Voedingscentrum.nl maakt gebruik van cookies. Waarom? Lees onze uitleg.
Menu
Zoek
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W Y Z
Encyclopedie A-Z

Bestrijdingsmiddelen

Bestrijdingsmiddelen (fungiciden, herbiciden, insecticiden, nematiciden en rodenticiden) zijn stoffen die gewassen beschermen tegen ziekten, plagen en onkruid. Op groente en fruit kunnen resten van bestrijdingsmiddelen zitten. 

Om te voorkomen dat iemand te veel binnenkrijgt, is er voor ieder bestrijdingsmiddel in de wet een maximale hoeveelheid vastgesteld die nog op groente en fruit mag zitten. De kans dat zo’n rest een gevaar voor de gezondheid vormt, is heel erg klein. 

De gezondheidsvoordelen van groente en fruit eten zijn groot. Dit weegt ruimschoots op tegen de mogelijke gezondheidsrisico’s van resten bestrijdingsmiddelen.

De Europese Commissie en ook Nederland wil het gebruik van bestrijdingsmiddelen tegen 2030 met de helft verminderen om het verlies aan biodiversiteit een halt toe te roepen en te bouwen aan een meer duurzaam voedselsysteem.

Bestrijdingsmiddelen zijn stoffen die gewassen beschermen tegen ziekten, plagen en onkruid.

Wat zijn bestrijdingsmiddelen?

Bestrijdingsmiddelen beschermen gewassen tegen ziekten, plagen en onkruid. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen verhoogt de opbrengst en kwaliteit van een product. Bestrijdingsmiddelen worden ook wel gewasbeschermingsmiddelen of pesticiden genoemd. 

Er zijn verschillende soorten bestrijdingsmiddelen:

Soort

Tegen

Fungiciden

Schimmels

Herbiciden

Onkruid

Insecticiden

Insecten

Nematiciden

Bodemaaltjes

Rodenticiden

Knaagdieren (zoals muizen en ratten)

De middelen worden onder andere gesproeid of verstoven boven de plant of als korrels over de aarde gestrooid. Ze zijn meestal niet afspoelbaar. Daardoor hoeft de teler niet na elke regenbui nieuwe middelen te gebruiken. Bestrijdingsmiddelen beschermen niet alleen tijdens de teelt, maar ook tijdens de opslag, verwerking en het transport.

Methoden voor gewasbescherming

Gewassen kunnen chemisch, biologisch of geïntegreerd beschermd worden:

  • Chemische bestrijdingsmiddelen bestaan uit één of meerdere werkzame stoffen gecombineerd met hulpstoffen. De werkzame stof is het bestanddeel dat de plantenziekte, plaag of het onkruid bestrijdt. Hulpstoffen zorgen ervoor dat het middel eenvoudig toegepast kan worden. Denk bijvoorbeeld aan oliën die ervoor zorgen dat bestrijdingsmiddelen beter door de plant worden opgenomen.
  • Biologische gewasbescherming bestaat uit de combinatie van het inzetten van natuurlijke vijanden (denk aan sluipwespen), bestrijdingsmiddelen van natuurlijke oorsprong en mechanische bestrijding, zoals wieden van onkruid. Biologisch geteelde gewassen kunnen een biologisch keurmerk krijgen.
  • Bij geïntegreerde gewasbescherming wordt in eerste instantie geprobeerd plantenziekten, plagen en onkruid te voorkomen. Als dat niet lukt worden biologische middelen en natuurlijke vijanden ingezet. Pas als dat ook niet werkt, worden er chemische middelen ingezet. Nederland is voorloper in de wereld als het gaat om geïntegreerde gewasbescherming.

Stappenplan geïntegreerde gewasbescherming

De eerste stap is voorzorgsmaatregelen nemen waardoor ziekten, plagen en onkruiden zoveel mogelijk worden voorkomen:

  • Goed uitgangsmateriaal
  • Rassenkeuze (resistentie)
  • Vruchtwisseling
  • Bedrijfshygiëne
  • Besmetting, irrigatie
  • Vanggewassen
  • Tussenteelt
  • Stimuleren van natuurlijke vijanden
De tweede stap is het verzamelen en interpreteren van de gegevens, zodat men kan beslissen of ingrijpen nodig is:
  • Waarschuwingssystemen voor schimmels en insecten
  • Vangplaten voor insecten
  • Bodemmonsters voor nematoden
De derde stap is directe maatregelen treffen als na waarnemen blijkt dat de voorzorgsmaatregelen onvoldoende zijn geweest:
  • Mechanische bestrijding
  • Biologische bestrijding, natuurlijke vijanden
  • Feromoonverwarring
  • Chemische bestrijding

Wat zijn de gezondheidseffecten van bestrijdingsmiddelen?

Resten bestrijdingsmiddelen mogen niet schadelijk zijn voor mensen. Daarom zijn er verschillende limieten vastgesteld voor de hoeveelheid bestrijdingsmiddel dat nog op groente en fruit mag zitten (lees daarover meer onder het kopje veiligheid).

Het kan in zeldzame gevallen voorkomen dat een consument groente of fruit eet waarin meer resten aan bestrijdingsmiddelen zitten dan de vastgestelde limiet. Zo’n overschrijding leidt alleen in uitzonderlijke gevallen tot echte gezondheidsklachten. 

Bij het vaststellen van de limieten worden namelijk grote veiligheidsmarges toegepast. In de meeste gevallen is de acute gezondheidslimiet 100 keer zo laag als het hoogste gehalte waarbij er nog geen nadelige effecten op de gezondheid van (proef)dieren waarneembaar zijn.

Ook gaat het uit van het meest ongunstige scenario. Dit betekent dat iemand een behoorlijk grote portie van juist dat ene product met het hoge gehalte moet eten. En daar komt nog bij dat de meting wordt uitgevoerd met de hele vrucht, inclusief de delen die je normaal niet eet, zoals de schil van een mandarijn. In die gevallen waarbij dus resten van bestrijdingsmiddelen worden aangetroffen, is het gezondheidsrisico in de meeste gevallen heel erg klein.

Het zeer kleine risico staat in schril contrast met het gezondheidsverlies door het eten van veel te weinig groente en fruit

Cumulatieve effecten

Mensen eten verschillende soorten voedsel waar verschillende stoffen op kunnen zitten. Ook kan één soort voedsel zoals fruit of groente behandeld zijn met meerdere bestrijdingsmiddelen. Mensen kunnen zo binnen korte tijd in aanraking komen met verschillende soorten bestrijdingsmiddelen. Er zijn bestrijdingsmiddelen die qua werking erg op elkaar lijken. Je hebt bijvoorbeeld een groep bestrijdingsmiddelen die allemaal werken op hetzelfde orgaan, bijvoorbeeld op de schildklier of het zenuwstelsel. 

Effecten die ontstaan door het binnenkrijgen van verschillende bestrijdingsmiddelen met vergelijkbare werking heten cumulatieve effecten. Wellicht zou je dan de bestrijdingsmiddelen die op precies dezelfde manier werken bij elkaar op moeten tellen. Soms wordt ook beweerd dat bestrijdingsmiddelen elkaar kunnen versterken (synergisme). Op dit moment worden cumulatieve effecten die ontstaan door het binnenkrijgen van verschillende bestrijdingsmiddelen niet meegewogen bij de toelating van bestrijdingsmiddelen. Wel vindt er volop onderzoek plaats naar deze effecten.

De  Europese voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) en het RIVM werken aan een risicobeoordeling om de cumulatieve effecten ook mee te nemen.

Stapelen in het lichaam

Stapelen betekent het opstapelen van bestrijdingsmiddelen in het lichaam, doordat het niet afbreekt. Veel mensen kennen van vroeger nog wel het insectenbestrijdingsmiddel DDT. Daarvan bleek dat het stapelt in het vet van je lichaam. In Europa is het gebruik van DDT nu dan ook verboden. Net als alle andere bestrijdingsmiddelen die kunnen opstapelen in het lichaam nu verboden zijn. Voordat een bestrijdingsmiddel wordt toegelaten, wordt ook naar het stapelen van het middel in het lichaam gekeken.

Hoe zit het met de veiligheid van bestrijdingsmiddelen?

Wetgeving

De toelating van bestrijdingsmiddelen is geregeld in Europese en Nederlandse wetgeving. In Nederland is dit de Wet Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Wgb). Ook staat duidelijk in de wet welke bestrijdingsmiddelen in welke hoeveelheden gebruikt mogen worden. Er zijn tussen de 200 en 250 stoffen toegelaten. Ze mogen alleen maar gebruikt worden als ze geen gevaar vormen voor de consument, het milieu en de gebruiker. Hiervoor bestaan verschillende normen. Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) is in Nederland verantwoordelijk voor de toelating van de middelen.

Normen voor de veiligheid

Door het gebruik van bestrijdingsmiddelen kunnen er resten achterblijven op de gewassen. Deze resten mogen niet schadelijk zijn voor mensen. Daarom bestaan er voor elk bestrijdingsmiddel de volgende normen:

  • De aanvaardbare dagelijkse inname (ADI). De ADI geeft de hoeveelheid van een bestrijdingsmiddel die je levenslang elke dag binnen mag krijgen zonder dat dit slecht is voor je gezondheid. Een bestrijdingsmiddel mag niet kankerverwekkend zijn. 
  • De acute referentiedosis (ARfD). De ARfD is een schatting van de hoeveelheid van een bestrijdingsmiddel die je binnen 24 uur kan innemen zonder dat dit slecht is voor je gezondheid.
  • De maximale residu limiet (MRL). De MRL geeft aan hoeveel van een bestrijdingsmiddel mag achterblijven op het product. De MRL moet zo laag zijn dat mensen de ADI en de ARfD niet overschrijden wanneer ze deze producten eten. Zelfs als ze heel veel eten mag de hoeveelheid van een rest bestrijdingsmiddel niet schadelijk zijn voor de gezondheid. 

Babyvoeding

Voor babyvoeding gelden de strengste normen. Er geldt bijna altijd een zogenoemde nultolerantie. Dat betekent dat er helemaal geen resten bestrijdingsmiddel aanwezig mogen zijn in babyvoeding. 

Glyfosaat

Glyfosaat is een bestrijdingsmiddel wat veel gebruikt wordt om onkruid te doden. Het wordt ook gebruikt bij de oogst van granen; door glyfosaat sterft het gewas af, waardoor het graan gemakkelijker te oogsten is. Het is ook bekend onder de merknaam Roundup.

Er is veel aandacht voor glyfosaat. Het International Agency for Research on Cancer (IARC) heeft glyfosaat als mogelijk kankerverwekkend aangeduid. Mede naar aanleiding hiervan zijn er vele (nieuwe) studies bekeken en geanalyseerd. De Europese voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) komt na uitvoerige analyse tot de conclusie dat de relatie van glyfosaat met kanker bij de huidige blootstelling onwaarschijnlijk is. In november 2017 is door de EU-landen besloten dat het product nog 5 jaar in Europa verkocht mag worden. 

Glyfosaat ligt ook onder het vergrootglas door de koppeling met de discussie rond genetisch gemodificeerde organismen. Het beschermen van planten tegen de schadelijke werking van glyfosaat is een van de meest toegepaste genetische modificering. 

Verder speelt de mogelijkheid van belasting van de drinkwatervoorziening vanuit het oppervlaktewater een rol in de discussie. Om deze belasting terug te dringen is het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen zoals glyfosaat op stoepen, wegen en fietspaden ingeperkt.

Controle en handhaving door de NVWA

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert continu op de aanwezigheid van resten bestrijdingsmiddelen op groente en fruit. Jaarlijks worden er een paar duizend monsters op de Nederlandse markt, in supermarkten en van importproducten geanalyseerd op de aanwezigheid van resten. Steekproefsgewijs worden ook dierlijke producten hierin meegenomen. Via veevoer kunnen namelijk ook resten bestrijdingsmiddelen in vlees, vis of zuivel terechtkomen. Er wordt meer bemonsterd op producten waarvan wordt verwacht dat er meer bestrijdingsmiddelen op zitten. Dit heet risicogerichte screening. Zo worden geïmporteerde producten uit een aantal niet-Europese landen extra in de gaten gehouden. Over het algemeen kan gesteld worden dat 98% van de producten voldoet aan de wettelijke eisen. Het aantal overschrijdingen is dus gering. 

Controle door het bedrijfsleven

In Nederland worden ook controles door het bedrijfsleven zelf uitgevoerd. Dit wordt gedaan in verband met diverse kwaliteitsstandaarden. In Nederland is er het monitoringssysteem van Stichting Food Compass die bij veel groothandels en importeurs onafhankelijke risicogerichte controles uitvoert. In alle gevallen moeten normoverschrijdingen bij de NVWA gemeld worden. 

Overschrijdingen

Als de NVWA overschrijdingen vindt van de MRL, dan onderneemt ze actie. Kleine overschrijdingen leiden meestal tot een boete. Een overschrijding van de MRL is meestal niet schadelijk voor de gezondheid. Maar soms komt het voor dat de ARfD wordt overschreden. Dat betekent dat de overschrijding wel schadelijk kan zijn voor de gezondheid. In dat geval wordt de partij uit de markt genomen. In een zeldzaam geval komt het voor dat de partij al is verkocht, omdat het een tijdje duurt voordat de analyses zijn uitgevoerd. In die situaties beoordeelt de NVWA ook de gezondheidsrisico’s voor de consumenten en wordt het internationaal gemeld, zodat zowel de overheid als het bedrijfsleven extra op kan letten of vergelijkbare overtredingen niet nogmaals plaatsvinden.

Tot nu toe worden alleen incidentele overschrijdingen gevonden van de ARfD. De ADI wordt met resten van bestrijdingsmiddelen in voedsel nooit overschreden.

Wat is het voedingsadvies?

De kans is heel klein dat je te veel van een bestrijdingsmiddel binnenkrijgt. Het advies geldt om elke dag 250 gram groente en 200 gram fruit te eten. De gezondheidsvoordelen van groente en fruit eten zijn groot. Dit weegt ruimschoots op tegen de mogelijke gezondheidsrisico’s van resten bestrijdingsmiddelen.

Schillen of wassen

Het is niet nodig groente en fruit te schillen of te wassen om de resten van bestrijdingsmiddelen te verwijderen. Veel bestrijdingsmiddelen trekken verder het product in dan de schil. Bovendien is er in de wet rekening mee gehouden dat je de hele vrucht eet. Wassen van groente en fruit is wel belangrijk om vuil en stof (met daaraan eventueel ziekmakende bacteriën) te verwijderen.

Groente en fruit zonder bestrijdingsmiddel 

De kans op resten bestrijdingsmiddelen is het kleinst in Nederlandse en biologische producten.

Bij biologische groente en fruit worden zoveel mogelijk andere methoden van bestrijding gebruikt dan bestrijdingsmiddelen. Voor onkruidbestrijding is geen enkel bestrijdingsmiddel toegestaan. Hiervoor gebruikt men mechanische bestrijding, zoals wieden van onkruid. Alleen voor het bestrijden van ziekten en plagen zijn een beperkt aantal middelen toegestaan. Ze worden pas ingezet als andere methoden zoals de gewaskeuze, het wisselen van gewassen of gebruik van natuurlijke vijanden. Deze middelen moeten van natuurlijke oorsprong zijn, maar kunnen wel chemisch zijn. 

Biologische producten zijn te herkennen aan biologische keurmerken, zoals Europees biologisch, Demeter of EKO.

Voor je gezondheid maakt het niet veel uit of je biologisch of reguliere groente en fruit eet. Beiden moeten aan strenge wetgeving voldoen zodat resten bestrijdingsmiddelen geen risico voor de gezondheid vormen.

Wat zijn de duurzaamheidsaspecten?

Bestrijdingsmiddelen worden op akkers, boomgaarden of weilanden gebruikt en kunnen door verspreiding in het milieu effect op de omgeving, zoals het bodemleven of het oppervlaktewater hebben. Vaak is bijvoorbeeld een insecticide niet alleen effectief tegen het bewuste insect, maar doodt het ook andere insecten.

In de biologische sector worden minder bestrijdingsmiddelen ingezet. De middelen die gebruikt worden, zijn van natuurlijke oorsprong. Ze zijn gunstiger voor het milieu. 

Bijensterfte

Er is veel discussie over de groep neonicotinoïden. Deze groep wordt gebruikt tegen insecten en is verwant aan nicotine. Wanneer deze stoffen in bestrijdingsmiddelen worden gebruikt, verspreiden ze zich via sapstromen door de hele plant. Ze komen ook in pollen en nectar terecht, waardoor bijen eraan kunnen worden blootgesteld als de plant in bloei staat. Daarnaast kunnen bijen met neonicotinoïden in aanraking komen via door bladluizen geproduceerde honingdauw.

De EFSA heeft in 2018 het risico van neonicotinoïden op bijen bevestigd. De laatste jaren zijn de toelatingen van neonicotinoïden sterk ingeperkt. 

Meer informatie

De NVWA controleert of ondernemers zich aan de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden houden.

Het RIVM onderzoekt de risico's van bestrijdingsmiddelen.

College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden: www.ctgb.nl

Onderzoek Voedingscentrum naar de perceptie van consumenten naar voedselveiligheid (pdf, 1,1 MB): consumenten schatten de gezondheidsrisico's van bestrijdingsmiddelen onterecht hoog in.