimalisatie resultaten tot aanbevolen hoeveelheden per voedingsmiddelengroep per doelgroep te komen hebben we de volgende aanpak gehanteerd:

Startpunt

We zijn begonnen met de eetvoorkeur met vlees en vis, omdat er voor deze eetvoorkeur voor alle leeftijdsgroepen, zwanger en borstvoeding optimalisatieresultaten beschikbaar zijn. Eerst hebben we de adviezen voor volwassenen opgesteld, om deze vervolgens te vertalen naar de kindgroepen.

Gebruikte resultaten

We hebben zowel de kwadratische als lineaire optimalisatieresultaten gebruikt. Door beide resultaten te bekijken konden we een inschatting maken in welke productgroepen er ruimte was voor speling en waar niet. Als de resultaten in beide optimalisaties dicht bij elkaar liggen, is er over het algemeen minder ruimte om oplossingen uit te proberen in de toetsingsmodule dan wanneer ze ver uit elkaar liggen.

Er zijn ook productgroepen waar de resultaten tussen de lineaire en kwadratische optimalisaties gelijk aan elkaar zijn. Dit wordt in veel gevallen bepaald door de gestelde randvoorwaarden. Dit zien we bijvoorbeeld bij vis.

Uniforme adviezen

Het belangrijkste doel van de toetsingsmodule is om tot adviezen te komen die zo uniform mogelijk zijn over leeftijden, geslachten en tussen eetvoorkeuren. Daarnaast ronden we de optimalisatieresultaten af naar logische porties en laten we de resultaten waar dat kan meer aansluiten bij hoe er nu gegeten wordt op basis van de VCP.

Hoe we dit precies gedaan hebben en welke afwegingen hierin gemaakt zijn wordt beschreven in de resultaathoofdstukken.

Voldoen aan randvoorwaarden

Elke aanpassing die we doen ten opzichte van de optimalisatieresultaten zorgt ervoor dat de hoeveelheid energie, nutriënten, contaminanten en milieu-impact van het voedingspatroon verandert en er mogelijk niet meer voldaan wordt aan randvoorwaarden. We streven ernaar om aan alle randvoorwaarden te voldoen. Maar al vanuit de optimalisatie bleek dit niet voor alle doelgroepen mogelijk.

Wanneer er niet voldaan werd aan een randvoorwaarde hebben we een tweestapsmethode toegepast om tot een zo goed mogelijke oplossing te komen:

  • We hebben eerst gekeken of we het op kunnen lossen door de aanbevolen hoeveelheden van productgroepen op te hogen of juist te verlagen.
  • Wanneer dit niet voldoende is wordt er gekeken of het mogelijk opgelost kan worden met (productspecifieke) handelingsperspectieven zoals beschreven in de resultaathoofdstukken.

Ook kijken we voor contaminanten naar de levenslange blootstelling en voor broeikasgasuitstoot naar de populatiebrede doelstelling. Mogelijk blijven we daar wel binnen de gestelde grenzen, ondanks dat er randvoorwaarden voor een specifieke leeftijdsgroep overschreden worden. In deze gevallen is er specifiek afgewogen of we hiermee akkoord gaan of niet. Deze afweging en uiteindelijke keuzes staan beschreven in de resultaathoofdstukken bij de aandachtspunten.

Dit geheel zorgt voor een proces waarbij we door aanpassingen steeds weer te toetsen streven naar een voedingsadvies dat zoveel mogelijk voldoet aan alle randvoorwaarden. Optimalisatieresultaten hebben we als oplossingsrichting gebruikt, maar niet als uitkomst.

Extrapolatie

Kinderen

Voor alle kindgroepen, is ervoor gekozen om in eerste instantie op basis van extrapolatie te komen tot referentievoedingen. Voor de kindgroepen met de eetvoorkeur met vlees en met vis hebben we wel optimalisatieresultaten. Deze hebben we gebruikt als oplossingsrichting wanneer we vastliepen in de extrapolatie. Voor de extrapolatie is zoveel mogelijk het energiegedreven uitgangspunt gebruikt.

We hebben gekozen voor extrapolatie als startpunt omdat we het belangrijk vinden dat deze referentievoedingen toewerken naar een gezond, duurzaam en veilig voedingspatroon op volwassen leeftijd. Door dit al zo jong mogelijk te leren, streven we naar het laten opgroeien van een gezonde populatie. Daarbij wil je aanbevelingen binnen gezinnen logisch houden.

Zwanger en borstvoeding

Ook voor zwanger en borstvoeding is ervoor gekozen om op basis van extrapolatie te komen tot referentievoedingen. We willen namelijk niet iemand ineens zeer afwijkend moet gaan eten zodra die zwanger wordt.

En ook hier geldt dat de optimalisatieresultaten voor de eetvoorkeur met vlees en vis gebruikt zijn om een richting te bepalen gedurende het proces. Zo hebben deze groepen meer energie nodig, gelden er voor een aantal micronutriënten andere normen en beveelt de Gezondheidsraad 2 keer per week vis aan voor zwangere vrouwen. Er is bijvoorbeeld gekeken aan welke productgroepen het optimalisatiemodel de voorkeur gaf om te verhogen om aan deze verhoogde behoefte te komen.

Eetvoorkeuren zonder vlees en vis

Voor de eetvoorkeuren zonder vlees met vis, met vlees zonder vis, zonder vlees en vis waren er alleen optimalisaties beschikbaar voor mannen en vrouwen van 18-50 jaar. Om te komen tot referentievoedingen voor deze eetvoorkeuren, zijn de adviezen met vlees en vis van de desbetreffende leeftijdsgroep als uitgangspunt gebruikt. Hier zijn de productgroepen (vlees en/of vis) die binnen de eetvoorkeur niet gegeten worden uit verwijderd om te kijken waar tekorten ontstonden.

Vervolgens zijn, met de optimalisatieresultaten voor mannen en vrouwen 18-50 jaar als oplossingsrichting, productgroepen opgehoogd om te voorzien in voldoende energie en nutriënten. En zoveel mogelijk passend binnen de randvoorwaarden voor voedselveiligheid en duurzaamheid.

100% plantaardig

De eetvoorkeur 100% plantaardig is berekend voor zowel 18-50 jarigen als 51-69 jarigen. Voor 18-50 jarige mannen en vrouwen waren er optimalisatieresultaten beschikbaar. Deze resultaten vormden de basis om te komen tot adviezen voor 100% plantaardig voor deze leeftijdsgroep. Voor 51-69 jarigen is gebruik gemaakt van extrapolatie.

Eetvoorkeur weinig brood

Ondanks dat er voor deze groepen optimalisaties zijn uitgevoerd is ervoor gekozen om op basis van extrapolatie en expert opinion te komen tot referentievoedingen. Deze keuze is gemaakt omdat de optimalisatie niet met een oplossing kwam die aan de gestelde randvoorwaarden voor gezondheid en duurzaamheid voldeed. Daarnaast geeft het extrapoleren de mogelijkheid om deze referentievoeding zo veel mogelijk overeen te laten komen met de andere referentievoedingen.

De hoeveelheid brood in deze referentievoedingen is de helft van de hoeveelheid in de andere voedingen. Voor mannen 140 gram en voor vrouwen 105 gram per dag. Deze hoeveelheid is gebaseerd op de gemiddelde consumptie (mannen 132 gram, vrouwen 92 gram [1]) en afgerond naar hele porties (deelbaar door 35 gram, het gewicht van een boterham).

Bronnen vertaling en toetsingsmodule

  1. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Resultaten van de voedselconsumptiepeiling 2019 - 2021. 2026 09-03-2026]; Available from: Wat eet Nederland