Om te komen tot referentievoedingen voor de verschillende leeftijdsgroepen voor de eetvoorkeur met vlees en vis, zijn er 2 stappen doorlopen: optimalisatie en het vertalen van deze oplossingsrichtingen naar de adviezen Schijf van Vijf. Die adviezen zijn de referentievoedingen voor alle leeftijdsgroepen, zwangeren en personen die borstvoeding geven.
Resultaten optimalisatie
Voor de eetvoorkeur met vlees en vis zijn optimalisaties uitgevoerd voor alle leeftijdsgroepen, inclusief zwanger en borstvoeding gevend. Zie voor een overzicht van de resultaten tabel 1 in de Excel bij eetvoorkeur met vlees en vis.
Tijdens het optimalisatieproces zijn beperkende randvoorwaarden versoepeld om tot een optimalisatieresultaat te kunnen komen. Deze aanpassingen zijn doorgevoerd voor de leeftijdsgroepen 1-3 jaar, 4-9 jaar, 10-12 jaar, 13-17 jaar (zowel jongens als meiden) en bij volwassen vrouwen van 70 jaar en ouder. De meeste beperkende randvoorwaarden kwamen voor bij de 1-3 jarige kinderen. Bij vrouwen van 70 jaar en ouder was enkel broeikasgas een beperkende randvoorwaarde.
In de rapportage van het RIVM (rapportage verwacht zomer 2026) is meer informatie te vinden over alle details. Zoals vermeld op de pagina Vertaling en toetsingsmodule heeft het Voedingscentrum de resultaten van de praktische vertaling in de toetsingsmodule, altijd getoetst tegen de oorspronkelijke randvoorwaarden, niet tegen de versoepelde randvoorwaarden.
Hoewel het optimalisatiemodel ernaar streeft een oplossing te vinden die zo dicht mogelijk bij de huidige voedselconsumptie ligt, wijken de optimalisatieresultaten vanwege de geldende randvoorwaarden behoorlijk af van de huidige consumptie. We weten bijvoorbeeld dat ongeveer 2/3 deel van onze energie uit voedingsmiddelen komt die niet in de Schijf van Vijf staan [1]. Dit is door de gestelde randvoorwaarden teruggebracht tot maximaal 15 energieprocent.
Resultaten toetsingsmodule
Nadat de optimalisaties uitgevoerd zijn, zijn de resultaten praktisch vertaald met de toetsingsmodule. De optimalisatieresultaten zijn de basis geweest om tot het voedingspatroon voor volwassenen te komen en daaruit zijn de referentievoedingen voor kinderen, zwangere en personen die borstvoeding geven afgeleid. Hieronder bespreken we per productgroep onze overwegingen. Zie voor een overzicht van de hoeveelheden waarmee we in de toetsingsmodule hebben gerekend tabel 2 in de Excel bij eetvoorkeur met vlees en vis.
Algemene uitgangspunten die we aangehouden hebben zijn:
- Bij volwassenen: waar mogelijk niet al te grote verschillen tussen mannen en vrouwen, zodat er binnen een huishouden geen compleet andere menusamenstellingen ontstaan.
- Bij zwangerschap en borstvoeding: zorgen voor een logische aansluiting op de adviezen voor vrouwen 18-50 jaar.
- Bij kinderen: een logische opbouw richting volwassenheid, waarbij we vanuit haalbaarheidsoogpunt de totale hoeveelheid vast voedsel niet te hoog wilde laten worden. Een belangrijke basis is onze gekozen vertaalslag van de Richtlijnen goede voeding voor kinderen.
Groente
Volwassenen
De optimalisatieresultaten voor volwassenen laten een variatie in groente zien van 220-300 gram zien. Hierbij ligt de hoeveelheid groente voor vrouwen voornamelijk aan de onderkant en die van mannen aan de bovenkant van deze range. In de adviezen van 2016 raden we 250 gram groenten aan. De uitkomsten van de optimalisatie geven geen aanleiding om deze hoeveelheid aan te passen.
Voor mannen is voor het berekenen van de referentievoedingen de hoeveelheid groente gelijk over de groentegroepen op level 4 verdeeld. Voor vrouwen is in de berekeningen gerekend met de helft groene bladgroente en de overige groentegroepen op level 4 zijn gelijk verdeeld.
Deze indeling is gemaakt, zodat de hoeveelheid vitamine A en ijzer in de referentievoedingen hoger uitkwam voor de vrouwen. Beide nutriënten waren aan de krappe kant of te laag ten opzichte van de norm. Het advies voor groente blijft om te variëren, waarbij er voor vrouwen geldt dat er regelmatig gekozen kan worden voor groene bladgroente.
Zwanger en borstvoeding
Tijdens de zwangerschap en de borstvoedingsperiode gelden een aantal andere voedingsnormen, waardoor de optimalisatieresultaten afwijkend zijn van die voor vrouwen 18-50 jaar. Maar wij vinden het niet wenselijk om een totaal ander voedingspatroon te adviseren in het kader van haalbaarheid. Voor groente is daarom besloten om dezelfde hoeveelheid aan te houden als voor volwassenen.
Kinderen
Voor de allerjongste groep is gerekend met een hoeveelheid van 75 gram groente per dag. Deze hoeveelheid ligt lager dan de vooraf vertaalde randvoorwaarden op groente vanuit de Richtlijnen Goede Voeding. Maar de hoeveelheid vast voedsel werd erg hoog voor deze groep. Met onze lagere hoeveelheid, is de nutriëntvoorziening nog steeds voldoende.
sluiten
Fruit
Volwassenen
De optimalisatieresultaten komen voor alle volwassen leeftijdsgroepen uit op 200 gram fruit per dag. Met uitzondering van vrouwen voor 70+ jaar, hier is het 270 gram. We hebben ervoor gekozen om verder te rekenen met 200 gram fruit per dag (ook voor vrouwen van 70 jaar en ouder in het kader van uniformiteit), omdat dit aansluit bij het grootste deel van de optimalisatieresultaten.
Voor het doorrekenen van de referentievoedingen is gerekend met 180 gram onbewerkt fruit en 20 gram bewerkt fruit, denk aan bijvoorbeeld gedroogd fruit. Ons huidige advies is om hier maximaal een handje van te nemen. De 200 gram kan ook geheel ingevuld worden met onbewerkt fruit.
Zwanger en borstvoeding
Voor zwangeren in het eerste trimester geldt dezelfde aanbeveling voor fruit als voor niet-zwangeren.
Voor zwangeren in het laatste trimester hebben we dit opgehoogd naar 300 gram. Deze groep heeft namelijk meer energie nodig, wat bij voorkeur uiteraard met gezonde producten wordt ingevuld. Deze hoeveelheid sluit daarnaast aan op de adviezen voor tijdens het geven van borstvoeding. In verband met een hogere norm voor vitamine C, is voor personen die borstvoeding geven gerekend met 300 gram fruit. De optimalisatieresultaten laten ook duidelijk een hogere hoeveelheid fruit zien voor deze groep.
Kinderen
Voor kinderen geldt dat we gekozen hebben voor de fruitaanbeveling niet lager te gaan dan onze huidige aanbeveling van 150 gram per dag. De VCP laat zien dat ook de jongste groep van 1-3 jarigen deze hoeveelheid fruit eet [2].
sluiten
Brood, droge producten en ontbijtgranen
Volwassenen
Voor volwassenen komen de optimalisatieresultaten uit op 165-230 gram brood, droge producten en ontbijtgranen per dag. Bij mannen bestond dit verhoudingsgewijs meer uit ontbijtgranen en bij vrouwen meer uit brood. Waarschijnlijk omdat ontbijtgranen energiedichter zijn dan brood.
In vergelijking met de huidige consumptie ligt de hoeveelheid brood en graanproducten voor de meeste leeftijdsgroepen hoog. Mannen eten gemiddeld 160 gram brood en graanproducten per dag en vrouwen 118 gram [2]. Daarom is waar mogelijk de hoeveelheid brood en graanproducten naar beneden bijgesteld in de toetsingsmodule. Daarbij hebben we ervoor gekozen om de hoeveelheid ontbijtgranen terug te brengen tot een portie van 35 gram vanwege haalbaarheid. Ondanks dat de uitkomsten lager liggen dan de optimalisatieresultaten, zijn ze nog steeds hoger dan de huidige consumptie, om te komen tot een eetpatroon dat voorziet in voldoende jodium, vezels en energie.
Zwanger en borstvoeding
Voor zwangeren in het eerste trimester geldt dezelfde aanbeveling voor brood, droge producten en ontbijtgranen als voor niet-zwangeren. Omdat de energiebehoefte richting het laatste trimester toeneemt, ligt de hoeveelheid in het laatste trimester 70 gram (2 porties) hoger. Deze hoeveelheid sluit daarnaast aan op de adviezen voor tijdens het geven van borstvoeding. Naast een hogere norm voor jodium tijdens het geven van borstvoeding, is er sprake van een hogere energiebehoefte. Onder andere deze productgroep gebruiken we om de hogere energiebehoefte in te vullen en daarmee ook de hogere behoefte aan energie-afhankelijke nutriënten, zoals vezel.
Kinderen
Voor de leeftijdsgroepen 1-3 jaar en 4-9 jaar is met een aangepaste portie ontbijtgranen gerekend, respectievelijk de helft en driekwart van een volwassenportie gerekend, omdat deze jongere groepen minder eten.
sluiten
Pasta, noedels, rijst en aardappelen
Volwassenen
Voor volwassenen zien we grote verschillen tussen de optimalisaties voor mannen (65-200 gram) en vrouwen (130-170 gram). Bij mannen zit er een grote variatie tussen de uitkomsten van de lineaire (loopt op met leeftijd) en kwadratische (loopt af met leeftijd) optimalisatie. Bij vrouwen zien we een afloop in de hoeveelheid volkoren granen en aardappelen naarmate ze ouder worden.
De verdeling tussen pasta, rijst en aardappelen verschilt ook tussen de geslachten en optimalisaties. De resultaten van de lineaire optimalisatie bevatten (bijna) geen rijst en voor mannen voornamelijk aardappels, terwijl dit bij vrouwen voornamelijk uit pasta bestaat. De kwadratische optimalisatie laat bij de jongere volwassenen een ongeveer gelijke verdeling over de productgroepen zien.
Door keuzes die we hebben gemaakt in de andere productgroepen (brood en graanproducten lager dan de optimalisatiehoeveelheden) ontstaat er een tekort aan energie. Deze groep is onder andere gebruikt om het ontstane energiegat te dichten. Hierdoor komen de adviezen hoger uit dan de optimalisatieresultaten voor 18-50 jarigen.
De energiebehoefte loopt af met leeftijd. Dit zien we ook terug in de aanbevolen hoeveelheden, die aflopen met 50 gram per leeftijdsgroep. Voor de verdeling tussen pasta, rijst en aardappelen hebben we de verdeling binnen de huidige consumptie aangehouden, waar iets meer dan de helft van de consumptie uit aardappelen bestaat [2]. Gevolgd door pasta en waar rijst het kleinste deel van de consumptie vormt. Dit hebben wij in de toetsingsmodule vertaald door uit te gaan van 4 keer per week aardappelen, 2 keer pasta en 1 keer rijst. Dit heeft ook positieve gevolgen voor de broeikasgasuitstoot, die het hoogste is voor rijst.
Zwanger en borstvoeding
Voor zwangeren in het eerste trimester geldt dezelfde aanbeveling voor pasta, noedels, rijst en aardappelen als voor niet-zwangeren.
Omdat de energiebehoefte richting het laatste trimester toeneemt, ligt de hoeveelheid in het laatste trimester 50 gram hoger. Deze hoeveelheid sluit aan op de adviezen voor tijdens het geven van borstvoeding. Ook voor deze groep is gerekend met een hoeveelheid van 250 gram pasta, noedels, rijst en aardappelen. Hiermee vullen we de hogere energiebehoefte in en daarmee ook de hogere behoefte aan energie-afhankelijke nutriënten, zoals vezel.
Kinderen
Hoewel de optimalisatieresultaten voor de jongste 2 groepen geen rijst laten zien, is dezelfde verdeling aangehouden als bij volwassenen. We zien wel dat arseen een probleem is bij deze jongste leeftijdsgroepen. Dit komt niet alleen door het toevoegen van rijst, want ook zonder rijst blijft arseen (te) hoog. We gaan hier verder op in bij de aandachtspunten voor voedselveiligheid.
sluiten
Peulvruchten, tofu en tempé
Volwassenen
De optimalisatieresultaten voor mannen komen uit op 43 gram per dag. Voor vrouwen varieert het tussen 36 en 43 gram per dag. De optimalisatie kiest voor het grootste deel van de optimalisaties voor de door ons gestelde bovengrens van 43 gram (300 gram per week). In de Richtlijnen goede voeding wordt aangegeven dat er vanaf 250 gram peulvruchten gunstige effecten op het risico op chronische ziekten worden gezien.
Momenteel consumeren volwassenen gemiddeld 52 gram peulvruchten per week [2]. Dit ligt een stuk lager dan het minimum van 250 gram per week. Daarom hebben wij gekozen om de hoeveelheid peulvruchten in de toetsingsmodule te beperken tot 250 gram. Uit de optimalisatieresultaten kwamen voornamelijk onbewerkte peulvruchten. In de toetsingsmodule hebben we gekozen voor een gelijke verdeling over de verschillende bronnen van peulvruchten: onbewerkt, bewerkt en tofu en tempé. Dit sluit aan bij onze adviezen om ook binnen productgroepen te variëren.
Zwanger en borstvoeding
De hoeveelheid peulvruchten, tofu en tempé is voor personen die zwanger zijn of borstvoeding geven gelijk gehouden. Bovenstaande onderbouwing geldt ook voor deze groep.
Kinderen
Voor 1-3 jarigen is gekozen voor de helft van de hoeveelheid van een volwassenen en voor 4-9 jarigen is gekozen voor driekwart van de hoeveelheid van een volwassenen in overeenstemming met onze uitgangspunten voor de vertaling van de Richtlijnen goede voeding naar kinderen.
sluiten
Vis en schaal- en schelpdieren
Volwassenen
Voor volwassenen komen alle optimalisatieresultaten uit op 15 gram vis per dag, in een verhouding van 3x vette vis staat tot 1x magere vis. Dit is een vooraf ingegeven vaste hoeveelheid waar het optimalisatiemodel niet van af kon wijken, omdat de Gezondheidsraad 100 gram duurzame vis per week aanbeveelt, bij voorkeur een vette soort [3]. Gezien de lage huidige consumptie [2] hebben we ervoor gekozen om niet met schaal- en schelpdieren te rekenen. Daarnaast bevat deze groep relatief veel voedingscholesterol [3]. Vandaar dat we consumenten adviseren om af te wisselen tussen magere vis en schaal- en schelpdieren.
Zwanger en borstvoeding
Voor zwangeren geldt een hogere aanbeveling voor vis. Vandaar dat er gerekend is met 30 gram vis per dag, oftewel 200 gram per week, in de verhouding 1x vette vis staat tot 1x magere vis [4]. Voor personen die borstvoeding geven is gerekend met 15 gram vis per dag. Voor beide doelgroepen geldt dat de gestelde randvoorwaarde geen ruimte voor meer of minder vis gaf.
Kinderen
We zagen bij 1-3 jarige kinderen dat het houden aan onze algemene uitgangspunten leidde tot een tekort aan EPA en DHA. Dit komt ook uit de optimalisatieresultaten. Daar is de randvoorwaarde op EPA en DHA versoepeld voor deze groep, om tot een optimalisatieresultaat te kunnen komen (rapportage RIVM, verwacht zomer 2026).
In de toetsingsmodule hebben wij de hoeveelheid vis opgehoogd totdat er voldaan werd aan de voedingsnorm voor EPA en DHA. Vandaar dat deze jonge groep verhoudingsgewijs al vrij hoog in vis zit. De 4-9 jarige kinderen haalden met een hoeveelheid vis van 75% van de hoeveelheid voor volwassenen wel de voedingsnorm voor EPA en DHA.
sluiten
Vlees
Volwassenen
Voor de hoeveelheid totaal vlees laten de optimalisatieresultaten voor volwassenen een wisselend beeld zien. Voor vrouwen komen alle optimalisaties tot 30 à 35 gram vlees per dag. Voor mannen zit er meer variatie in de resultaten. De kwadratische resultaten komen voor alle leeftijden uit rond de 30 gram. De lineair resultaten starten bij 100 gram en lopen af tot 80 gram voor de oudste mannen. Voor zowel vrouwen als mannen komt er 14 gram rood vlees uit de optimalisatie, met uitzondering van de lineaire resultaten voor mannen 18-50 jaar. Dit is gelijk aan het in de randvoorwaarde gestelde minimum. De rest van het vlees bestaat uit wit vlees.
We hebben gezien onze algemene uitgangspunten ervoor gekozen om gelijke hoeveelheden vlees aan te bevelen voor alle leeftijden en geslachten. Hiervoor zijn we uitgegaan van de hoeveelheid vlees die aansluit bij de meeste optimalisatieresultaten en dit afgerond naar hele porties. Dit komt uit op 3 porties van 100 gram onbereid vlees, bestaande uit 1 portie rood vlees en 2 porties wit vlees.
Voor het berekenen van de referentievoedingen is de hoeveelheid rood vlees gelijk over de groepen ‘rund en lam onbewerkt’ en ‘varken onbewerkt’ op level 4 verdeeld. Er is voor gekozen om niet te rekenen met de groep ‘rood vlees overig onbewerkt’, omdat deze bestond uit vlees dat niet tot nauwelijks geconsumeerd wordt (struisvogel, paard, haas en ree).
Zwanger en borstvoeding
Voor personen die zwanger zijn of borstvoeding geven zagen wij geen reden om af te wijken van de bovenstaande onderbouwing en hoeveelheden.
Kinderen
Voor 1-3 jarigen is gekozen voor de helft van de hoeveelheid van een volwassene en voor 4-9 jarigen is gekozen voor driekwart van de hoeveelheid van een volwassene in overeenstemming met onze uitgangspunten voor de vertaling van de Richtlijnen goede voeding naar kinderen.
sluiten
Ei
Volwassenen
De optimalisatie resultaten voor alle vrouwen liggen rond de 30 gram per dag. Voor mannen zien we dat de hoeveelheid vlees in het voedingspatroon invloed heeft op de hoeveelheid ei. De resultaten met een hoge hoeveelheid vlees bevatten ongeveer 20 gram ei. De resultaten met minder vlees liggen hoger voor ei, rond de 35 gram. Wanneer deze hoeveelheden worden afgerond naar hele eieren per week kom je voor vrouwen uit op 4 eieren en voor mannen op 5 eieren per week.
Met de andere aanpassingen die we hebben doorgevoerd in de vertaling ten opzichte van de optimalisatieresultaten leidt het toevoegen van deze hoeveelheid eieren tot het overschrijden van de randvoorwaarde op cholesterol. Daarom hebben we het aantal eieren naar beneden bijgesteld. Vrouwen komen hiermee op 2 eieren wanneer ze 70 jaar of ouder zijn en 3 eieren wanneer ze jonger zijn dan 70 jaar en mannen op 4 eieren.
Zwanger en borstvoeding
De hoeveelheid eieren voor personen die zwanger zijn of borstvoeding geven is gelijk aan de hoeveelheid eieren die geadviseerd wordt aan vrouwen 18-50 jaar. Hierbij geldt de bovenstaande onderbouwing.
Kinderen
De optimalisatieresultaten laten geen ei zien voor alle kind-groepen. Dit vonden wij geen wenselijke uitkomst. Bij het toevoegen van ei binnen de toetsingsmodule is met name gekeken of de randvoorwaarde op cholesterol niet overschreven werd. Dit heeft geresulteerd in de hoeveelheid eieren zoals vermeldt in tabel 2 van de Excel bij eetvoorkeur met vlees en vis.
sluiten
Noten, zaden en pitten
Volwassenen
De optimalisatieresultaten komen voor alle leeftijden en geslachten uit op 30 gram. Deze hoeveelheid is overgenomen in de toetsingsmodule. Voor de referentievoedingen is gerekend met 20 gram onbewerkte noten en 10 gram bewerkte noten (notenpasta’s), omdat de gewogen gemiddelde samenstelling van onbewerkte noten meer selenium bevat dan van bewerkte noten. Selenium blijft namelijk een aandachtspunt in de advisering, omdat selenium onder de norm blijft voor veel doelgroepen.
Zwanger en borstvoeding
De hoeveelheid noten, zaden en pitten voor personen die zwanger zijn of borstvoeding geven is gelijk gehouden met de hoeveelheid die geadviseerd wordt aan vrouwen 18-50 jaar.
Kinderen
Voor de 1-3 jarigen is gerekend met 17,5 gram noten, wat een range van 15-20 gram noten geeft. Dit is een boterham dun besmeerd met 100% pindakaas of notenpasta (jongste kinderen of kleine eters) of een boterham standaard besmeerd met 100% pindakaas of notenpasta (oudste kinderen of grote eters).
Voor 4-9 jarigen is gerekend met 22,5 gram noten, wat een range van 20-25 gram noten geeft. Dit staat gelijk aan een boterham standaard besmeerd met 100% pindakaas of notenpasta (jongste kinderen waarbij ouders mogelijk nog geen handje noten durven te geven) of een handje noten van 25 gram (oudste kinderen of grote eters).
sluiten
Zuivel, zuivelalternatieven en kaas
Volwassenen
Voor vrouwen komen alle optimalisatieresultaten uit op het gestelde minimum van 250 gram zuivel. Ditzelfde geldt voor kaas: daar komen bijna alle optimalisaties tot 14 gram kaas, behalve vrouwen 18-50 jaar kwadratisch. Bij zuivelalternatieven is er meer variatie in de optimalisatieresultaten te zien, namelijk 140-260 gram. Waar de hoogste hoeveelheden voor vrouwen van 70+ zijn.
Voor mannen zien we zowel voor zuivel als zuivelalternatieven veel variatie in de resultaten: respectievelijk 310-365 gram en 50-345 gram. Er is geen duidelijk verband tussen de hoeveelheid zuivel en alternatieven zichtbaar. Ook de hoeveelheid kaas varieert tussen de verschillende leeftijden en optimalisatieresultaten voor mannen, namelijk 14-38 gram.
Na het uitkomen van de Richtlijnen goede voeding in december 2025 hebben we de minimale hoeveelheden zuivel en kaas die we als randvoorwaarde hadden gesteld heroverwogen, ondanks dat deze al opgesteld waren op basis van de conceptrichtlijnen en er geen verandering in advies was. Hierbij zijn wij tot de conclusie gekomen dat deze minimale hoeveelheden omlaag konden. Dit is wenselijk vanuit duurzaamheidsoogpunt [3]. Daarbij was het vertalen van de eerder gestelde minima in logische porties lastig.
Uiteindelijk hebben we besloten om in de toetsingsmodule uit te gaan van 100 gram vloeibaar dierlijk zuivel, 100 gram dik vloeibaar dierlijk zuivel (= 1 glas zuivel of een ruim schaaltje) en 20 gram kaas per dag (= 1 belegde boterham met de kaasschaaf). Op deze manier kunnen consumenten elke dag 2 porties zuivel nemen, waarbij er dagelijks ruimte is voor kaas. Deze laatste keuze is met name gedreven door huidige voedselconsumptie. Omdat het advies is te variëren tussen de soorten zuivel, is er gerekend met half vloeibaar, zoals melk, en half dikvloeibare zuivel, zoals yoghurt.
Deze hoeveelheden zuivel en kaas hebben we aangevuld met plantaardig zuivel om te borgen dat elke doelgroep voldoende calcium binnenkrijgt. De hoeveelheid plantaardig zuivel is naar boven afgerond in logische porties. Voor de oudere leeftijdsgroepen is het advies om 250 gram (mannen vanaf 70 jaar) of 300 gram (vrouwen vanaf 51 jaar) dierlijk zuivel te consumeren in verband met de hogere calciumbehoefte en om te voorzien in voldoende jodium, aangezien de hoeveelheid brood naar beneden gaat voor deze groepen.
Zwanger en borstvoeding
Bij deze doelgroepen is de hoeveelheid kaas en zuivelalternatieven hetzelfde als voor niet-zwangeren.
Voor zuivel is de aanbeveling hoger dan voor vrouwen 18-50 jaar oud. De belangrijkste drijfveer hierachter is jodium. Deze norm ligt hoger voor personen die zwanger zijn of borstvoeding geven. Vandaar dat de aanbeveling op 350 gram dierlijk zuivel uitkomt in plaats van op de 200 gram dierlijk zuivel die geldt voor vrouwen van 18-50 jaar.
Kinderen
Voor de 1-3 jarigen is gerekend met 12,5 gram kaas, wat neerkomt op 10 gram zachte kaas voor de jongste kinderen of kleine eters (dun besmeerde boterham) en 15 gram kaas voor de oudste kinderen of grote eters in deze groep (normaal besmeerde boterham).
Voor deze groep geldt specifiek de aanbeveling om zachte kaas te nemen vanwege de hoeveelheid zout in harde kaas. Harde kaas kan zo af en toe gekozen worden. Vanaf 4 jaar is er gerekend met zowel harde als zachte kaas, waarbij het mogelijk was om dezelfde hoeveelheid aan te houden als voor volwassenen. Dit komt neer op 1 boterham belegd met kaasschaaf geschaafde kaas, oftewel 20 gram per dag.
Voor zuivel is vanaf 1-3 jarige leeftijd dezelfde hoeveelheid aangehouden als voor volwassenen. Op deze manier is geborgd dat de voedingsnorm voor jodium (grotendeels; zie de aandachtspunten hieronder) gehaald wordt. Dit is aangevuld met een hoeveelheid zuivelalternatief, om voldoende calcium binnen te krijgen. Hierbij is kon uitgegaan worden van de eerdergenoemde opbouw van 50% van de hoeveelheid voor volwassenen voor 1-3 jarigen en 75% van de hoeveelheid voor volwassenen voor 4-9 jarigen.
sluiten
Oliën en vetten
Volwassenen
De optimalisatie komt voor vrouwen tot ongeveer 20 gram oliën en vetten. Voor mannen zit er meer variatie in de resultaten, namelijk 35-50 gram. Om de hoeveelheid oliën en vetten te bepalen hebben we niet gekeken naar de optimalisatieresultaten, maar zijn we uitgegaan van het besmeren van elke boterham (6 gram/boterham) aangevuld met 20 gram olie en bereidingsvet voor het bereiden van maaltijden, gelijk verdeeld over deze productgroepen. Voor vrouwen 70+ is dit laatste 15 gram, om binnen de gestelde randvoorwaarde voor vet te blijven.
Zwanger en borstvoeding
De bovenstaande hoeveelheden en onderbouwing geldt ook voor personen die zwanger zijn of borstvoeding geven.
Kinderen
Voor kinderen is dezelfde redenatie aangehouden als voor volwassenen: elke boterham wordt besmeerd met 6 gram smeervet. Voor het gebruik van olie en bereidingsvet bij de warme maaltijd is uitgegaan van eerdergenoemde opbouw: 50% van de hoeveelheid voor volwassenen voor 1-3 jarigen, wat neerkomt op 10 gram. En 75% van de hoeveelheid voor volwassenen voor 4-9 jarigen, wat neerkomt op 15 gram.
sluiten
Dranken
Volwassenen
De optimalisatieresultaten voor volwassenen variëren tussen de 750 en 1700 milliliter per dag. Met de laagste hoeveelheid voor vrouwen van 70 jaar en ouder en hoogste voor mannen en vrouwen van 18-50 jaar. De hoeveelheid dranken bestaat bij vrouwen voor het grootste deel uit water en thee, aangevuld met een klein kopje tot geen koffie. Mannen hebben iets meer ruimte voor koffie.
In de toetsingsmodule zijn we niet uitgegaan van de optimalisatieresultaten maar hebben we de hoeveelheid vocht aangeraden door EFSA [5] als uitgangspunt genomen. Belangrijkste argument hiervoor is, dat er behoorlijk wat wijzigingen aangebracht zijn in het kader van haalbaarheid ten opzichte van de optimalisatieresultaten, waardoor de hoeveelheid vocht uit vast voedsel anders is. Om te komen tot onze vochtaanbeveling hebben we gekeken naar hoeveel vocht er komt uit vast voedsel, zuivel, zuivelalternatieven, thee, koffie en dranken die niet in de Schijf van Vijf staan. Deze hoeveelheid is aangevuld met water tot de minimale hoeveelheid vocht aangeraden door EFSA gehaald wordt.
Dit heeft tot gevolg dat we op een lagere minimale hoeveelheid dranken uitkomen dan uit de optimalisatieresultaten volgt. Omdat vochtbehoefte van vele factoren afhankelijk is, denk aan hoeveel groente en fruit je eet, lichamelijke activiteit of warm weer, gaat het hier om een minimale hoeveelheid vocht.
De hoeveelheid koffie waar we in de toetsingsmodule mee hebben gerekend is gebaseerd op de gemiddelde consumptie per geslacht. Dit is niet verder gespecificeerd per leeftijd. Voor mannen is dit 500 milliliter (4 kopjes) en voor vrouwen 250 milliliter (2 kopjes). We hebben hier gekozen om af te wijken van de optimalisatieresultaten in het kader van haalbaarheid. Daarnaast zien we vanuit gezondheidsoogpunt geen reden om deze hoeveelheden naar beneden bij te stellen. Het drinken van koffie heeft echter wel implicaties voor de broeikasgasuitstoot en de hoeveelheid acrylamide in een voedingspatroon, zie de aandachtspunten voor de advisering voor voedselveilig.
Zwanger en borstvoeding
Omdat voor personen die zwanger zijn of borstvoeding geven een hogere vochtaanbeveling geldt [5], is er gerekend met een hogere hoeveelheid dranken. Maar deze beide groepen halen ook meer vocht uit de vaste voeding. Denk bijvoorbeeld aan de hoeveelheid fruit die hoger is voor het derde trimester in de zwangerschap en bij het geven van borstvoeding. Voor koffie is gerekend met 1 kop koffie per dag voor beide doelgroepen. Dit is de helft van de hoeveelheid voor 18-50 jarige vrouwen. Deze hoeveelheid zit aan de veilige kant.
Het advies is om maximaal 2 kopjes koffie te nemen vanwege cafeïne. Als je daarbij andere producten met cafeïne gebruikt (zoals bijvoorbeeld thee, wat ook in onze adviezen meegenomen is), is het advies om minder koffie te gebruiken [6]. Vandaar dat besloten is om in de toetsingsmodule met 125 milliliter koffie te rekenen voor personen die zwanger zijn of borstvoeding geven.
Kinderen
Voor kinderen is hetzelfde uitgangspunt aangehouden als voor volwassenen: Om te komen tot onze vochtaanbeveling hebben we gekeken naar hoeveel vocht er uit vast voedsel, zuivel, zuivelalternatieven, thee, wanneer van toepassing koffie en dranken buiten de Schijf van Vijf komt. Deze hoeveelheid is aangevuld met water tot de minimale hoeveelheid vocht aangeraden door EFSA gehaald wordt. Voor de 1-3 jarigen, de 4-9 jarigen en de 10-12 jarigen is er niet met koffie gerekend, vanwege de hoge hoeveelheid cafeïne in koffie. Daarnaast wordt koffie vrijwel niet geconsumeerd door deze leeftijdsgroepen. Voor de 13-17 jarige jongens en meiden is met 1 kopje koffie per dag gerekend [6].
Voor de vertaling van het Richtlijnen goede voeding advies op thee is afgeweken van het eerder beschreven uitgangspunt. Dit komt door de hoeveelheid PFAS in thee. Dit ligt namelijk hoger dan in water [7]. Omdat PFAS een aandachtspunt is bij de kind-groepen is ervoor gekozen om de hoeveelheid thee waarmee gerekend is te verlagen, zodat er minder PFAS binnengekregen wordt.
PFAS blijft echter een aandachtspunt, zie ook de aandachtspunten met bijbehorend handelingsperspectief hieronder. Voor de 1-3 jarige kinderen is uiteindelijk gerekend met een half kopje thee (dat aangelengd kan worden met water of een ‘slap’ kopje thee) en voor de kinderen in de leeftijdsgroepen 4-9 jaar en 10-12 jaar met 1 kopje thee. Vanaf 13 jaar is er gerekend met de hoeveelheid die ook aan volwassenen geadviseerd wordt, namelijk 3 kopjes thee. Na deze aanpassing is de blootstelling aan PFAS bij deze leeftijdsgroepen niet te hoog.
sluiten
Naast de Schijf van Vijf
Volwassenen
Kijk je naar de relatieve hoeveelheid naast de Schijf van Vijf uitgedrukt in energieprocent, ligt dit voor mannen op 13-15 en% en voor vrouwen op 12-15 en%, afhankelijk van lineaire of kwadratische optimalisaties.
In de toetsingsmodule hebben we gerekend met de kwadratische optimalisatie resultaten voor naast de Schijf van Vijf (vast voedsel en alcoholvrije dranken in grammen). Wanneer er nog ruimte was voor energie in het voedingspatroon nadat alle hierboven beschreven aanpassingen waren doorgevoerd is de hoeveelheid voedsel naast de Schijf van Vijf opgehoogd tot maximaal 15 en%. Deze ruimte was er voor alle leeftijdsgroepen bij de mannen, voor de vrouwen was deze ruimte er niet, daar blijft het aandeel naast de Schijf van Vijf steken rond de 12 à 13 en%.
Zwanger en borstvoeding
Omdat deze groepen een hogere energiebehoefte hebben, zouden ze iets meer naast de Schijf van Vijf kunnen eten. Echter zien we bij voorkeur dat ze deze hogere energiebehoefte opvullen met Schijf van Vijf-producten. Vandaar dat we dit op dezelfde manier meegenomen hebben in de berekeningen als voor vrouwen die niet zwanger zijn en geen borstvoeding geven. De communicatie over de ruimte naast de Schijf van Vijf zal voor deze groepen dus niet anders worden.
Kinderen
Voor de jongste twee leeftijdsgroepen kiest het optimalisatiemodel voor de minimum hoeveelheid naast de Schijf van Vijf geborgd via de randvoorwaarden. Bij 1-3 jarigen is dit 75 kcal (1x een dagkeuze), oftewel 8 energieprocent, en bij 4-9 jarigen is dit 150 kcal (2x een dagkeuze), oftewel 11 energieprocent. De reden hiervoor is waarschijnlijk de complexiteit van voldoen aan alle gestelde randvoorwaarden binnen een kleinere hoeveelheid energie in vergelijking tot volwassenen.
Voor kinderen vanaf 10 jaar is de hoeveelheid naast de Schijf van Vijf min of meer gelijk met volwassenen, rond de 15 energieprocent.
Uitzondering hierop zijn de jongens in de leeftijd 13-17 jaar oud. Omdat deze groep zo’n grote hoeveelheid energie te vullen heeft, hebben zij meer ruimte om naast de Schijf van Vijf te kiezen. We hebben deze hoeveelheid opgehoogd naar 25 energieprocent, omdat deze groep al een grote hoeveelheid vast voedsel geadviseerd krijgt in de vorm van brood en graanproducten én omdat deze groep in de huidige consumptie een grote hoeveelheid van hun energie opvult met producten naast de Schijf van Vijf. Natuurlijk blijft ook voor deze groep het advies om zoveel mogelijk te kiezen voor producten die in de Schijf van Vijf staan. Dus communicatie over de ruimte naast de Schijf van Vijf zal voor deze groep niet anders worden.
sluiten
Communicatieslag resultaten toetsingsmodule
In tabel 3 in de Excel bij eetvoorkeur met vlees en vis is de praktische vertaalslag te vinden van de resultaten van de toetsingsmodule naar de adviezen Schijf van Vijf zoals gecommuniceerd.
Uitleg ranges
Voor kinderen en zwangeren is een range te vinden voor verschillende voedingsmiddelengroepen. Voor kinderen geldt dat de onderkant van de range passend is bij de laagste leeftijd in de leeftijdsgroep. De bovenkant van de range is passend bij de hoogste leeftijd in de leeftijdsgroep.
Bijvoorbeeld: Voor kinderen van 1-3 jaar geldt een aanbeveling van 50-100 gram volkoren graanproducten of aardappelen. Voor 1-jarigen adviseren we in dit geval 50 gram en voor de 3-jarigen 100 gram. Mocht een kind meer nodig hebben dan gemiddeld, omdat het bijvoorbeeld langer is of actiever, dan kan die opschuiven naar de bovenkant van de range. Voor zwangeren geldt dat het onderste getal van de range de dagelijks aanbevolen hoeveelheden voedingsmiddelen representeert passend bij het eerste trimester. En het bovenste getal van de range passend is bij het derde trimester.
sluiten
Uitgangspunten afronding
Voor de praktische vertaalslag van de resultaten van de toetsingsmodule zijn de getallen waarmee gerekend is afgerond naar het dichtstbijzijnde vijftal voor de productgroepen:
- volkorenbrood en -ontbijtgranen
- smeerbare en vloeibare vetten en oliën
- peulvruchten, tofu en tempé
Daarnaast is minimum hoeveelheid dranken naar boven afgerond naar het eerste getal dat deelbaar is door 200. Er is specifiek voor 200 gekozen, omdat 200 milliliter een standaardglas is [8]. Daarbij is voor de productgroep dranken alles opgeteld dat drinkbaar is uit een glas. In dit geval is dat: vloeibare zuivel zoals melk, zuivelalternatieven, water, wanneer van toepassing koffie, thee en dranken naast de Schijf van Vijf.
sluiten
Variatieadvies
Variëren is belangrijk wanneer het gaat om gezond, duurzaam en veilig eten. Dit principe is meegenomen in de vertaling van de optimalisatieresultaten in de toetsingsmodule door hoeveelheden zoveel mogelijk gelijk over subgroepen van de productgroepen te verdelen. Wanneer hiervan afgeweken is, is dit expliciet hierboven vermeld in de resultaten van de toetsingsmodule.
sluiten
Invulling volkorenbrood en -ontbijtgranen
Hoewel er voor de meeste doelgroepen gerekend is met één portie ontbijtgranen (voor kinderen tot en met 4 jaar is gerekend met de helft van de hoeveelheid van een volwassenen), is het nemen van ontbijtgranen optioneel binnen onze randvoorwaarden voor gezond, duurzaam en veilig eten met de Schijf van Vijf. Voor volwassenen geldt dat, wanneer alle overige adviezen opgevolgd worden, er 140 gram brood (dat zijn bijvoorbeeld 4 boterhammen) nodig is om aan de adequate inname voor jodium te voldoen. Dit brood moet bereid zijn met gejodeerd bakkerszout, anders wordt deze norm niet gehaald.
De overige grammen in de productgroep volkorenbrood en -ontbijtgranen kunnen opgevuld worden met eventueel brood zonder jodium, ontbijtgranen en/of andere broodalternatieven uit de Schijf van Vijf. Maar dit kan ook volledig opgevuld worden met brood bereid met gejodeerd bakkerszout.
Voor 2 doelgroepen ligt dit anders:
- Voor de 1-3 jarige kinderen is jodium een aandachtspunt. Voor deze groep geldt het advies dat er minimaal 70 gram brood (2 boterhammen) gegeten moeten worden. Met 70 gram brood komt deze groep op bijna 100% van de jodiumnorm uit (88 microgram/dag versus de norm van 90 microgram/dag).
- Ook voor zwangeren in het eerste trimester geldt dat de aanbeveling voor volkorenbrood en -ontbijtgranen volledig opgevuld dient te worden met volkorenbrood. Op deze manier wordt voldaan de adequate inname voor jodium, wanneer ook de andere adviezen voor de dagelijks aanbevolen hoeveelheden voedingsmiddelen opgevolgd worden.
sluiten
Invulling vis
Er is met een beperkt aantal soorten vis gerekend in zowel optimalisatie als toetsingsmodule, vanwege duurzaamheids- en voedselveiligheidsoverwegingen. Dit is terug te zien in de adviezen die wij consumenten geven over de keuze van de soort vis. Handelingsperspectief voor de consument is verwerkt op de pagina over vis.
sluiten
Aandachtspunten voor de eetvoorkeur met vlees en vis
Er is berekend in welke mate de opgestelde referentievoedingen voorzien in voedingsstoffen (tabel 4 en tabel 5 in de Excel bij eetvoorkeur met vlees en vis), bijdragen aan broeikasgasuitstoot, verzuring van de bodem, vermesting van zoet en zout water, landgebruik en blauw waterverbruik (tabel 6 in de Excel) en aan de inname van cafeïne, lood, acrylamide, arseen, cadmium, ochratoxine A (OTA) en PFAS (tabel 7 in de Excel). Uit onze berekeningen komen een aantal aandachtspunten naar voren die we meenemen in onze advisering over gezond, duurzaam en veilig eten.
Aandachtspunten gezondheid
De referentievoedingen van de eetvoorkeur met vlees en vis voldoen aan alle aanbevelingen uit de Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad [3, 9]. De berekende referentievoedingen leveren tussen de 94-102% van de energie in een verhouding 14-18% eiwit, 36-40% vet en 40-46% koolhydraten. Het percentage plantaardig eiwit varieert van 56-67%.
Vanuit het advies Gezonde eiwittransitie van de Gezondheidsraad is gebleken dat eiwitkwaliteit geen belangrijk aandachtspunt is wanneer de verhouding tussen dierlijk en plantaardig eiwit 40:60 is. Verdere verschuivingen zijn niet onderzocht [10]. Omdat de hoeveelheid eiwit ruim boven de norm zit in de referentievoedingen, verwachten wij dat deze inname compenseert voor een mogelijk lagere eiwitkwaliteit samenhangend met een hoger aandeel plantaardig eiwit. In de loop van 2026 zal er in samenwerking met Wageningen Universiteit verder gekeken worden naar de eiwitkwaliteit van de referentievoedingen. Deze bevinden zullen we hier aan toevoegen.
Uit tabel 4 en tabel 5 van de Excel blijkt dat de referentievoedingen voor een beperkt aantal nutriënten niet voorzien in 100% van de gestelde voedingsnorm. Er is gerekend met de aanbevolen hoeveelheid of de adequate inname. De aanbevolen hoeveelheid is de inname die voorziet in de behoefte van bijna alle personen (97,5%) in een bepaalde bevolkingsgroep. Een adequate inname is de inname waarbij wordt aangenomen dat die voorziet in de behoefte van bijna alle personen in een bepaalde bevolkingsgroep. Voor veel mensen is de aanbevolen hoeveelheid of de adequate inname meer dan wat zij werkelijk nodig hebben. Een lagere inname op individueel niveau betekent dus niet per se dat iemand een tekort ontwikkelt. De aanbevolen hoeveelheid of adequate inname is een streefwaarde, om zeker te zijn dat bijna iedereen voldoende van een voedingsstof binnen krijgt [11].
Wanneer er niet wordt voorzien in 100% van de gestelde voedingsnorm, gaat het veelal om kleine verschillen met de norm. Wanneer dit verschil dusdanig klein is (<5% met de norm), zien wij dit niet als aandachtspunt voor de advisering (zie de paars gemarkeerde cellen in tabel 4 en tabel 5 van de Excel).
Maar er zijn een aantal nutriënten die wel aandacht verdienen in de advisering (zie de blauw gemarkeerde cellen in tabel 5 van de Excel). Deze zijn hieronder te vinden. Voor afwijkingen van meer dan 5% van de norm geldt in alle gevallen dat:
- De referentievoedingen voorzien in een niveau dat op of boven de huidige consumptie ligt. Voor de vergelijking met de huidige consumptie wordt gebruik gemaakt van de P50: de inname van de helft van een specifieke doelgroep.
- De referentievoedingen voorzien in, wanneer van toepassing, meer dan de gemiddelde behoefte.
Vitamine A
Groepen waarbij niveau referentievoeding lager is dan de voedingsnorm:
Personen die borstvoeding geven.
Relatie tot de norm: [12]
Voor personen die borstvoeding geven levert de referentievoeding 875 microgram/dag. De adequate inname voor deze doelgroep is 1.100 microgram/dag.
Relatie tot huidige inname: [13]
Er zijn geen voedselconsumptie gegevens beschikbaar van personen die borstvoeding geven. De P50 van vitamine A uit voeding van vrouwen 18-50 jaar is 561 microgram/dag.
Specifieke aandachtspunten voor de advisering:
- Belangrijke leveranciers van vitamine A zijn margarine en halvarine voor op brood. Voor de Schijf van Vijf is gerekend met 6 gram per boterham. Voor onze adviezen bij borstvoeding geven we daarom aan dat het mogelijk is om de boterhammen ruim te besmeren met deze smeervetten. Met 2 gram extra per boterham, stijgt de inname aan vitamine A met bijna 100 microgram naar 970 microgram/dag.
- Ook kán geadviseerd worden om voornamelijk te bakken met vloeibare margarine of bak- en braadproducten in plaats van olie. Echter bevatten smeervetten meer vitamine A dan deze producten.
- Daarnaast stimuleren we om ook provitamine A-rijke groente te kiezen, zoals wortel, boerenkool, spinazie en andijvie [14]. Zo levert een opscheplepel (55 gram) gekookte wortel 472 microgram vitamine A. Omdat er gerekend is met een gewogen gemiddelde inname van vitamine A voor de groente, kan de totale hoeveelheid vitamine A per dag met provitamine A rijke groente omhoog gebracht worden.
- Tot slot kan er geadviseerd worden om af en toe voor zoete aardappel te kiezen in plaats van gewone aardappel. Gekookte zoete aardappel bevat 463 µg vitamine A per 100 gram, tegenover 0 µg vitamine A in gekookte aardappels. Echter bevat gekookte zoete aardappel minder vitamine C dan gekookte aardappel [15], terwijl vitamine C ook een aandachtspunt voor advisering is bij deze doelgroep (zie hieronder).
sluiten
Vitamine C
Groepen waarbij niveau referentievoeding lager is dan de voedingsnorm:
Personen die borstvoeding geven.
Relatie tot de norm: [12]
Voor personen die borstvoeding geven levert de referentievoeding 113 milligram/dag. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor deze doelgroep is 135 milligram/dag (minimum randvoorwaarde). De gemiddelde behoefte voor deze groep is 100 milligram/dag.
Relatie tot huidige inname: [13]
Er zijn geen voedselconsumptie gegevens beschikbaar van personen die borstvoeding geven. De P50 van vitamine C uit voeding van vrouwen 18-50 jaar is 76,3 milligram/dag.
Specifieke aandachtspunten voor de advisering:
Vitamine C zit in fruit, groente en aardappelen. Met name bepaalde koolsoorten, paprika, citrusfruit, kiwi's, bessen en aardbeien bevatten veel vitamine C [16]. Zo levert een sinaasappel (130 gram) 66 mg vitamine C en een schaaltje aardbeien (100 gram) 60 mg vitamine C. Omdat er gerekend is met een gewogen gemiddelde inname van vitamine C voor groente en fruit, kan de totale hoeveelheid vitamine C per dag met vitamine C-rijke groente en fruit omhoog gebracht worden.
sluiten
Natrium
Groepen waarbij niveau referentievoeding lager is dan randvoorwaarde:
- 1-3 jarige kinderen
- 51-69 jarige vrouwen
- Vrouwen 70 jaar en ouder
Relatie tot minimum randvoorwaarde: [17-19]
- Je lichaam heeft een bepaalde hoeveelheid natrium nodig voor het fysiologisch functioneren, denk aan het aanvullen van verliezen via zweet en urine. De Gezondheidsraad heeft geen norm voor natrium afgeleid waarop de minimum randvoorwaarde gebaseerd kon worden. Wij hebben ervoor gekozen om de adequate inname over te nemen van de Nordic Council of Ministers [17], D-A-CH (Duitsland [D], Oostenrijk [A] en Zwitserland [CH]) [18] en de National Academies of Sciences Engineering and Medicine [19] en als minimum randvoorwaarde te hanteren.
- Voor kinderen van 1-3 jaar levert de referentievoeding 687 milligram/dag. De minimum randvoorwaarde is gesteld op 800 milligram/dag.
- Voor vrouwen van 51-69 jaar levert de referentievoeding 1.335 milligram/dag. De minimum randvoorwaarde is gesteld op 1.500 milligram/dag.
- Voor vrouwen van 70 jaar en ouder levert de referentievoeding 1.327 milligram/dag. De minimum randvoorwaarde is gesteld op 1.500 milligram/dag.
Relatie tot huidige inname [13]
- Voor kinderen van 1-3 jaar ligt de P50 voor natriuminname, zonder dat toegevoegd zout meegerekend is, op 1.204 milligram.
- Voor vrouwen van 51-64 jaar ligt de P50 voor natriuminname, zonder dat toegevoegd zout meegerekend is, op 1.973 milligram.
- Voor vrouwen van 65-79 jaar ligt de P50 voor natriuminname, zonder dat toegevoegd zout meegerekend is, op 1.869 milligram.
Specifieke aandachtspunten voor de advisering:
- In het berekenen van de referentievoedingen is het toevoegen van zout niet meegenomen. De VCP laat zien dat deze groepen vrouwen ongeveer 400 milligram natrium toevoegen. Bij 1-3 jarige kinderen is dat ongeveer 90 milligram [13]. Daarnaast weten we dat mensen meer naast de Schijf eten, dan dat wij adviseren [1], wat kan verklaren dat de huidige natriuminname een stuk hoger ligt dan dat uit de referentievoedingen komt.
- Om te voorkomen dat mensen te veel zout binnenkrijgen gelden er op dit moment geen specifieke aandachtspunten voor de advisering om de natriuminname te verhogen. Daalt de hoeveelheid zout die toegevoegd wordt aan maaltijden in de loop van de jaren, dan is dit mogelijk wel een aandachtspunt voor de advisering. Met name voor de oudere doelgroepen. Ook wanneer mensen volgens de referentievoedingen eten en geen zout toevoegen, kan natrium een aandachtspunt zijn in de advisering.
sluiten
IJzer
Groepen waarbij niveau referentievoeding lager is dan de voedingsnorm:
- 1-3 jarige kinderen
- 4-9 jarige kinderen
- 18-50 jarige premenopauzale vrouwen (dit gaat over alle vrouwen boven de 18 jaar die niet in de menopauze zitten)
- Zwangere eerste trimester (derde trimester <5% afwijking van de norm)
Relatie tot de norm: [20-22]
- Voor 1-3 jarige kinderen levert de referentievoeding 5,7 milligram/dag. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid is 8 milligram/dag (minimum randvoorwaarde). De gemiddelde behoefte is 5 milligram/dag.
- Voor 4-9 jarige kinderen levert de referentievoeding 8,7 milligram/dag. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid waarmee gerekend is 11 milligram/dag (minimum randvoorwaarde). De hoogste gemiddelde behoefte in deze leeftijdsgroep is 8 milligram/dag.
- Voor vrouwen van 18-50 jaar levert de referentievoeding 13,4 milligram/dag. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor premenopauzale vrouwen is 16 milligram/dag. De gemiddelde behoefte ligt op 7 milligram/dag. Deze aanbevolen dagelijkse hoeveelheid ligt relatief ver boven de gemiddelde behoefte omdat de ijzerbehoefte scheef verdeeld is. Dit komt doordat een kleine groep vrouwen veel bloed verliest tijdens de menstruatie [23, 24]. Voor het grootste deel van de premenopauzale vrouwen leveren de referentievoedingen voldoende ijzer.
- Voor zwangeren levert de referentievoeding 12,7 milligram/dag in het eerste trimester. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid is 16 milligram/dag (minimum randvoorwaarde). De gemiddelde behoefte is 7 milligram/dag.
Relatie tot huidige inname: [13]
- Voor kinderen van 1-3 jaar ligt de P50 voor ijzer op 5,7 milligram.
- Voor kinderen van 4-11 jaar ligt de P50 voor ijzer op 7,3 milligram.
- Voor vrouwen van 18-50 jaar ligt de P50 voor ijzer op 8,7 milligram.
- Voor zwangere zijn geen voedselconsumptiegegevens beschikbaar. De P50 voor ijzer voor 18-50 jarige vrouwen ligt op 8,7 milligram.
Specifieke aandachtspunten voor de advisering:
- Gerichte advisering op het gebruik van meer ijzerbevattende voedingsmiddelen binnen productgroepen. En leg de nadruk op het verbeteren van de opname van ijzer door het lichaam door het adviseren van combinaties van voedingsmiddelen, zoals omschreven op onze webpagina over ijzer in voeding [link]. Bij het kiezen van kant-en-klare vegetarische producten is het advies om varianten met toegevoegd ijzer te nemen.
-
Daarnaast adviseren we deze groepen om af en toe als dagkeuze appelstroop op brood te nemen. Er moet in dit geval niet gekozen worden voor de 100% appelstropen, omdat het ijzer dat in appelstroop zit niet afkomstig is van de appels maar van de suikerbieten. In appelstroop zit zo’n 13 milligram ijzer per 100 gram. Op een boterham smeer je ongeveer 20 gram appelstroop, dus 2,5 milligram ijzer.
sluiten
Zink
Groepen waarbij niveau referentievoeding lager is dan de voedingsnorm:
Jongens 13-17 jaar
Relatie tot de norm: [20]
Voor jongens 13-17 jaar oud levert de referentievoeding 12,7 milligram/dag. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid waarmee gerekend is voor deze doelgroep is 13,8 milligram/dag (minimum randvoorwaarde). De hoogste gemiddelde behoefte in deze leeftijdsgroep is 11,5 milligram/dag.
Relatie tot huidige inname: [13]
Voor jongens van 12-17 jaar ligt de P50 voor zink op 9,4 milligram.
Specifieke aandachtspunten voor de advisering:
Zink komt in kleine hoeveelheden voor in veel verschillende voedingsmiddelen. Zo zit het in vlees, kaas, graanproducten, noten en schaal- en schelpdieren, zoals garnalen en mosselen [25]. De referentievoeding levert meer zink dan de P50 van de huidige inname. In Nederland zijn voor zover bekend symptomen van een tekort aan zink zeldzaam. We geven daarom geen aandachtspunten voor de advisering.
sluiten
Selenium
Groepen waarbij niveau referentievoeding lager is dan de voedingsnorm:
- Vrouwen 18-50 jaar
- Mannen 51-69 jaar
- Vrouwen 51-69 jaar
- Mannen 70 jaar en ouder
- Vrouwen 70 jaar en ouder
- Personen die borstvoeding geven
Relatie tot de norm: [12, 21, 26]
- Voor vrouwen van 18-50 jaar levert de referentievoeding 58,5 microgram/dag. De adequate inname is 70 microgram/dag (minimum randvoorwaarde).
- Voor mannen van 51-69 jaar levert de referentievoeding 63 microgram/dag. De adequate inname is 70 microgram/dag (minimum randvoorwaarde).
- Voor vrouwen van 51-69 jaar levert de referentievoeding 56,2 microgram/dag. De adequate inname is 70 microgram/dag (minimum randvoorwaarde).
- Voor mannen van 70 jaar en ouder levert de referentievoeding 61,3 microgram/dag. De adequate inname is 70 microgram/dag (minimum randvoorwaarde).
- Voor vrouwen van 70 jaar en ouder levert de referentievoeding 52,7 microgram/dag. De adequate inname is 70 microgram/dag (minimum randvoorwaarde).
- Voor personen die borstvoeding geven levert de referentievoeding 67,2 microgram/dag. De adequate inname is 85 microgram/dag (minimum randvoorwaarde).
Relatie tot huidige inname [13]
- Voor vrouwen van 18-50 jaar ligt de P50 voor selenium op 38,5 microgram.
- Voor mannen van 51-64 jaar ligt de P50 voor selenium op 53,2 microgram.
- Voor vrouwen van 51-64 jaar ligt de P50 voor selenium op 41,9 microgram.
- Voor mannen van 65-79 jaar ligt de P50 voor selenium op 50,5 microgram.
- Voor vrouwen 65-79 jaar ligt de P50 voor selenium op 43,3 microgram.
- Er zijn geen voedselconsumptie gegevens beschikbaar van personen die borstvoeding geven. De P50 van selenium van vrouwen van 18-50 jaar ligt op 38,5 microgram.
Specifieke aandachtspunten voor de advisering:
- De referentievoedingen leveren meer dan de mediaan (P50) van de huidige consumptie. Net als voor de andere productgroepen is er voor noten gerekend met een gewogen gemiddelde samenstelling. Naast noten waarin een hoog seleniumgehalte zit, zitten er ook noten in deze groep waarin een lager seleniumgehalte zit. Denk aan bijvoorbeeld pinda’s, walnoten, cashewnoten en amandelen. De consumptie van deze soorten zorgt ervoor dat de gemiddelde hoeveelheid selenium in de groep noten lager uitvalt, dan wanneer het notenadvies met een handje gemengde noten ingevuld wordt [15].
- Om voldoende selenium binnen te krijgen is het daarom aan te raden om te variëren tussen de soorten noten door bijvoorbeeld vaker een handje ongezouten gemengde noten te kiezen. Specifiek paranoten bevatten een hoog gehalte aan selenium. Met een handje paranoten krijg je zelfs meer binnen dan de aanvaardbare bovengrens. Vandaar dat af en toe een paar paranoten eten kan bijdragen aan de seleniuminname, maar niet te veel. Ook vanuit duurzaamheidsperspectief is het verstandig om te variëren tussen verschillende noten en pinda’s. Elke notensoort heeft verschillende impact op het milieu.
sluiten
Aandachtspunten duurzaamheid
In tabel 6 in de Excel bij eetvoorkeur met vlees en vis is een overzicht te vinden van de bijdrage van de dagelijks aanbevolen hoeveelheden voedingsmiddelen aan broeikasgasuitstoot, verzuring van de bodem, vermesting van zoet en zout water, landgebruik en blauw waterverbruik. Hier is te zien dat de referentievoedingen voor vrouwen van 51-69 jaar (randvoorwaarde 2,62 kilogram CO2-equivalent versus een uitkomst van 2,82 kilogram CO2-equivalent) en van 70 jaar en ouder (randvoorwaarde 2,5 kilogram CO2-equivalent versus een uitkomst van 2,69 kilogram CO2-equivalent) boven de randvoorwaarde voor broeikasgasuitstoot uitkomen.
Deze blijft wel onder de gemiddelde broeikasgasuitstoot in de huidige voeding. De totale afname van broeikasgasuitstoot over de hele populatie is 26% ten opzichte van de huidige uitstoot via voeding, en voldoet daarmee aan de gestelde randvoorwaarden. Deze afname varieert tussen de 8% voor 13-17 jarige meiden en 35% voor 1-3 jarige kinderen. Voor volwassen mannen is afname in broeikasgasuitstoot ten opzichte van de huidige uitstoot via voeding ongeveer 30% voor vrouwen ligt dit tussen de 16-28%.
Met onze adviezen om gezond te eten voor mens en planeet, neemt de klimaatimpact flink af.
Aandachtspunten voedselveiligheid
Via eten en drinken krijgen we niet alleen stoffen binnen die goed zijn voor onze gezondheid, maar ook stoffen die we liever niet willen binnenkrijgen omdat ze schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Dit is niet altijd helemaal te voorkomen, omdat deze stoffen nou eenmaal door bijvoorbeeld vervuiling in het milieu terecht zijn gekomen.
Het is bekend dat mensen in Nederland met hun huidige voedingspatroon van sommige van deze stoffen, ook wel contaminanten genoemd, meer binnenkrijgen dan wenselijk is. Bijvoorbeeld van PFAS en dioxines [27, 28]. Vooral kinderen kunnen relatief meer contaminanten binnenkrijgen, doordat zij per kilogram lichaamsgewicht meer eten [29]. Bij het doorrekenen van onze nieuwe Schijf van Vijf-adviezen hebben we erop ingezet om de contaminanten zo laag mogelijk te houden, maar zien we dat sommige stoffen hoger uitkomen dan de gestelde grenswaarden.
Ons doel is een voedingspatroon vast te stellen waarbij gezond, duurzaam én veilig zoveel mogelijk in balans is. Het optimalisatiemodel heeft ondersteund bij het vinden van de best passende oplossing.
Uit de resultaten blijkt dat lood en OTA geen knelpunten leverden in de referentievoeding. Als je eet met de Schijf van Vijf, krijg je dus niet meer lood of OTA binnen dan de gestelde grenswaarden. De overige knelpunten met contaminanten zijn niet op te lossen met keuzes binnen ons Schijf van Vijf eetpatroon. Vervuiling in het milieu moet laag genoeg zijn, wil ons eten veilig zijn. Wanneer wij zien dat we niet onder bepaalde grenswaarden kúnnen uitkomen in een evenwichtig eetpatroon, dan kan dit gezien worden als een signaal naar de overheid en voedselketen dat milieumaatregelen en afstemming via regelgeving nodig zijn en blijven.
Voor de meeste contaminanten geldt dat de totale blootstelling over het hele leven relevant is (zie deze pagina over de randvoorwaarden voedselveiligheid onderdeel ‘levenslange blootstelling’ en [30] voor de methode). Als we kijken naar de levenslange blootstelling, blijf je met een voedingspatroon volgens de Schijf van Vijf (of ‘referentievoeding’) onder de gestelde veiligheidsgrenzen voor de contaminanten arseen en cadmium. Voor acrylamide en PFAS hebben we dit niet berekend, voor acrylamide niet omdat we de grenswaarde voor acrylamide hebben gezet op niet meer dan de huidige inname (P50). Voor PFAS niet omdat bij PFAS de grenswaarde niet levenslang is maar tot 34 jaar. Dus berekening van de levenslange inname is voor deze contaminanten niet relevant.
Hieronder wordt beschreven voor welke contaminanten de vooraf bepaalde grenzen (=grenswaarden) worden overschreden voor de eetvoorkeur ‘met vlees en met vis’, en of er specifieke aandachtspunten zijn in de advisering. Voor de keuze voor de grenswaarden die we hebben gebruikt, verwijzen verwijzen we naar de pagina Hoe houden we rekening met voedselveiligheid. In tabel 7 in de Excel is met blauwe kleur aangegeven welke contaminanten bij welke doelgroepen aandacht behoeven. Voor de overige contaminanten, zoals lood en ochratoxine A, en voor de stof cafeïne zijn geen aandachtspunten gevonden.
Voor verdere verdieping in de werkwijze in geval van benodigde versoepelingen van randvoorwaarden verwijzen we naar de rapportage van het RIVM (rapportage verwacht zomer 2026).
Acrylamide
Voor acrylamide is niet expliciet getoetst aan de eerder gebruikte risicobenadering (BMDL10 van 0,17 mg/kg lichaamsgewicht per dag; MOE ≥10.000 [30]), omdat toepassing hiervan leidde tot een onrealistisch eetpatroon. Daarnaast is acrylamide bewezen kankerverwekkend in dierstudies bij hoge doses, maar is er geen overtuigend bewijs dat acrylamide via voeding kanker veroorzaakt bij mensen [31]. EFSA geeft verder aan dat het vrijwel onmogelijk is om acrylamide volledig te vermijden. Wel kunnen fabrikanten het beperken door aanpassingen in het productieproces en consumenten kunnen het beperken via de juiste bereidingswijze [32].
Om deze redenen is gekozen om het optimalisatiemodel meer ruimte te geven voor acrylamide, door de huidige blootstelling (of ‘inname’) uit de Voedselconsumptiepeilingen (VCP, P50) als grenswaarde te gebruiken. Vervolgens moet in handelingsperspectief blijven worden ingezet op het verlagen van acrylamide inname via de juiste bereidingswijze.
Uit het optimalisatiemodel volgde een oplossing waarbij de inname van acrylamide lager was dan de huidige blootstelling (P50, VCP). Bij de praktische vertaling in de toetsingsmodule kwam de acrylamide inname echter hoger uit dan de huidige inname, bij alle groepen behalve bij de kinderen van 1-3 en 4-9 jaar en de vrouwen van 70+.
De belangrijkste verklaring voor de hoger geworden acrylamidewaarden in de referentievoedingen is de hogere hoeveelheid van aardappelen en brood waarmee uiteindelijk in de toetsingsmodule gerekend is, ten opzichte van waar het optimalisatiemodel mee gekomen is.
In de gewogen gemiddelde samenstelling van aardappelproducten zijn ook producten zoals gebakken en gefrituurde aardappelen meegenomen, omdat deze volgens de VCP ook gegeten worden. Hierdoor kwam de gemiddelde blootstelling aan acrylamide hoger uit.
Ook is in de toetsingsmodule meer toegewerkt naar de huidige consumptie van koffie, wat ook acrylamide bevat. De hoeveelheid aardappelen is verhoogd t.o.v. de optimalisatie-uitkomsten om bij te dragen aan de energiebehoefte in een verhouding ten opzichte van rijst en pasta naar huidige consumptie. De hoeveelheid brood is verhoogd t.o.v. de optimalisatie-uitkomsten vanwege de bijdrage aan de energiebehoefte en omdat brood een belangrijke bron is van vezels, jodium en ijzer.
Inname referentievoeding vergeleken met huidige inname:
-
Voor kinderen van 1-3 jaar, kinderen van 4-9 jaar en vrouwen van 70+, blijft de inname van acrylamide onder de huidige inname met de referentievoeding.
- De huidige inname van acrylamide voor zwangeren is onbekend. Van deze groep is geen data gerapporteerd. De referentievoeding levert 27 microgram acrylamide in T1 en 33,4 in het derde trimester (T3).
- De huidige inname van acrylamide voor mensen die borstvoeding geven is onbekend. Van deze groep is geen data gerapporteerd. De referentievoeding levert 33,3 microgram acrylamide.
Onderstaande groepen krijgen met de referentievoeding meer acrylamide binnen dan hun huidige inname:
- De huidige inname van acrylamide voor kinderen van 10-12 jaar is 19,5 microgram. De referentievoeding levert 24 microgram acrylamide.
- De huidige inname van acrylamide voor jongens van 13-17 jaar is 29,6 microgram. De referentievoeding levert 37 microgram acrylamide.
- De huidige inname van acrylamide voor meiden van 13-17 jaar is 24,7 microgram. De referentievoeding levert 30,8 microgram acrylamide.
- De huidige inname van acrylamide voor mannen 18-50 jaar is 33 microgram. De referentievoeding levert 42,2 microgram acrylamide.
- De huidige inname van acrylamide voor vrouwen 18-50 jaar is 22,9 microgram. De referentievoeding levert 31,2 microgram acrylamide.
- De huidige inname van acrylamide voor mannen 51-69 jaar is 31,9 microgram. De referentievoeding levert 39 microgram acrylamide.
- De huidige inname van acrylamide voor vrouwen 51-69 jaar is 25,8 microgram. De referentievoeding levert 27,4 microgram acrylamide.
- De huidige inname van acrylamide voor mannen 70+ is 29,6 microgram. De referentievoeding levert 34,6 microgram acrylamide.
Specifieke aandachtspunten voor de advisering:
Keuzes die consumenten thuis maken bij het koken kunnen een aanzienlijke invloed hebben op de hoeveelheid acrylamide waaraan mensen via hun voeding worden blootgesteld [33].
Om de inname van acrylamide verder te beperken geven we consumenten allerlei adviezen. Zo geldt het advies om gevarieerd te eten en ook te variëren in de bereidingswijze van aardappelproducten. Bij gekookte aardappelen wordt geen acrylamide gevormd. Kies je voor gebakken aardappelen, dan adviseren we ze niet te donker te bakken (goudgeel). Ook brood licht roosteren in plaatst van donker helpt de inname van acrylamide te beperken. Verder is het advies over de dag koffie af te wisselen met thee, water en zuivel(alternatieven) om de inname van acrylamide te verminderen.
sluiten
Arseen
Groepen waarbij inname via referentievoeding hoger is dan de grenswaarde:
- 1-3-jarige kinderen
- 4-9-jarige kinderen
Relatie tot de grenswaarde:
- De 1-3-jarige kinderen krijgen via de referentievoeding 6,2 microgram arseen per dag binnen. De grenswaarde voor deze groep bedraagt 3,7 microgram per dag.
- De 4-9-jarige kinderen krijgen via de referentievoeding 8,4 microgram arseen per dag binnen. Hun grenswaarde voor arseen is 7 microgram per dag.
Levenslange blootstelling
De levenslange inname van arseen volgens een Schijf van Vijf-voedingspatroon blijft onder de grenswaarde.
Relatie tot de huidige inname:
- De huidige inname van arseen voor 1-3-jarige kinderen is 6,2 microgram per dag.
Hoewel de arseen inname voor 1-3-jarige kinderen boven de grenswaarde ligt, is hun inname met de Schijf van Vijf vrijwel gelijk aan hun huidige inname.
- De huidige inname van arseen voor 4-9-jarigen is 7,8 microgram per dag.
De arseen inname ligt voor deze groep hoger dan de grenswaarde en is iets hoger in het berekende Schijf van Vijf voedingspatroon.
Specifieke aandachtspunten voor de advisering:
- Eet gevarieerd, om te voorkomen dat je te veel arseen binnenkrijgt.
Vooral in rijst zit veel arseen. Zilvervliesrijst en andere rijstproducten passen wel in een gezond voedingspatroon.
- Geef kinderen niet elke dag rijst en producten met rijst zoals rijstwafels.
sluiten
Cadmium
Groep waarbij inname via referentievoeding hoger is dan de grenswaarde:
1-3-jarige kinderen
Relatie tot de grenswaarde:
De 1-3-jarige kinderen krijgen via de referentievoeding 6,2 microgram cadmium binnen. De grenswaarde van cadmium is 4,5 microgram per dag.
Relatie tot de huidige inname:
De huidige inname van cadmium voor 1-3-jarige kinderen is 5,4 microgram per dag. De huidige inname van cadmium is in deze groep lager dan de inname via de referentievoeding.
Een mogelijke verklaring daarvoor is de relatief grote bijdrage van groente aan de cadmium inname. Als kinderen van 1-3 jaar zouden eten volgens de Schijf van Vijf aanbevelingen zouden ze meer groente gaan eten dan ze momenteel doen (VCP), wat zorgt voor een cadmium inname die hoger is dan hun huidige inname.
Levenslange blootstelling:
De levenslange inname van cadmium volgens een Schijf van Vijf-voedingspatroon blijft onder de grenswaarde.
Specifieke aandachtspunten voor de advisering:
Eet gevarieerd, om te voorkomen dat je te veel cadmium binnenkrijgt.
sluiten
PFAS
Groepen waarbij inname via referentievoeding hoger is dan de grenswaarde:
- 1-3-jarige kinderen
- 4-9-jarige kinderen
- Zwangeren
Relatie tot de grenswaarde:
- De 1-3-jarige kinderen krijgen via de referentievoeding 14,4 nanogram PFAS per dag binnen. De grenswaarde voor PFAS voor deze groep bedraagt 7,8 nanogram per dag.
- De 4-9-jarige kinderen krijgen via de referentievoeding 20 nanogram PFAS per dag binnen. De grenswaarde voor PFAS voor deze groep bedraagt 14,7 nanogram per dag.
- Zwangeren krijgen via de referentievoeding in het eerste trimester 47,3 en in het vierde trimester 47,8 nanogram PFAS per dag binnen. De grenswaarde voor PFAS voor deze groep bedraagt 40 nanogram per dag.
Relatie tot de huidige inname
- De huidige inname van PFAS voor 1-3 jarige kinderen is 16,8 nanogram per dag.
- De huidige inname van PFAS voor 4-9 jarige kinderen is 21,2 nanogram per dag.
Hoewel de PFAS inname voor deze kind groepen boven de grenswaarde ligt, is hun inname met de Schijf van Vijf lager dan hun huidige inname.
Er zijn geen gegevens beschikbaar over de huidige PFAS inname van zwangere vrouwen.
Zwangere vrouwen krijgen het advies om vaker vis te eten, twee keer per week, wat hoger is dan voor de algemene volwassen bevolking. Het eten van voldoende vis is juist tijdens de zwangerschap belangrijk, onder andere omdat voldoende vis eten het risico op vroeggeboorte verkleint [35]. Omdat vis PFAS kan bevatten, kan een vergelijking met de groep vrouwen van 18–50 jaar leiden tot een onderschatting van de werkelijke PFAS inname van zwangere vrouwen. Daarom is hier niet voor deze vergelijking gekozen.
Levenslange blootstelling:
Een levenslange inname van PFAS met een Schijf van Vijf-voedingspatroon wordt niet berekend, omdat de grenswaarde voor PFAS is gebaseerd op een inname gedurende de eerste 34 levensjaren [34].
Specifieke aandachtspunten voor de advisering:
Eet gevarieerd, om te voorkomen dat je meer PFAS inneemt via producten waarin relatief veel PFAS zit.
sluiten
Dioxines
Zoals aangegeven op de pagina over de randvoorwaarden voedselveiligheid bleek begin 2026 dat in de publicatie van het RIVM uit 2017, waarop we de keuze voor contaminanten baseren, een foute dioxinewaarde was gerapporteerd (zie erratum). Op basis van de huidige kennis over dioxines hadden we deze contaminant ook willen meenemen in het optimalisatiemodel. Echter, omdat we ons hebben gebaseerd op de eerder gepubliceerde waarden, hebben we dioxines niet meegenomen.
Omdat er momenteel vanuit EFSA een concept-publicatie ligt met het voorstel om de gezondheidskundige grenswaarde van dioxines verder te gaan verlagen, en omdat dioxines niet meer konden worden meegenomen in het optimalisatiemodel, heeft het RIVM nu globaal ingeschat hoeveel dioxines mensen binnenkrijgen met de referentievoeding. Dit is alleen gedaan voor de eetvoorkeur ‘met vlees en vis’.
In de rapportage van het RIVM (rapportage verwacht zomer 2026) is meer informatie te vinden over alle details van deze berekening.
De door RIVM geschatte inname van dioxines met de Schijf van Vijf-aanbevelingen ligt voor alle doelgroepen hoger dan de voorgestelde concept-grenswaarde van EFSA. Wel is de inname volgens een Schijf van Vijf-voedingspatroon bij de een aantal groepen lager dan de huidige dioxine-inname, berekend met dezelfde geschatte concentraties. Bij kinderen van 10 tot 12 jaar en 13-17 jaar en bij vrouwen van 18-50 jaar is de inname van dioxines hoger met de Schijf van Vijf ten opzichte van de huidige inname.
Dit verschil in dioxine-inname tussen groepen is waarschijnlijk te verklaren door het verschil in de huidige inname van vis en de aanbeveling van 1 keer per week vis in de Schijf van Vijf. Kinderen van 10-17 jaar moeten volgens de aanbevelingen van de Schijf van Vijf meer vis gaan eten dan ze op dit moment doen. Vis is gezond, maar tegelijkertijd bevat vis ook schadelijke stoffen zoals dioxines.
In 2027 zal volgens de planning van EFSA een risk benefit analyse van visconsumptie en de aanwezigheid van onder andere dioxines en kwik in vis verschijnen (zie EFSA).
Bij vrouwen van 18-50 jaar speelt mee dat in de toetsingsmodule voor andere groentesoorten is gekozen dan bij mannen. Zo is er voor meer groene bladgroenten gekozen bij de vrouwen, om aan meer vitamine A en ijzer te kunnen komen. En doordat deze soorten groente meer dioxines bevatten, komen dioxines bij vrouwen hoger uit. Zie resultaten toetsingsmodule ‘groente’ bovenaan deze pagina.
Samenvattend laten de resultaten van deze doorontwikkeling zien dat een voedingspatroon volgens de Schijf van Vijf bijdraagt aan een zo laag mogelijke blootstelling aan contaminanten binnen de grenzen van een gezond, duurzaam en haalbaar eetpatroon. Tegelijkertijd blijkt dat niet alle overschrijdingen via voedingskeuzes binnen een voedingspatroon volgens de Schijf van Vijf kunnen worden opgelost. Dit benadrukt dat, naast voedingsadviezen, ook maatregelen in de voedselketen en het milieu noodzakelijk blijven om de blootstelling aan schadelijke stoffen verder te verlagen.
sluiten
Bronnen eetvoorkeur met vlees en vis
- Rijksinstituut Voor Volksgezondheid En Milieu. Eet en drinkt Nederland volgens de Richtlijnen Schijf van Vijf? Resultaten van de voedselconsumptiepeiling 2012-2016. 2020.
- Rijksinstituut Voor Volksgezondheid En Milieu. Resultaten van de voedselconsumptiepeiling 2019 - 2021. [geraadpleegd op 09-03-2026].
- Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding: eiwitbronnen en voedingspatronen 2025. 2025.
- Gezondheidsraad. Voedingsaanbevelingen voor zwangere vrouwen. 2021.
- European Food Safety Autority (Efsa). Scientific Opinion on Dietary Reference Values for water.EFSA Journal, 2010. 8 (3): p. 1459.
- Veldhuis L. VDVW, Van Der Krieken S. Cafeïne - factsheet. 2022.
- Rijksinstituut Voor Volksgezondheid En Milieu. Risk assessment of exposure to PFAS through food and drinking water in the Netherlands (report 2023-0011). 2023.
- Rijksinstituut Voor Volksgezondheid En Milieu. Portie-Online - versie 1.0.
- Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2015. 2015.
- Gezondheidsraad. Gezonde eiwittransitie. 2023.
- Voedingscentrum. Voedingsnormen. [geraadpleegd op 17-03-2026].
- Gezondheidsraad. Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor lacterende vrouwen. 2024.
- Rijksinstituut Voor Volksgezondheid En Milieu. DNFCS 2019-2021: H abitual intake of nutrients from foods only. [geraadpleegd op 17-03-2026].
- Voedingscentrum. Vitamine A. [geraadpleegd op 17-03-2026].
- Rijksinstituut Voor Volksgezondheid En Milieu. NEVO-online versie 2023/8.0. [geraadpleegd op
- Voedingscentrum. Vitamine C (ascorbinezuur). [geraadpleegd op 17-03-2026].
- Nordic Nutrition Recommendations. Sodium. [geraadpleegd op 17-03-2026].
- Strohm D, et al. Revised Reference Values for the Intake of Sodium and Chloride. Ann Nutr Metab, 2018. 72 (1): p. 12-17.
- National Academies of Sciences Engineering and Medicine. Dietary Reference Intakes for Sodium and Potassium. [geraadpleegd op 17-03-2026].
- Gezondheidsraad. Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor zuigelingen en kinderen. 2025.
- Gezondheidsraad. Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen. 2018.
- Gezondheidsraad. Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor zwangeren. 2021.
- European Food Safety Autority (Efsa). Scientific Opinion on Dietary Reference Values for iron.EFSA Journal, 2015. 13 (10): p. 4254.
- Gezondheidsraad. An evaluation of the EFSA’s dietary reference values (DRVs), Part 1 Dietary reference values for vitamins and minerals for adults. Background document to: Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen. (No. 2018/19A). 2018.
- Voedingscentrum. Zink. https://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/zink.aspx [geraadpleegd op 17-03-2026].
- Gezondheidsraad. Advies Aanpassing kwalificatie voedingsnorm voor selenium (2024/15). 2024.
- Schepens MaA. et al., Risk assessment of exposure to PFAS through food and drinking water in the Netherlands 2023.
- European Food Safety Authority. Draft scientific opinion regarding the risks to human and animal health from the presence of dioxins and dioxin-like PCBs in food and feed.
- European Food Safety Authority. Update of the risk assessment of inorganic arsenic in food.2024.
- Boon PE. et al., The intake of contaminants via a diet according to the Dutch Wheel of Five Guidelines.2017.
- European Food Safety Authority. Acrylamide. [geraadpleegd op december 2025].
- European Food Safety Authority, Acrylamide in food. What is it? How can we reduce it?
- European Food Safety Authority. EFSA explains risk assessment: Acrylamide in food. 2015.
- European Food Safety Authority. Risk to human health related to the presence of perfluoroalkyl substances in food. EFSA J, 2020. 18 (9): p. e06223.
- Gezondheidsraad. Voedingsaanbevelingen voor zwangere vrouwen. Den Haag: Gezondheidsraad 2021; publicatienr. 2021/26.2021.