Voedingsmiddelen die in de Schijf van Vijf staan, dragen bij aan een goede gezondheid door hun voedingstoffen en positieve gezondheidseffecten. Tegelijkertijd geldt dat geen enkel voedingsmiddel volledig vrij is van contaminanten, oftewel stoffen die we liever niet binnenkrijgen omdat ze mogelijk schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Voedselveiligheid vormt daarom een belangrijk aandachtspunt binnen de onderbouwing van de Schijf van Vijf.
Voedingsmiddelen op de Nederlandse markt moeten voldoen aan wet- en regelgeving voor voedselveiligheid. Hierdoor blijven gehalten van bijvoorbeeld contaminanten onder de wettelijke vastgestelde maximumgehalten. Toch kan bij sommige voedingspatronen de inname van bepaalde stoffen oplopen. Daarom nemen we in het rekenmodel maximale hoeveelheden voor de inname van bepaalde contaminanten als grenswaarde mee.
We geven consumenten adviezen over veilig omgaan met voedsel: hygiënisch werken, goed bewaren en goed bereiden. Ook adviseren we consumenten te variëren met producten binnen elk vak van de Schijf van Vijf. Dit om aan voldoende voedingstoffen en energie te komen, maar ook om de inname van dezelfde soort mogelijk schadelijk stof te beperken.
Chemische voedselveiligheid
Chemische voedselveiligheid betreft zowel onbedoeld aanwezige stoffen (zoals contaminanten) als gereguleerde, bewust toegevoegde stoffen (zoals additieven). Voor dit soort stoffen zijn gezondheidskundige grenswaarden vastgesteld.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) monitort in Nederland en controleert daarbij ook of bedrijven voldoen aan de geldende wetgeving voor bijvoorbeeld contaminanten, voedseladditieven, diergeneesmiddelen en resten van bestrijdingsmiddelen.
In de doorontwikkeling van de Schijf van Vijf richten we ons specifiek op contaminanten, omdat fabrikanten deze niet bewust toevoegen, maar deze via milieu, productie of bereiding onbedoeld in voedsel terechtkomen.
Gezondheidskundige grenswaarden
Om te kunnen vaststellen of een stof schadelijke effecten kan hebben op de gezondheid, wordt gekeken bij welke blootstelling er zeker géén effecten te verwachten zijn. Deze blootstelling noemen we de ‘gezondheidskundige grenswaarde’. De gezondheidskundige grenswaarde van een contaminant geeft aan hoeveel iemand mag binnenkrijgen zonder dat dit schadelijk is voor de gezondheid. Het kan bijvoorbeeld worden uitgedrukt in een Toelaatbare Wekelijkse Inname (TWI) voor langdurige blootstelling, of een Acute Referentie Dosis (ARfD) voor kortdurende blootstelling.
In het rekenmodel gebruiken we de gezondheidskundige grenswaarden als randvoorwaarde. We stellen daarbij een maximum aan de inname van contaminanten. Er wordt geen minimumwaarde gehanteerd.
Maximumgehalten
Naast gezondheidskundige grenswaarden zijn er ook wettelijke limieten voor hoeveel van een schadelijke stof in een voedingsmiddel mag voorkomen. Dit worden maximumgehalten genoemd en deze kunnen verschillen per product. Deze limieten gaan over de hoeveelheid stof in voedsel, terwijl gezondheidskundige grenswaarden gaan over de totale inname van contaminanten via een totaal eetpatroon.
Keuze voor contaminanten en overige voedselveiligheidsaspecten
Keuze voor contaminanten
In afstemming met RIVM is besloten lood, arseen, acrylamide en cadmium mee te nemen in het optimalisatiemodel. De contaminantenanalyse van het RIVM uit 2017 [1] onderbouwt de keuze voor contaminanten die we hebben meegenomen in de berekeningen voor voedingspatronen met de Schijf van Vijf.
Aan deze 4 contaminanten hebben we PFAS [2] en de schimmeltoxine ochratoxine A (OTA) [3] toegevoegd. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft voor deze contaminanten de gezondheidskundige grenswaarden na 2017 verlaagd.
Lees meer over zware metalen zoals lood, arseen en cadmium, acrylamide, OTA en PFAS.
Lood, arseen en acrylamide
In 2017 publiceerde het RIVM over de inname van 28 contaminanten in een voedingspatroon volgens de Schijf van Vijf [1]. Dit zijn contaminanten uit verordening 2023/915.
Het RIVM concludeerde dat 3 van deze 28 contaminanten boven de gezondheidskundige grenswaarde uitkwamen in het Schijf van Vijf-voedingspatroon 2016. Het ging om lood, arseen en acrylamide. Overigens betekent dit niet dat het zeker is dat hierdoor negatieve gezondheidseffecten optreden. Ze kunnen alleen niet worden uitgesloten.
In de huidige communicatie van het Voedingscentrum bieden we consumenten daarom handelingsperspectief om hun inname van lood, arseen en acrylamide te verlagen, respectievelijk door te variëren, kinderen niet elke dag rijstproducten te geven en bij bereiding goudgeel te bakken in plaats van bruin.
sluiten
Cadmium
Cadmium was een twijfelgeval. De door het RIVM berekende inname van cadmium lag vlak bij wat men levenslang mag binnenkrijgen zonder schadelijke effect op de gezondheid. Met andere woorden de veiligheidsmarge hiertussen was klein. Daardoor kon het RIVM niet met zekerheid zeggen of het te hoog uitkwam of niet.
sluiten
Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS)
PFAS was in eerdergenoemde RIVM-rapport uit 2017 niet meegenomen, maar sindsdien is hier meer over bekend, en is de gezondheidskundige grenswaarde verlaagd. PFAS nemen we mee omdat voedsel de belangrijkste bijdrage levert aan de blootstelling van PFAS. Het RIVM heeft in 2023 berekend dat mensen in Nederland uit voedsel en drinkwater samen meer PFAS binnenkrijgen dan de gezondheidskundige grenswaarde [4].
sluiten
Schimmeltoxine ochratoxine A (OTA)
Voor OTA geldt dat EFSA in 2020 een nieuwe gezondheidskundige grenswaarde gepubliceerd heeft [3]. Deze grens ligt lager dan voorheen. De verwachting van RIVM is daarom dat OTA te hoog uit zou kunnen komen. Daarom nemen we nu OTA ook mee.
sluiten
Contaminanten die we op een andere manier hebben bekeken
Aflatoxines en dioxines zijn niet meegenomen met een maximum in ons rekenmodel. Wel houden we rekening met aflatoxines in onze randvoorwaarde voor noten. Voor dioxines is achteraf door het RIVM een inschatting gemaakt van hoeveel mensen binnenkrijgen met de Schijf van Vijf-adviezen.
Aflatoxines
Aflatoxines komen niet vaak voor in voedsel. Pinda's en noten zijn relatief gevoelig voor schimmelgroei en daardoor aanwezigheid van aflatoxine. Door strenge controles blijven de gehalten meestal onder de wettelijke maximumgehalten. Wanneer overschrijdingen worden vastgesteld, worden producten uit de handel genomen.
De Gezondheidsraad adviseert een maximum van 30 gram noten per dag [5]. Meer noten eten geeft geen extra gezondheidsvoordeel en kan wel de inname van aflatoxinen verhogen. In onze communicatie wijzen we op de reden van dit maximum.
sluiten
Dioxines
Dioxines zijn niet vooraf met hun gezondheidskundig grenswaarde in de optimalisatie meegenomen. De blootstelling aan deze groep stoffen in een Schijf van Vijf-voedingspatroon werd in 2017 door het RIVM vele malen lager geschat dan de toen geldende toelaatbare wekelijkse inname (TWI). Op 26 januari 2026 bleek dat in de publicatie van RIVM uit 2017 de inname van dioxines fout is gerapporteerd. De hoeveelheid dioxines bleek een factor 1.000 hoger te moeten zijn dan is aangegeven in het rapport. Zie pagina 21 van de RIVM publicatie [1] voor het erratum.
De TWI voor dioxines is daarnaast in 2018 aanzienlijk verlaagd [6]. In december 2025 publiceerde het EFSA CONTAM-panel een nieuwe beoordeling, waarin de TWI voor dioxines opnieuw wordt verlaagd (van kracht naar verwachting in de lente van 2026) [7]. WHO heeft nieuwe Toxic Equivalency Factors (TEF’s)) afgeleid die gebruikt worden om de blootstelling aan de som van deze stoffen te berekenen. Hoewel de herziene TEF’s leiden tot lagere berekende concentraties en daarmee een lagere geschatte blootstelling, stelt CONTAM dat de totale blootstelling nog steeds boven deze nieuwe, strengere TWI uitkomt [7].
Om bovengenoemde redenen is besloten om achteraf de hoeveelheid dioxines die mensen binnen kunnen krijgen met de aanbevolen hoeveelheden voedingsmiddelen zoals we ze eind januari 2026 hebben berekend door RIVM in te laten schatten.
sluiten
Overige contaminanten – niet meegenomen
Van de overige contaminanten die in 2017 onder de gezondheidskundige grenswaarde bleven binnen een Schijf van Vijf voedingspatroon, is de verwachting dat deze ook bij de nieuwe doorrekeningen niet te hoog uitkomen. Nu worden alleen eerdergenoemde kritische gevallen in de doorontwikkeling nader onderzocht.
Het is natuurlijk niet uit te sluiten dat van een andere contaminant, wellicht nu nog onbekend, momenteel minder relevant geacht, of door toekomstige aanpassingen van gezondheidskundige grenswaarden, de gezondheidskunde grens wordt overschreden. We werken met de informatie die in 2025 beschikbaar was en houden de ontwikkelingen in de gaten. Wanneer nodig passen wij onze adviezen aan.
Overige voedselveiligheidsaspecten meegenomen in het rekenmodel
Naast contaminanten zijn er ook ander stoffen die van belang zijn binnen voedselveiligheid. Hieronder geven we aan waarom we deze stoffen hebben meegenomen in de huidige berekeningen.
Cafeïne
Cafeïne nemen we als maximum per doelgroep mee in het rekenmodel. Zie voor deze maxima: Factsheet Cafeine (pdf)
sluiten
Overige voedselveiligheidsaspecten – niet meegenomen in rekenmodel
Bestrijdingsmiddelen
Bestrijdingsmiddelen worden bewust door de mens toegevoegd. Er is wetgeving voor wat gebruikt mag worden en hoeveel resten mogen achterblijven op voedsel. Bovendien is ook de controle goed geregeld in Nederland. Daardoor weten we dat overschrijdingen van de normen nauwelijks voorkomen. Lees meer over bestrijdingsmiddelen.
sluiten
Additieven
Er is wetgeving voor gebruik van additieven (E-nummers). Levensmiddelenfabrikanten voegen stoffen (additieven) bewust toe aan voedingsmiddelen om ze te verbeteren. EFSA beoordeelt of ze veilig gebruikt kunnen worden. In de wet staat aan welke producten E-nummers mogen worden toegevoegd, hoeveel en onder welke voorwaarden. De Europese Commissie geeft ze het E-nummer.
sluiten
Voedselallergenen
Allergische reacties kunnen voorkomen bij een beperkte groep mensen die overgevoelig is voor een bepaalde stof in voedsel. Daarom staat in de wet- en regelgeving dat op het etiket aangegeven moet staan welke van de 14 allergenen die de meeste overgevoeligheidsreacties veroorzaken, mogelijk in een voedingsmiddel zitten.
Dit is wettelijk geregeld en er zijn geen getallen of grenswaarden voor. Omdat het bovendien geldt voor een specifieke groep en niet voor de gehele algemene bevolking, nemen we dit niet mee in de berekeningen van de Schijf van Vijf.
sluiten
Microplastics
Er is nog onvoldoende duidelijk wat de risico’s van microplastics voor de mens zijn. Ook is er momenteel nog onvoldoende data beschikbaar over microplastics in voedsel. Zie onze pagina: Zijn microplastics in eten en drinken gevaarlijk?
Ook fysieke contaminatie (zoals glas-, metaal- of plasticdeeltjes) wordt primair via productiecontroles en toezicht gereguleerd en is niet gerelateerd aan het voedingspatroon. Dit kunnen we daarom niet vangen in getallen en in het rekenmodel meenemen.
sluiten
Hormoonverstorende stoffen
Stoffen waarvan aangetoond is dat ze een hormoonverstorend effect hebben, zijn door wetgeving verboden of mogen alleen beperkt gebruikt worden. Bijvoorbeeld voor Bisfenol A (BPA) zijn strenge regels voor fabrikanten. Om kleine kinderen en peuters beter te beschermen geldt een verbod om BPA te gebruiken in babyflessen en drinkbekers en verpakkingen voor voedsel bestemd voor kleine kinderen tot 3 jaar. Lees meer over hormoonverstorende stoffen.
sluiten
Microbiologische voedselveiligheid
Microbiologische voedselveiligheid (zoals besmetting met bacteriën, virussen of parasieten) wordt meegenomen in de algemene adviezen van het Voedingscentrum. Omdat microbiële besmettingen niet vooraf te vangen zijn in getallen en er geen gezondheidskundige grenswaarden voor bestaan, zijn ze niet meegenomen in de berekeningen.
Microbiologische risico’s hangen in de praktijk vooral samen met hygiëne, bewaarcondities en bereiding, en minder met de structurele samenstelling van het voedingspatroon. Deze risico’s worden primair beheerst via wet- en regelgeving, monitoring door de NVWA en via consumentenvoorlichting over veilig omgaan met voedsel. We blijven hierop voorlichten, zie onze pagina’s over veilig eten.
sluiten
Isoflavonen voor zwangeren en jonge kinderen
Er is geen Europese bovengrens vastgesteld voor de algemene bevolking en ook niet specifiek voor zwangere vrouwen, of kinderen. Frankrijk hanteert sinds 2025 een verlaagde grens van 0,02 milligram/kilogram/dag voor de algemene bevolking en 0,01 milligram/kilogram/dag voor zwangeren, vrouwen in vruchtbare leeftijd én prepuberale kinderen. Deze waarden zijn veel strenger dan hun eerdere grens van 1 milligram/kilogram/dag, die in 2021 uit voorzorg door de commissie van de Gezondheidsraad voor zwangeren is overgenomen.
We weten nu nog niet of er in het traject ‘Eerste 1.000 dagen’ van de Gezondheidsraad uit voorzorg een grens komt voor isoflavonen voor jonge kinderen, en welke grens dat zou zijn. Als de Gezondheidsraad een grens gaat hanteren, zullen wij die ook communiceren en verwerken in onze adviezen.
Voor nu zijn isoflavonen niet meegenomen als randvoorwaarde in het optimalisatiemodel. Voor zwangeren hebben we onze adviezen achteraf nagerekend op basis van de grens uit voorzorg van 1 milligram/kilogram/dag, en daar blijven we met de adviezen voor zwangeren onder.
sluiten
Gebruikte grenswaarden van contaminanten en cafeïne
Gezondheidskundige grenswaarden zijn voornamelijk vastgesteld door EFSA. Hieronder staan de veiligheidsgrenzen die wij hebben gebruikt in ons rekenmodel. Klik open voor onze onderbouwing. We noemen daar de termen BDML en MOE, wil jij eerst weten wat dit betekent? Lees meer over veiligheidsgrenzen en wat BDML en MOE inhoudt.
Acrylamide: 0,017 microgram/kilogram lichaamsgewicht per dag
Acrylamide heeft geen gezondheidskundige grenswaarde, maar een BMDL10 van 0,17 milligram/kilogram lichaamsgewicht per dag, en een minimale MOE van 10.000, wat resulteert in een grenswaarde van 0,017 microgram/kilogram lichaamsgewicht per dag.
EFSA heeft aangegeven dat een minimale blootstellingsmarge (MOE) van 10.000 mogelijk conservatief is, maar er is nooit aangegeven hoe conservatief en wat de minimale MOE dan zou moeten zijn. We gebruiken de minimale MOE van EFSA.
Referentie: EFSA, 2015: Acrylamide in food [8]
sluiten
Arseen: 0,3 microgram/kilogram lichaamsgewicht per dag
In 2024 publiceerde EFSA een risicobeoordeling van arseen, waarin een nieuwe BMDL05 van 0,06 microgram per kilogram lichaamsgewicht per dag werd voorgesteld. In deze beoordeling is geen veilige blootstellingsmarge (MOE) opgenomen, wat heeft geleid tot verdere discussie over de interpretatie ervan. Daarnaast heeft de Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives (JECFA) een BDML05 van 0,3 microgram per kilogram lichaamsgewicht per dag voor ischemische hartziekte vastgesteld. JECFA benoemt dit specifiek als een Point of Departure (PoD) en niet als een gezondheidskundige grenswaarde, zoals een toelaatbare wekelijkse inname. Besloten is om tot nader orde de grens van JECFA te gebruiken.
Referenties:
-
EFSA, 2024: Update of the risk assessment of inorganic arsenic in food [9]
-
JECFA, 2025: Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives (JECFA) [10]
sluiten
Cadmium: 0,36 microgram/kilogram lichaamsgewicht per dag
De gezondheidskundige grens is 2,5 microgram/kilogram lichaamsgewicht per week. Wij hebben hier voor onze berekeningen een getal per dag van gemaakt.
Referentie: EFSA, 2011: Statement on tolerable weekly intake for cadmium [11]
sluiten
Lood: volwassenen: 0,63 microgram/kilogram lichaamsgewicht per dag, kinderen: 0,5 microgram/kilogram lichaamsgewicht per dag
De gebruikte grenswaarden zijn:
- Volwassenen: 0,63 (BMDL10) en 1,5 (BMDL01) microgram/kilogram lichaamsgewicht per dag. Gekozen is voor de BMDL10 waarde.
- Kinderen t/m 7 jaar: 0,5 microgram/kg lichaamsgewicht per dag
- Foetus: 0,54 microgram/kilogram lichaamsgewicht per dag
EFSA is niet heel concreet over welke blootstellingsmarge (MOE) acceptabel is voor lood. In hun Opinie uit 2013 zegt EFSA over de grenswaarden: 'Een blootstellingsmarge van 10 of hoger zou voldoende zijn om te waarborgen dat er geen merkbaar risico is op een klinisch significant effect.' Voor MOEs tussen 1 en 10 is het risico 'laag' voor het effect bij kinderen en 'heel laag' voor het effect bij volwassenen. Bij een MOE gelijk aan 1 of lager kan een effect niet worden uitgesloten. Voorstel van RIVM is om te rekenen met een minimale MOE van 1 (zie ook 2017-rapport).
De minimale MOE is 1, dus kiezen we voor kinderen t/m 7 jaar voor inname onder de 0,5 microgram/kilogram lichaamsgewicht per dag en voor volwassenen voor de laagste grenswaarde onder de 0,63 microgram/kilogram lichaamsgewicht per dag.
We kiezen voor kinderen van 8 t/m 17 jaar dezelfde grenswaarde als voor de jonge kinderen. Dit is een al conservatieve keuze, maar er bestaat voor deze groep geen aparte waarde.
Bij lood bestaat ook een aparte grenswaarde voor het ongeboren kind, via de blootstelling van de moeder. Wij hebben er echter voor gekozen om de grenswaarde voor volwassenen te gebruiken, ook voor zwangere vrouwen. In standaardberekeningen van de levenslange inname wordt blootstelling via de moeder (tijdens de zwangerschap) meestal niet apart meegenomen.
Referentie: EFSA, 2010 Scientific Opinion on Lead in Food [12]
sluiten
Ochratoxine A (OTA): 0,024 microgram/kilogram lichaamsgewicht per dag
De gezondheidskundige grens is 4,73 microgram/kilogram lichaamsgewicht per dag. De blootstellingsmarge (MOE) is 200, dus komen we op een inname onder de 0,024 microgram/kilogram lichaamsgewicht per dag.
Naast nierschade heeft EFSA ook een grenswaarde voor OTA vastgesteld voor niertumoren van 14,5 microgram/kilogram lichaamsgewicht per dag. De minimale MOE voor dit effect is 10.000 (dus een inname onder 0,00145 microgram/kilogram lichaamsgewicht per dag voor een verwaarloosbaar risico). Deze MOE kan echter onnodig conservatief zijn, omdat EFSA niet kon vaststellen dat er een interactie plaatsvindt tussen OTA en het DNA. Dit moet nog verder worden uitgezocht, vandaar dat hier nu niet voor gekozen is.
Referentie: EFSA, 2020: Risk assessment of ochratoxin A in food [3]
sluiten
Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS): 0,63 nanogram/kilogram lichaamsgewicht per dag
De gezondheidskundige grens is 4.4 nanogram/kilogram lichaamsgewicht per week. Wij hebben hier voor onze berekeningen een getal per dag van gemaakt. EFSA hanteert een som van 4 soorten PFAS: PFOS, PFOA, PFNA, PFHxS.
Referentie: EFSA, 2020: Risk to human health related to the presence of perfluoroalkyl substances in food [2]
sluiten
Onderbouwing lichaamsgewicht
De gebruikte grenswaarden hebben we omgerekend naar de maximale hoeveelheid contaminanten per leeftijdsgroep (op aanvraag beschikbaar via webcare@voedingscentrum.nl). We kijken hoeveel van elke contaminant iemand met een ‘gemiddeld gewicht per leeftijdsgroep’ maximaal binnen mag krijgen per dag. Dat getal is het maximum aan contaminanten in het rekenmodel. Voor de leeftijd 1-3 jaar, 4-9 jaar en 10-12 jaar zijn jongens en meiden samengenomen. Dit omdat we in het rekenmodel werken met de groepsindeling ‘kinderen’ en pas vanaf leeftijd van 13-17 jaar jongens en meiden los bekijken.
Zie tabel 7 en 8 uit Voedingsnormen voor eiwitten, advies Gezondheidsraad voor alle referentiegewichten op een rij. Dit houden we aan voor eiwit, daarom gaan we van dezelfde gewichten in de berekening voor maximale inname per contaminant.
Specifieke producten los meenemen in het kader van voedselveiligheid
In de productgroepen nemen we enkele producten los op, zodat we ze op nul kunnen zetten, of daar een maximum voor kunnen invoeren. Dit geeft flexibiliteit om scenario’s door te rekenen en effecten op voedselveiligheid, duurzaamheid en voedingswaarde te bekijken. Het gaat om: rijst, magere en vette vis, schaal- en schelpdieren, en brood.
Waarom deze producten?
- Rijst is een belangrijke bron van arseen (RIVM, 2017). Arseen komt daarnaast vooral voor in drinkwater. Door rijst apart op te nemen, kunnen we scenario’s berekenen waarin rijst (tijdelijk) wordt uitgesloten.
- Vette vis bevat relatief veel contaminanten zoals dioxines, kwik, PFAS en arseen. PFAS kan ook in magere vis zitten [13]. Schaal- en schelpdieren bevatten zware metalen. Voor zwangeren bestaat al een Gezondheidsraad-tabel met vissoorten en schaal- en schelpdieren die wel/niet/soms gegeten kunnen worden. Het is denkbaar dat dit voor jonge kinderen ook zal volgen in het lopende traject ‘eerste 1.000 dagen’ van de Gezondheidsraad. Eventuele aanpassingen naar aanleiding van dat traject voeren we door in onze adviezen.
- Brood bevat de relevante contaminanten acrylamide en lood. Brood levert een grote bijdrage aan loodinname bij kinderen (56% binnen de groep ‘grains and grain-based products’ [13]. Het apart opnemen van brood maakt het mogelijk om effecten op lood- en acrylamide-inname te berekenen. Daarnaast kunnen we de impact op jodiuminname analyseren en scenario’s doorrekenen voor een voedingspatroon met weinig brood.
Omgang met de uitkomsten van het rekenmodel
Als één of meer randvoorwaarden niet gehaald worden, dan wil dat niet direct zeggen dat een voedingspatroon volgens de Schijf van Vijf onveilig is. Maar dan kunnen we eventuele risico’s alleen niet uitsluiten. Als een of meer randvoorwaarden niet worden gehaald hanteren we 2 mogelijke stappen, om te zien of we meer dan de huidige inname binnenkrijgen, en om te zien hoeveel je gedurende je hele leven van een contaminant binnenkrijgt:
1. Versoepelen van de randvoorwaarde
We stellen de randvoorwaarde bij naar maximaal de mediane huidige inname (P50) volgens de Voedselconsumptiepeiling (VCP) 2019-2021. De grens zal het model meer in de richting sturen waarbij we minder van de stof binnenkrijgen dan momenteel de helft van de bevolking doet.
2. Berekenen van de levenslange inname
De meeste contaminanten zouden pas na langere tijd een negatief effect kunnen hebben op de gezondheid. Voor lood is een specifieke waarde afgeleid voor kinderen tot 7 jaar. Ook deze grenswaarde wordt getoetst aan een lange-termijninname, maar daarbij is lange termijn gedefinieerd in ‘jaren’. In geval van PFAS is de grenswaarde gebaseerd op een inname gedurende de eerste 34 levensjaren. Daarom berekenen we voor lood en PFAS niet de levenslange inname.
We kunnen 3 situaties hebben:
- Inname van alle leeftijdsgroepen ligt onder de gezondheidskundige grenswaarde.
- De inname bij kinderen (of een deel ervan) ligt boven de gezondheidskundige grenswaarde. Bij volwassenen niet.
- Inname van alle leeftijdsgroepen ligt boven gezondheidskundige grenswaarde.
In situatie 1 is er geen risico, en in situatie 3 mogelijk wel (zie bijv. acrylamide en arseen in sectie 4.1 van het RIVM-rapport uit 2017 [1]). In situatie 1 is een berekening van een levenslange inname niet nodig en in situatie 3 zal ook een levenslange inname boven de gezondheidskundige grenswaarde liggen.
In situatie 2 is er geen risico als de overschrijding van de gezondheidskundige grenswaarde bij de jonge leeftijdsgroepen maximaal een factor 2 is ( [1], zie de beschrijving bij 3-MCPD). Als de inname meer dan een factor 2 hoger is of er zorgen zijn over een stapelingseffect (zie beschrijving bij cadmium) kan een ‘levenslange inname’ worden berekend zoals gedaan is voor bijvoorbeeld cadmium in 2017. Bij die berekening worden de innames per leeftijdsgroep gewogen opgeteld. Hierbij kijken we of een eventuele hogere blootstelling in de kinderjaren mogelijk niet als een direct probleem hoeft te worden gezien als wordt meegenomen dat we langer volwassen zijn dan kind. Dat blootstelling van contaminanten bij kinderen vaak hoger is doordat ze per kilogram lichaamsgewicht meer eten, is iets wat al langer bekend is [14].
Het berekenen van een gewogen levenslange blootstelling is iets wat vaker gedaan wordt [1, 15-17]. Het is een manier om op basis van berekeningen voor leeftijdsgroepen iets te kunnen zeggen over de totale blootstelling gedurende het hele leven.
Handelingsperspectief bieden
Afhankelijk van de knelpunten die we tegenkomen kiezen we voor wel of geen handelingsperspectief, en zo ja voor welk handelingsperspectief.
Voor de contaminanten met een inname onder de grenswaarden zijn geen aanvullende adviezen nodig. Voor de contaminanten waarvoor de inname boven de grenswaarden komt kunnen mogelijk aanvullende adviezen worden gegeven om de inname te verlagen.
Wij kunnen niet alles oplossen met het eetpatroon. Het milieu moet veilig genoeg zijn, wil ons eten veilig zijn. Wanneer wij zien dat we niet onder bepaalde grenswaarden kúnnen uitkomen in een evenwichtig eetpatroon dan kan dit een signaal zijn voor de overheid en voedselketen dat aanvullende milieumaatregelen en afstemming via regelgeving nodig zijn en blijven.
Het instellen van de huidige inname volgens VCP als randvoorwaarde kan als uitkomsten hebben:
- Lagere inname van contaminanten dan huidig → Schijf van Vijf draagt bij aan verbetering.
- Hogere inname van bepaalde contaminanten → signaal dat aanscherping in de keten of regelgeving nodig is. In dat geval constateren we (richting overheid) dat er aandachtspunten zijn.
- Vergelijkbare inname van contaminanten volgens VCP en Schijf van Vijf adviezen.
Het is niet de taak van het Voedingscentrum om risk-benefit analyses uit te voeren. Ons doel is een voedingspatroon waarbij gezond, duurzaam én veilig in balans is. Het rekenmodel ondersteunt bij het vinden van de best passende oplossing.
Het blijft belangrijk om de hoeveelheid contaminanten in ons eten en drinken zo laag mogelijk te houden. Het huidige wettelijke beleid op contaminanten in eten en drinken is daarop gericht. Daarnaast blijft het algemene advies om gevarieerd te eten belangrijk, omdat variatie vanzelf leidt tot een lagere totale inname van dezelfde soort contaminanten.
Bronnen voedselveiligheid
-
Boon PE. The intake of contaminants via a diet according to the Dutch Wheel of Five Guidelines.2017.
- European Food Safety Authority. Risk to human health related to the presence of perfluoroalkyl substances in food. EFSA J, 2020. 18 (9): p. e06223.
- European Food Safety Authority. Risk assessment of ochratoxin A in food. EFSA J, 2020. 18 (5): p. e06113.
- Schepens MaA. Risk assessment of exposure to PFAS through food and drinking water in the Netherlands 2023.
- Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding: eiwitbronnen en voedingspatronen 2025.2025.
- European Food Safety Authority. Risk for animal and human health related to the presence of dioxins and dioxin-like PCBs in feed and food. EFSA Journal, 2018. 16 (11): p. e05333.
- European Food Safety Authority. Draft scientific opinion regarding the risks to human and animal health from the presence of dioxins and dioxin-like PCBs in food and feed.
- European Food Safety Authority. Scientific Opinion on acrylamide in food. 2015.
- European Food Safety Authority. Update of the risk assessment of inorganic arsenic in food. 2024.
- Joint Fao Who Expert Committee on Food Additives (Jecfa). Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives – One-hundred-and-first meeting. Summary and conclusions. 2025.
- European Food Safety Authority. Statement on tolerable weekly intake for cadmium. 2011.
- European Food Safety Authority. Scientific Opinion on Lead in Food.2010.
- Boon PE. Dietary exposure to lead in the Netherlands. 2016.
- Nederlandse Voedsel- En Warenautoriteit. Kinderen en chemische stoffen in de voeding. Paneladvies.2008.
- Rompelberg C, et al. Oral intake of added titanium dioxide and its nanofraction from food products, food supplements and toothpaste by the Dutch population. Nanotoxicology, 2016. 10 (10): p. 1404-1414.
- Rijksinstituut Voor Volksgezondheid En Milieu. Kennisnotitie: PFAS in lokaal voedsel in Nederland. 2026.
- Rijksinstituut Voor Volksgezondheid En Milieu. Handreiking voor de risicobeoordeling van arseen in de bodem voor de particuliere groenteteelt. GGD Informatieblad Medische Milieukunde. 2017.