Ga direct naar de inhoud.
Vlees
Vlees in het kort
- Onbewerkt mager vlees staat in de Schijf van Vijf. Het bevat veel eiwitten, vitamines en mineralen.
- Voor volwassenen is het advies om niet meer dan 300 gram vlees per week te eten, waarvan maximaal
100 gram rood vlees. Je kunt vlees vervangen door andere producten, zoals peulvruchten en noten.
- Het eten van veel rood en met name bewerkt vlees verhoogt de kans op bepaalde hartziekten en beroerte.
Daarnaast is het aannemelijk dat ook de kans op diabetes type 2 en darmkanker verhoogt.
- Vlees heeft een grote impact op het milieu: kippenvlees het minste en rundvlees het meest. De toenemende
vraag naar vlees leidt tot veel broeikasgasuitstoot, meer landgebruik en het verdwijnen van regenwoud. Noten, peulvruchten en ei zijn een duurzamer alternatief.
- Bij het kopen van vlees kun je letten op de keurmerken Biologisch, EKO-NL 3 sterren (varkensvlees), Demeter en Beter Leven 3 sterren.
- In rauw vlees kunnen ziekmakende bacteriën en parasieten zitten. Door vlees goed te verhitten worden deze gedood.
- Bij het verbranden van vlees kunnen schadelijke stoffen ontstaan. Laat vlees daarom niet zwart worden bij het bereiden.
Wat is vlees?
Vlees is het eetbare deel van een dier. Meestal zijn
dit spieren en soms zijn het organen zoals lever.
Veelgestelde vragen over vlees in het algemeen
Wat is het verschil tussen rood en wit vlees?
- Rood vlees: vlees dat komt van runderen,
kalveren, varkens, schapen, geiten en paarden. Ook al is het vlees van deze
dieren niet altijd duidelijk rood van kleur, toch wordt dit vlees gerekend tot
rood vlees.
- Wit vlees: vlees dat komt van kip en ander
gevogelte en tamme konijnen.
sluiten
Wat is het verschil tussen bewerkt en onbewerkt vlees?
- Onbewerkt
vlees: vlees waaraan voorafgaand aan de verkoop geen verdere toevoegingen of
bewerkingen zijn gedaan. Hieronder valt ook gesneden of gemalen vlees dat geen
verdere toevoegingen of andere bewerking heeft ondergaan. Voorbeelden van
onbewerkt mager vlees zijn: kipfilet, kipdrumstick, kalkoenfilet, biefstuk,
magere runderlappen, sukadelap, varkenshaas, haaskarbonades, magere
varkenslappen, varkensfiletlapjes, hamlap en mager lamsvlees.
-
Bewerkt vlees: vlees dat voorafgaand aan
de verkoop is bewerkt om de smaak of houdbaarheid te beïnvloeden door middel
van roken, zouten, pekelen, fermenteren of het toevoegen van
conserveringsmiddelen zoals nitraat of nitriet. Het kan hierbij gaan om rood of wit vlees, maar het meeste bewerkte vlees is
rood vlees. Vleeswaren, zoals worst, ham of paté, zijn bewerkt vlees.
Andere voorbeelden van bewerkt vlees zijn hamburger, worst en gemarineerd vlees.
sluiten
Wat is het verschil tussen mager en vet vlees?
Vlees varieert in vetgehalte. Voorbeelden
van vette vleessoorten met veel verzadigd vet zijn speklap, gehakt, krabbetjes,
lamskotelet en lamskarbonade. Magere vleessoorten met
weinig verzadigd vet zijn bijvoorbeeld biefstuk, kipfilet en varkensfilet.
Bij producten op basis van vlees, zoals vleeswaren,
worst, hamburgers, moet de voedingswaarde en dus ook het vetgehalte op het
etiket staan. Deze verplichting geldt niet voor onverpakte producten zoals vers
vlees zonder toevoegingen.
Volgens de Warenwet moet vlees (eventueel met toevoegingen) aan een aantal eisen voldoen. Deze
eisen maken het makkelijk om te zien hoeveel vet er maximaal in een product
zit:
- Gehakt: niet meer dan 25%
- Mager gehakt: niet meer dan 15%
- Tartaar: niet meer dan 10%
- Gehakte biefstuk, zoals Duitse biefstuk: niet meer dan
6%
- Magere vleesproducten: niet meer dan 20%
sluiten
Wat betekenen termen op de verpakking als ‘half om half’?
In de Warenwet staan regels over wat er op de
verpakking mag staan:
- De aanduiding ‘half om half’: dit mag alleen worden
gebruikt voor gehakt dat voor de ene helft van runderen en voor de andere helft
van varkens afkomstig is.
- Tartaar en gehakte biefstuk: mag alleen van rundvlees
worden gemaakt.
- Toegevoegd eiwit: wanneer vleesproducten eiwitten
bevatten van een andere dierlijke oorsprong, dan moet dit in de naam van het product
staan.
- Plakvlees: wanneer een vleesproduct de indruk geeft
dat het uit één stuk bestaat, maar in werkelijkheid uit verschillende stukken
bestaat, dan moet op het etiket staan ‘samengesteld uit stukjes vlees’.
Verder moet bij pluimveevlees in verband met de
mogelijke bacteriële besmetting van kip op de verpakking altijd een
waarschuwing staan voor de bereiding van rauwe kip staan.
sluiten
Wordt er water toegevoegd aan vlees?
Aan rauw, onbewerkt vlees mag geen extra water toegevoegd worden.
Het is in de wet vastgelegd dat hieraan niets mag worden toegevoegd, anders mag
het geen vlees heten. Onbewerkt wil zeggen: niet gemarineerd,
gekruid, gemalen, gepaneerd, gerookt of een andere bewerking.
Bij kippenvlees kan het wel zijn dat er tijdens het koelen water wordt
opgenomen. Er kan namelijk met lucht gekoeld worden, maar ook met dompelkoeling
of sproeikoeling. Hierdoor kan het zijn dat er kleine hoeveelheden water worden
opgenomen.
Aan bewerkt vlees, zoals vleeswaren, worst, hamburgers,
kan water worden toegevoegd, bijvoorbeeld om het malser of zwaarder te maken.
Daarbij worden andere ingrediënten of hulpstoffen toegevoegd om het water te binden.
Vaak worden eiwitten uit bijvoorbeeld rundvlees of fosfaten gebruikt, zoals
E450, E451 en E407. Wanneer er dan meer dan 5% water is toegevoegd, moet dit op
de verpakking staan als ‘toegevoegd water’.
sluiten
Hoe weet je waar vlees vandaan komt?
Waar vlees vandaan komt is te zien op het etiket van
rund- en kalfsvlees. Deze informatie is ook verplicht op het etiket van
kippen-, varkens-, schapen- en geitenvlees. Het is alleen nog niet helemaal
duidelijk hoe.
Bij rund- en kalfsvlees moet staan in welk land het dier is geboren, waar het
is grootgebracht en waar het is geslacht. Dit is niet verplicht voor gehakt,
worst, gekookt of gebakken rundvlees en rundvlees verwerkt in gekruid vlees, omdat
dit vlees uit meerdere dieren kan bestaan.
Op alle vleesproducten moet wel een ovale afbeelding staan met een afkorting
van het land waar de verwerker is gevestigd. Dit geeft aan waar de laatste
bewerking heeft plaatsgevonden, niet waar het product vandaan komt.
Er
zijn ook varkensvleesproducten in Europa wettelijk beschermd. Zij mogen zich
vernoemen naar een regio, omdat ze ook echt daarvandaan komen. Dit zijn
producten met een Beschermde
Oorsprongsbenaming (BOB),
zoals Tiroler speck.
sluiten
Hoeveel vlees eten we in Nederland?
Het vleesverbruik van Nederlanders was
volgens Wageningen Economic Research in 2024 per persoon 74 kilo. Zo’n 35 kilo
daarvan is varkensvlees, 22 kilo kip of gevogelte, 15 kilo rundvlees, 1 kilo
kalfsvlees en 1 kilo schapen- en geitenvlees. Dit is op basis van karkasgewicht
(inclusief botten). Paardenvlees wordt in Nederland nauwelijks gegeten.
Uit de voedselconsumptiepeiling van het RIVM
uit 2019-2021
blijkt
dat we in Nederland gemiddeld 87 gram
vlees per dag eten. Dat is 18 procent minder dan in de periode 2007-2010. Mannen
van 18-50 jaar eten het meeste vlees (116 gram per dag). Meer dan de helft van
het vlees dat we eten is bewerkt vlees. Bewerkt vlees is voor het grootste deel
rood vlees. Meer dan 25% van de volwassen mannen eet 100 gram of meer rood en/of
bewerkt vlees per dag.
sluiten
Video: Wat is het verschil tussen rood, wit en bewerkt vlees?
Als je liever een tekst wilt lezen dan een video kijken, dan vind je onder de video ook de uitgeschreven tekst.
Inhoud video als tekst
Vlees is er in allerlei soorten. In deze video duiken we in de verschillen tussen rood, wit en bewerkt vlees. Wat maakt ze anders? En waarom is dat belangrijk?
Allereerst rood vlees. Dit komt van runderen, varkens, schapen, geiten of paarden. Het heet rood vlees, ook als het in de winkel niet altijd duidelijk rood van kleur is. Ook heeft het niets te maken met hoe doorbakken het vlees is. Voorbeelden van rood vlees zijn biefstuk en gehakt. En ook hamlap, bieflap, sukade die je bijvoorbeeld als stoofvlees gebruikt. Wit vlees komt van kip, gevogelte of tam konijn. Het is lichter van structuur en
smaak. Bewerkt vlees is rood of wit vlees dat vervolgens is bewerkt om de smaak of houdbaarheid te verbeteren. Bijvoorbeeld door het te roken, paneren, marineren of het toevoegen van stoffen. Denk aan ham, salami, hamburgers en worst.
Vlees levert waardevolle voedingsstoffen zoals eiwitten, ijzer en B-vitamines. Maar de soorten verschillen in samenstelling en de impact op ons lichaam én de wereld om ons heen.
We weten dat veel rood vlees eten de kans op bepaalde aandoeningen, zoals darmkanker en diabetes type 2, vergroot. En daarbij heeft rood vlees, vooral rundvlees, een grotere klimaatimpact dan wit vlees. Onbewerkt wit vlees bevat veel eiwitten en is magerder. Bewerkt vlees, zowel bewerkt wit als bewerkt rood vlees, vergroot het risico op bepaalde ziekten als je het regelmatig eet. Dat komt doordat er vaak zout en conserveringsmiddelen zoals nitriet inzitten, die in het lichaam schadelijke stoffen kunnen vormen.
Vlees staat in de Schijf van Vijf-adviezen. Die gaan niet over wat je wel of niet ‘mag’, maar vooral over balans: hoeveel en hoe vaak. Het advies is om maximaal 300 gram vlees per week te eten. Kies daarbij vooral voor onbewerkt wit vlees en beperk rood vlees tot 100 gram. Bewerkt vlees eten we in Nederland best vaak, maar het past eigenlijk beter als iets voor af en toe.
Of je nu vleesliefhebber bent of wat vaker wilt
afwisselen: inzicht in de verschillende vleessoorten helpt bewuste keuzes te maken.
sluiten
Kom meer te weten over deze vleessoorten:
Rundvlees
Rundvlees is het vlees van een rund. In Nederland
worden koeien gehouden voor vlees en melk. Er zijn verschillende rundvleesrassen.
Rundvlees kan worden ingedeeld in snijvlees en draaiproducten. Snijvlees is het vlees dat
in lappen wordt gesneden, zoals biefstuk, runderlappen en sukadelappen. Dit
vlees komt vooral van vleeskoeien. Draaiproducten zijn onder andere
rundergehakt, rundertartaar en hamburgers. Dit komt vooral van melkkoeien. Bewerkt
vlees is voornamelijk vlees van melkkoeien.
sluiten
Varkensvlees
Varkensvlees is vlees van varkens. Er
zijn allerlei varkensrassen.
Een kruising tussen het Nederlands Landras en het Groot Yorkshire-varken komt
in Nederland het meest voor. Vleesvarkens
worden geslacht als ze ongeveer 6 maanden oud zijn. Hoe varkensvlees smaakt en
hoe stevig en vet het is, hangt af van het ras. Ook het veevoer dat de varkens
hebben gekregen is daarvoor belangrijk.
Van varkens worden verschillende
producten gemaakt, zoals gehakt, worst, karbonades, lapjes en rollade.
Varkensvlees wordt ook verwerkt tot vleeswaren, zoals bacon, ham,
boterhamworst, gebraden gehakt, leverkaas en smeerworst.
sluiten
Kip en gevogelte
Kippenvlees is
het vlees van een kip. De productie van kippenvlees vindt in een andere keten
plaats dan de productie van eieren. In Nederland worden vooral vleeskuikens van
de rassen Cobb en Ross gehouden. Deze rassen zijn geselecteerd omdat ze snel
groeien. Ze worden geslacht als ze zo’n 6 weken oud zijn. Ze zijn dan nog niet
volwassen. Eigenlijk eten we dus geen kip maar kuikens, al ligt het wel als kip
in de winkel.
Gevogelte is bijvoorbeeld eend of kalkoen.
Veel onderdelen van kip en gevogelte worden gegeten.
| Onderdeel van kip of gevogelte |
Hoe het in de winkel ligt |
| Borst |
Filet |
| Poten |
Bouten |
| Onderpoten |
Drumsticks |
| Bovenpoten |
Karbonade |
| Vleugels |
Vleugels |
| Lever |
Kippenlevertje, eendenlever, ganzenlever |
sluiten
Kalfsvlees
Een kalf is een nakomeling van een koe en een stier.
Om een koe melk te laten geven moet ze ieder jaar een kalfje krijgen. Deze
kalveren gaan voor een groot deel naar de kalverhouderij voor het kalfsvlees.
Kalfsvlees zit in
verschillende producten, zoals kalfsoesters, kalfsschnitzel of kalfssucade. Dat
kan rosé of blank kalfsvlees zijn.
sluiten
Hoe bewaar je vlees?
Voor de houdbaarheid van vlees(waren) is het
belangrijk om het goed en veilig te bewaren. Onthoud daarom de volgende
adviezen:
-
Leg rauw(e) vlees(waren) na het boodschappen doen
zo snel mogelijk in de koelkast. Neem een koeltas mee naar de winkel als
het erg warm is. Vooral in de auto stijgt de temperatuur op een zonnige
dag snel.
- Bewaar vlees(waren)
bij voorkeur op de koudste plek in de koelkast, dat is vaak de onderste
plank. Bewaar geopende of onverpakte producten maximaal 2 dagen in de
koelkast. Zorg dat de koelkast op 4°C staat.
- Haal vlees(waren)
niet te lang voor het bereiden of eten uit de koelkast. Ziekmakende
bacteriën, zoals salmonella, delen zich bij een temperatuur van boven de
10°C snel.
-
Zorg dat
vlees(waren) niet langer dan 2 uur buiten de koelkast ligt. Haal bij een BBQ of gourmet bijvoorbeeld eerst een deel van het vlees
uit de koelkast en vul pas aan indien nodig.
Kijk voor het bewaaradvies van verschillende soorten
vlees(waren) in de online Bewaarwijzer. Bekijk ook de pagina 5x veilig met vlees.
Veelgestelde vragen over het bewaren van vlees
Kun je vlees dat over de datum is nog veilig eten?
Vlees dat kort houdbaar is en snel bederft heeft een ‘te
gebruiken tot’-datum (TGT). Voor de veiligheid is het af te raden vlees na deze
datum te eten, ook als het nog goed ruikt. Ziekmakende bacteriën kun je niet
zien of ruiken maar ze kunnen wel een voedselvergiftiging of een
voedselinfectie veroorzaken. Je kunt vlees ook tot op de
‘te-gebruiken-tot’-datum invriezen. Is de verpakking eerder geopend, dan geldt de houdbaarheidsdatum niet
meer.
Als vlees echt bedorven is, kan het behoorlijk
stinken. Je moet het dan weggooien, ook als de houdbaarheidsdatum nog niet is
verstreken. De kans dat je er ziek van wordt, is groter.
Vleesproducten die minder snel bederven, zoals
een houdbare rookworst, hebben een ‘ten minste houdbaar tot-datum’ (THT). Na
deze datum kan de kwaliteit, zoals de smaak, geur of kleur, iets achteruitgaan.
Je kunt het vaak nog wel veilig eten. Kijk, ruik en proef.
sluiten
Moet je vlees uit de diepvries ontdooien voor bereiding?
Als je vlees uit de diepvries gaat eten, moet je het
eerst ontdooien. Doe je dit niet, dan loop je het risico dat de binnenkant van
het vlees nog niet helemaal gaar is, terwijl de buitenkant wel al donkerbruin
gebakken is. Het duurt dan dus langer voor het gaar is.
Let bij het ontdooien altijd op het volgende:
- Ontdooi bevroren vlees in de koelkast, op een afgedekt
bord of in een afgedekte schaal. Zo krijgen bacteriën geen kans en blijft het
vlees sappig. Laat het niet ontdooien op het aanrecht, op de verwarming of in
warm water.
- Spoel na het ontdooien het vleessap dat overblijft
weg.
- Kleinere stukken vlees kun je ontdooien in de
magnetron. Maak het dan wel meteen erna verder klaar. Grote stukken vlees zijn
minder handig te ontdooien in de magnetron, omdat de buitenkant dan gaar wordt
terwijl de binnenkant nog bevroren is.
- Vries ontdooid rauw vlees niet opnieuw in. Bij het
ontdooien komt namelijk vleesvocht vrij. Een tweede keer invriezen en ontdooien
komt de kwaliteit niet ten goede.
sluiten
Is vlees gezond?
Onbewerkt mager vlees staat in
de Schijf van Vijf. Vlees is rijk aan vitamine B1, B6 en B12 en aan zink. Daarnaast levert het vitamine B2 en ijzer, fosfor en seleen. Lever is bovendien
rijk aan vitamine A. Vlees bevat van
nature eiwit en vet. De hoeveelheid
eiwit en vet staan met elkaar in verband: hoe vetter het vlees, hoe lager het
eiwitgehalte en andersom.
Vette vleessoorten, zoals speklap, gehakt en
lamskotelet, bevatten relatief veel verzadigd vet. Veel verzadigd vet
verhoogt het risico op hart- en vaatziekten. Vet vlees staat daarom niet in de
Schijf van Vijf. Ook bewerkt vlees, zoals hamburger, worst, gemarineerd vlees en vleeswaren, staat niet in de
Schijf van Vijf. De voedingswaarde van bewerkt vlees hangt
af van hoe en van welk vlees het gemaakt is. Vaak zit er veel zout in.
Wat is de relatie tussen vlees en ziekte?
Er is inmiddels voldoende
wetenschappelijk bewijs voor de relatie tussen het eten van veel rood vlees en
vooral van bewerkt vlees, en de kans op ziekten. Het eten van veel rood en met
name bewerkt vlees verhoogt de kans op coronaire hartziekten en beroerte. Ook het
eten van rood en/of bewerkt vlees in plaats van plantaardige eiwitbronnen verhoogt
de kans op hart- en vaatziekten. Dat geldt ook voor het eten van rood en/of
bewerkt vlees in plaats van verschillende andere dierlijke eiwitbronnen
(yoghurt, kaas, eieren, vis).
Daarnaast is het
aannemelijk dat het eten van rood en bewerkt vlees de kans op darmkanker en diabetes
type 2 verhoogt. Ook hangt het eten van rood en/of bewerkt vlees in plaats van zuivelproducten
(melk, kaas en yoghurt) samen met een hogere kans op diabetes type 2. Lees meer over wat een risico op ziekten inhoudt.
Hoeveel vlees is het advies?
We adviseren volwassenen om niet meer dan
300 gram vlees per week te eten, waarvan maximaal 100 gram rood vlees
(van koe, schaap, geit en varken). Hierbij gaan we uit van het gewicht van
het vlees zoals je het koopt in de winkel, dus onbereid. Het advies is om zo
min mogelijk vleeswaren en ander bewerkt vlees te eten, en om vette
vleessoorten niet te vaak te nemen.
Vul de Schijf van Vijf voor jou in voor een
weekadvies op maat, waarin ook ei, vis en peulvruchten zijn meegenomen.
Veelgestelde vragen over de gezondheid van vlees
Wat als je meer vlees eet dan het advies?
Je bepaalt uiteindelijk zelf hoeveel vlees
je eet. Wij hebben voor ons advies gekeken naar gezondheid, voedselveiligheid
én duurzaamheid. Vlees levert van nature waardevolle voedingsstoffen zoals
eiwitten, ijzer en B-vitamines. Aan de andere kant heeft hoeveel en hoe vaak
we vlees eten impact op ons lichaam en op de wereld om ons
heen.
Voor je gezondheid geeft de
Gezondheidsraad het advies zo min mogelijk bewerkt vlees
te eten en maximaal 200 gram bereid rood vlees per
week. Dit is ongeveer 250-285
gram onbereid vlees. Meer hiervan eten dan de
Gezondheidsraad adviseert verhoogt de kans op coronaire hartziekten en
beroerte. Daarnaast is het aannemelijk dat het eten van rood en bewerkt vlees
de kans op darmkanker en diabetes type 2 verhoogt. Vanwege milieu is het Schijf
van Vijf-advies lager dan dit maximum. Vlees heeft van alles wat
we eten de meeste impact op het milieu.
Lees meer over waarom minder vlees eten beter is voor je gezondheid en het milieu.
sluiten
Is het nodig om vlees te eten?
Het is niet nodig om vlees te eten, je kunt het
vervangen door andere producten zoals peulvruchten, tofu en tempé.
Lees meer over gezond vegetarisch eten.
sluiten
Wat is het advies over vlees voor zwangeren?
Ook voor zwangeren adviseren we om
niet meer dan 300 gram vlees per week te eten, waarvan maximaal 100 gram rood
vlees. Je kunt ook prima vegetarisch eten als je zwanger bent. Let er wel op
dat je genoeg ijzer, jodium, calcium, eiwitten en vitamine B1 en B12
binnenkrijgt. Lees meer over vegetarisch eten tijdens de zwangerschap.
Tijdens de zwangerschap kun je beter geen rauw vlees
eten of (deels) rauwe vleeswaren zoals filet americain en salami. Als je
zwanger bent, ben je gevoeliger voor een voedselinfectie. De parasiet toxoplasma
gondii in rauw vlees kan een miskraam of vroeggeboorte veroorzaken. Verhit
vlees is geen probleem. Twijfel je over een product? Kijk dan in de app ZwangerHap.
Verder is het advies om geen
lever te eten als je zwanger bent en de hoeveelheid leverproducten, zoals
smeerworst en paté, te beperken. Lever en leverproducten bevatten veel vitamine
A. Te veel
vitamine A [BM1] verhoogt
bijvoorbeeld het risico op afwijkingen aan de schedel, zenuwen en hart- en
vaatstelsel bij je baby. Een flinke hoeveelheid paté in 1 keer kan al
schadelijk zijn voor je baby. Af en toe (een keer per week) een boterham met
een dun laagje smeerleverworst of paté kan geen kwaad voor jou of je baby.
sluiten
Waarom zou rood vlees schadelijk zijn?
De reden voor de mogelijke
schadelijke effecten van rood vlees is niet helemaal duidelijk. Er zijn
aanwijzingen dat een hoge inname van heemijzer samenhangt met hart- en
vaatziekten, diabetes type 2 en metabole ziekten. Heemijzer in
vlees heeft ook voordelen, want je lichaam heeft ijzer nodig en neemt heemijzer
makkelijker op dan non-heemijzer uit plantaardige voedingsmiddelen. Lees meer over ijzer in voeding.
Ook
andere componenten van rood vlees zijn in verband gebracht met diabetes type 2.
Het is nog
niet helemaal duidelijk hoe dit mechanisme werkt. De combinatie van verschillende componenten in vlees zoals verzadigd vet,
nitriet en heemijzer zou mogelijk een rol kunnen spelen in het ontstaan van
insulineresistentie en daarmee op het ontstaan van diabetes type 2.
Stoffen
die gevormd worden bij het roosteren, grillen of frituren van vlees op hoge
temperatuur kunnen schadelijk zijn. Dat geldt ook voor wit vlees. Ook kan verzadigd vet en
zout een rol spelen. Vlees levert een belangrijke bijdrage aan de inname van
verzadigd vet. Verzadigd vet verhoogt de kans op een hoog LDL-cholesterol en hart- en
vaatziekten. Bewerkt vlees bevat veel zout. Te veel zout kan leiden tot een
hoge bloeddruk. Een hoge bloeddruk verhoogt de kans op hart- en vaatziekten.
sluiten
Hoe zit het met wit vlees en de kans op ziekten?
De Gezondheidsraad geeft aan dat voor
de samenhang tussen het eten van wit vlees en de kans op chronische ziekten
geen conclusies met voldoende bewijs zijn. Wel geven de bevindingen aan dat de wijze van vervanging belangrijk is: wit
vlees als vervanging van bewerkt vlees hangt samen met een lagere kans op hart-
en vaatziekten. Wit vlees als vervanging van plantaardige producten, zoals
noten, hangt juist samen met een hogere kans op hart- en vaatziekten.
sluiten
Tekstkader met afbeelding
Expert duurzaam eten Lilou van Lieshout: Dilemma tussen gezond en duurzaam
"Het eten van magere
vleessoorten zoals kipfilet, biefstuk en varkensfilet heeft de
voorkeur. Dit vormt een dilemma tussen gezond en duurzaam. Het
is namelijk duurzamer om niets te verspillen en dus het
héle dier op te eten. Neem je weinig vlees of andere
producten met veel verzadigd vet, dan past er misschien af en toe vet
vlees bij. Want uiteindelijk gaat het natuurlijk om je hele
eetpatroon. Met Mijn Eetmeter kun
je bekijken hoeveel verzadigd vet je binnenkrijgt."
Is vlees duurzaam?
Van alles wat we in Nederland eten
en drinken heeft de huidige vleesconsumptie de grootste impact op het klimaat
en milieu. Van het Nederlandse eetpatroon komt ongeveer een kwart tot een derde
van de broeikasgasuitstoot, het landgebruik en verzuring en vermesting van de
grond door het eten van vlees. Minder
of geen vlees eten heeft een aanzienlijk lagere impact op het klimaat en
milieu.
De grootste impact van vlees
vindt plaats in de productiefase. Voor de productie van vlees is veel voer,
water, land en energie nodig. Voor elke kilo vlees is bijvoorbeeld
1,5 tot 9 kilo voer nodig.
Ook zorgt de veeteelt
voor mest en broeikasgassen, en verlies aan biodiversiteit. In Nederland produceren we ook veel meer vlees dan we
zelf consumeren. De milieu-impact en het landgebruik van deze productie vindt
wel plaats in Nederland. Naast
productie heeft ook het vervoer, bewerken, opslaan en verpakken van vlees
invloed op het klimaat.
Is het duurzamer om geen vlees te eten?
In het meest duurzame scenario is
onze voedselproductie volledig duurzaam en circulair. Dat gaat uit van het
principe dat je alleen produceert wat écht nodig is en dat dan zo optimaal
mogelijk eet: een optimale benutting van voedsel. Vlees hoeft niet volledig
gemeden te worden vanuit klimaat- en milieu-perspectief. Een beperkte
hoeveelheid vleesproductie is voor een optimaal landgebruik efficiënter dan
uitsluitend plantaardige productie. Eventuele reststromen die niet voor
menselijke consumptie geschikt zijn worden dan ingezet als veevoer, net
als land dat niet geschikt is voor het verbouwen van voedsel voor mensen. Bovendien
komt er door de productie van zuivel en ei ook vlees van melkkoeien en
legkippen beschikbaar.
Is er verschil in milieu-impact tussen vleessoorten?
De milieu-impact verschilt tussen vleessoorten. Van alle vleessoorten heeft kippenvlees de laagste
klimaatimpact, rundvlees het meest. Varken zit daar tussenin. Kippen eten
minder en zetten het voer efficiënt om in ei of vlees. Kippen leven verder
minder lang, waardoor ze ook minder mest produceren. De impact op het klimaat
is nog lager bij plantaardige eiwitbronnen zoals noten, peulvruchten en
granen.
Van alle vleessoorten heeft
kippenvlees de laagste klimaatimpact, rundvlees het meest. Varken zit daar
tussenin. Kippen eten minder en zetten het voer efficiënt om in ei of vlees.
Kippen leven verder minder lang, waardoor ze ook minder mest produceren. De
impact op het klimaat is nog lager bij plantaardige eiwitbronnen zoals noten,
peulvruchten en granen. Hieronder leggen we per vleessoort meer uit over de
milieu-impact.
Rundvlees
Rundvlees belast het klimaat en milieu meer
dan andere voedingsmiddelen en andere soorten vlees. Zo belast rundvlees het klimaat
zo’n 5,5 keer
meer dan kip.
Koeien zijn herkauwers en stoten daardoor via boeren
en scheten methaan uit. Daarnaast komt uit mest van vee lachgas en methaan
vrij. Deze gassen dragen sterk bij aan het broeikaseffect. Verder zorgt mest
voor vervuiling van het water. Voor rundvee is per kilo ook meer voer
nodig dan bij kip en varken. Voor 1 kilo rundvlees is 5 tot 9 kilo voer nodig. Voor de productie van rundvlees wordt minder soja gebruikt dan
voor de productie van kip, varken of kweekvis.
Bij biologische en grasgevoerde rundveeteelt worden minder dieren op een
hectare gehouden dan bij de gangbare veehouderij. Dit zorgt voor minder impact
op biodiversiteit. Goede omgang met mest zorgt ook voor minder verlies aan
biodiversiteit. De broeikasgasuitstoot per kilogram biologisch rundvlees
verschilt niet van een kilogram gangbaar rundvlees. Bij grasgevoerde koeien is
de broeikasgasuitstoot per kilogram product hoger dan bij graangevoerd vee.
De klimaat en
milieu-impact van de productie van rundvlees kan door technologische
ontwikkelingen worden verbeterd, maar vermindering van de productie en
consumptie van rundvlees is noodzakelijk om binnen de planetaire grenzen te
blijven.
sluiten
Varkensvlees
Varkensvlees
heeft ruim
de helft minder
impact op het klimaat en milieu dan rundvlees. Ook is er minder
waterverbruik dan rundvlees. Wel wordt
er meer soja gebruikt voor de productie van varkensvlees dan voor de productie
van rundvlees. Soja dat als veevoer wordt gebruikt zorgt voor verlies aan
biodiversiteit door grootschalige ontbossing en door teelt in grote
monoculturen.
Varkensvlees
beïnvloedt het klimaat en milieu ruim 2,5 keer meer
dan kip. Dat komt vooral doordat er meer voer nodig is om varkens te laten
groeien dan voor kip. Voor 1 kilo varkensvlees is ruim 2,5 kilo voer
nodig, waaronder soja. Een deel van het voer zijn reststromen uit de
voedingsindustrie. Daardoor valt de milieubelasting per varken relatief laag
uit.
Een ander milieuprobleem bij varkens is de mest die ze produceren. Te veel mest
veroorzaakt onder andere verzuring van bodem, lucht en (grond)water, door
stoffen als ammoniak, nitraten en fosfaten. Via de mest stoot de
varkenshouderij ook broeikasgassen uit.
sluiten
Kip
Van alle soorten vlees heeft
kip de laagste impact op het klimaat en milieu.
Kip heeft wel meer impact op het milieu dan plantaardige eiwitbronnen, zoals
vleesvervangers, soja en peulvruchten.
Voor 1 kilo kippenvlees is minder voer nodig dan voor 1 kilo rund- of
varkensvlees. Een kip heeft maar 1,5-2 kilo voer nodig om 1 kilo te groeien. Wel wordt er meer soja gebruikt voor de
productie van kippenvlees dan voor de productie van varkensvlees en rundvlees.
Soja dat als veevoer wordt gebruikt zorgt voor verlies aan biodiversiteit door
grootschalige ontbossing en door teelt in grote monoculturen.
sluiten
Op welke keurmerken kan je letten bij het kopen van vlees?
Op de verpakking van vlees zijn verschillende keurmerken te
vinden. Deze geven onder andere inzicht in hoe het dier heeft geleefd en of het vlees is
geproduceerd met extra aandacht voor natuur en milieu. Ambitieuze keurmerken
voor vlees zijn:
- Biologisch
- EKO-NL 3 sterren (varkensvlees)
- Demeter
- Beter Leven 3 sterren
Er zijn nog meer keurmerken te
vinden rondom duurzaamheid. Kijk voor meer informatie over de beschikbare
keurmerken in de Keurmerkenwijzer.
Als er een van de bovenstaande keurmerken op het etiket staat,
betekent dat dat dieren onder betere omstandigheden dan de standaard geleefd
hebben. Voor specifiek dierenwelzijn is er de
Boodschappenhulp Dierenwelzijn.
Vleesproducten met een keurmerk
zijn vaak duurder. Dit komt doordat de kosten voor
de veehouder hoger zijn, bijvoorbeeld omdat de dieren meer ruimte krijgen, voer
een betere kwaliteit heeft en ze langer leven.
Halal
en Koosjer zijn keurmerken waarbij rekening gehouden is met een bepaalde
levensbeschouwing.
Lees meer over verschillende milieu-aspecten van vlees
Soort veehouderijsysteem
Er zijn
verschillende veehouderijsystemen met elk voor- en nadelen.
Intensieve
veehouderij is de meest voorkomende vorm van veehouderij en is gericht op de
meest efficiënte productie. Bijvoorbeeld door gebruik van machines, specifieke
rassen en krachtvoer. De productie vindt vaak plaats in (mega)stallen en er is geen
land nodig bij de boerderij om eigen veevoer te produceren. Het
voordeel van deze vorm van veehouderij is dat er met relatief weinig
grondstoffen en ruimte veel voedsel geproduceerd kan worden. Dit draagt bij aan
de betaalbaarheid van eten en voedselzekerheid.
Het houden van veel dieren op een klein oppervlakte heeft ook nadelen. De
enorme productie van vlees zorgt voor veel uitstoot van broeikasgassen. Ook leidt
het op en rond de boerderij tot milieuschade door stikstofuitstoot, bodem- en
waterverontreiniging en verlies aan biodiversiteit.
Bij een
extensievere vorm van veehouderij is er meer balans tussen de hoeveelheid
dieren en de hoeveelheid voer die de beschikbare grond kan verbouwen. Er worden
met name minder dieren gehouden per hectare. De effecten op milieu en
biodiversiteit zijn daardoor lager per hectare. Het nadeel is echter dat de
productie minder efficiënt is en er dus relatief meer land, water en voer nodig
zijn voor de productie van eenzelfde hoeveelheid vlees.
Voor
een balans tussen landbouw en natuur in Nederland is er een mogelijke rol voor
technologische ontwikkeling, maar lijkt extensivering van de landbouw
noodzakelijk. Als
je een betere keuze wilt maken voor het milieu, kun je kiezen voor vlees
afkomstig van extensievere veehouderijen, bijvoorbeeld vlees met het
EU-biologisch keurmerk. Biologische veeteelt is vaak een extensievere vorm van
veeteelt. Er zijn minder dieren per hectare en er is meer aandacht voor
dierenwelzijn. Biologische teelt is daarnaast beter voor de bodem en
biodiversiteit. Lees meer over biologisch.
sluiten
Ontbossing
Voor de productie van vlees wordt wereldwijd vooral
nog soja gebruikt voor het veevoer. De productie van soja wordt in verband
gebracht met ontbossing en het verdwijnen van regenwoud, vooral in (Zuid-Amerikaanse)
natuurgebieden.
Lees meer over soja.
sluiten
Biodiversiteit
Vlees is de productgroep die
zorgt voor het meeste verlies aan biodiversiteit. Belangrijke redenen
daarvoor zijn het landgebruik met monoculturen, ontbossing om soja te telen
voor veevoer en de intensieve landbouw die gebruik maakt van
bestrijdingsmiddelen en van (kunst)mest voor veevoer. Dit laatst leidt tot
verzuring en vermesting.
sluiten
Dierenwelzijn
Dierenwelzijn gaat
niet altijd hand in hand met goed zijn voor het klimaat en milieu. Kip uit de
gangbare vleeskuikenhouderij heeft bijvoorbeeld het laagste dierenwelzijn, maar
is ook het minst slecht voor het milieu. Langzaam groeiende rassen hebben meer
voer nodig en scharrelkippen hebben een hoger landgebruik. En vrije uitloop
buiten kan leiden tot fijnstof in de lucht en kan ervoor zorgen dat dieren
ziektes oplopen of verspreiden.
Als
je wilt letten op dierenwelzijn én op het klimaat en milieu, kan een
tussenoplossing zijn dat je kiest voor vlees met een lage milieubelasting,
zoals kip, maar wel met een keurmerk voor dierenwelzijn, zoals Beter Leven 3
sterren of biologisch. Ook kan je ervoor kiezen om minder vlees te eten en
daarbij dan wel vlees te kopen met een keurmerk voor dierenwelzijn.
De Boodschappenhulp Dierenwelzijn helpt je met
kiezen voor vlees waarbij extra rekening gehouden is met het leven van het
dier.
sluiten
Hoe zit het met de veiligheid van vlees?
Ziekmakende bacteriën en parasieten in vlees
In rauw vlees kunnen ziekmakende bacteriën zoals salmonella,
campylobacter of E. coli zitten. Ook parasieten zoals Toxoplasma
gondii kunnen in rauw vlees voorkomen. Van
een besmetting kun je een voedselinfectie krijgen. Vlees bakken doodt de bacteriën en
parasieten.
Voor kip en gemalen vlees (zoals
gehakt of worst) is het advies om het altijd door en door te verhitten. Ook
vlees waarbij op de verpakking staat ‘samengesteld
uit stukjes vlees’ kun je het beste helemaal doorbakken.
Vlees uit één stuk van rund of varken, zoals biefstuk
of varkenshaas, kan rosé gegeten worden, omdat de meeste bacteriën altijd aan
de buitenkant van het vlees zitten. Maar doorbakken is de meest veilige keuze.
Sommige vleessoorten worden bewust rauw gegeten of
niet door en door verhit. Voorbeelden zijn tartaar, carpaccio, ossenworst en
filet américain. Dit zijn risicovolle
producten.
Voor kleine kinderen, ouderen,
zwangeren en mensen met een verminderde weerstand is het advies om vlees altijd
goed door te doorbakken en geen rauw vlees en rauwe vleesproducten zoals filet
americain te eten. Deze kwetsbare groepen zijn namelijk gevoeliger voor
voedselinfecties. Voor iedereen geldt dat vlees bakken de meest veilige optie
is.
Rauw vlees is niet veilig na invriezen. Invriezen doodt
wel de parasiet Toxoplasma gondii (bij -12 °C voor minstens 4 dagen,
maar bacteriën zoals E. coli of salmonella kunnen overleven. Hierdoor kun je er
alsnog ziek van worden. Lees meer over veilig omgaan met vlees.
Video: Waarom is het verstandig om kip niet rauw te eten?
Als je liever een tekst wilt lezen dan een video kijken, dan vind je onder de video ook de uitgeschreven tekst.
Inhoud video is tekst
Je weet waarschijnlijk wel dat je
kip beter niet rauw kan eten en altijd goed moet verhitten. Maar waarom is
dat eigenlijk?
Dat zit zo: op vlees zitten bacteriën. Van
sommige van die bacteriën kun je goed ziek worden. Salmonella, Ecoli, Campylobacter,
Listeria. Krijg je te veel van die bacteriën binnen, dan kun je een
voedselvergiftiging krijgen. Elke dag worden er mensen ziek van. En dat
gebeurt het vaakst bij kip.
Dat is natuurlijk vervelend, maar er speelt méér.
Er zijn namelijk ziekmakende bacteriën die zich zo
hebben aangepast, dat ze niet meer doodgaan door antibiotica. Als jij daar ziek
van bent geworden, wordt je dus niet meer zomaar beter met een kuurtje.
Vooral voor kinderen, zwangeren,
ouderen en mensen met een verzwakt afweersysteem kan dit behoorlijk
gevaarlijk zijn. Zij hebben namelijk meer kans om ernstiger ziek te worden
van een voedselvergiftiging - en als de antibiotica dan ook niet meer werkt -
tja dan heb je dubbel pech.
En ook die resistente bacteriën vind je het vaakst op rauwe kip.
Gelukkig kun je wel veel doen om de kans op een
besmetting via vlees te verkleinen:
- Was je
handen. Zeker nadat je rauwe kip hebt aangeraakt.
- Gebruik
nooit hetzelfde mes of snijplank voor
rauwe kip en daarna voor gaar eten of voor het klaarmaken van je salade of
broodje. Prik ook niet met hetzelfde bestek in rauwe kip en daarna in gaar
eten.
- Bak je kip
goed gaar, zodat het niet meer roze of glazig is van binnen.
Kip rauw eten deed je waarschijnlijk al niet, maar nu
weet je ook precies waarom. Niet alleen voor jezelf, maar ook voor de mensen
voor wie je kookt.
sluiten
Ongewenste schadelijke stoffen in vlees
Bewerkt vlees waaronder
vleeswaren kunnen schadelijke stoffen bevatten die uit het milieu komen, zoals
dioxines of PFAS. Die hoeveelheid is
klein en vormt meestal geen probleem.
Daarnaast kunnen schadelijke
stoffen ontstaan doordat het vlees is bewerkt door middel van roken, drogen,
zouten of door toevoeging van conserveringsmiddelen. Zo worden nitraat of
nitriet gebruikt om de houdbaarheid van vlees(waren) te verlengen. Deze stoffen
kunnen omgezet worden in schadelijke nitrosamines. In de wet zijn daarom voor
deze conserveermiddelen maximum gehaltes vastgelegd.
Als vlees verbrandt, kunnen PAKs ontstaan. Zorg daarom
dat er geen zwarte randjes of zwarte korstjes ontstaan bij de bereiding van
vlees. Lees meer over PAKs.
Hormonen in vlees
Hormonen kunnen de productie van vlees vergroten.
De Europese
Unie (EU)
heeft dat verboden, omdat het toedienen van hormonen gezondheidsrisico’s kan
hebben voor de consument. Ook mogen producten die met hormonen geproduceerd
zijn niet in de EU worden ingevoerd en verkocht. De Nederlandse Voedsel- en
Warenautoriteit (NVWA) ziet hierop toe. In de Verenigde Staten en andere delen
van de wereld is hormoongebruik voor een grotere vleesopbrengst wel toegestaan.
Lees meer over hormonen.
Antibiotica in vlees
Varkens, kippen, kalkoenen of
runderen kunnen antibiotica krijgen om infecties te bestrijden.
Europese wetgeving zorgt ervoor dat er (vrijwel) geen resten van antibiotica
meer aanwezig zijn in het vlees van deze dieren. Er is namelijk een wachttijd
ingesteld: als dieren antibiotica hebben gekregen mogen ze niet worden geslacht
tot de wachttijd voorbij is. De NVWA controleert steekproefsgewijs of er
onverhoopt toch resten antibiotica in vlees voorkomen, en of deze eventuele
resten niet de wettelijke maximale hoeveelheid overschrijden. In Nederland
komen nauwelijks overschrijdingen voor. Het gebruik van antibiotica
brengt ook een ander probleem met zich mee, namelijk resistente
bacteriën. Lees meer over antibiotica.
Dierziekten
Dieren kunnen dierziekten oplopen als BSE, TBC, mond- en klauwzeer en
Q-koorts. Ze worden voor de slacht op deze ziekten gecontroleerd. Vlees in de
winkel is daarom veilig. Lees meer over dierziekten.
Andere interessante pagina’s rondom vlees
Deze onderwerpen hebben te maken met vlees:
Belangrijkste bronnen vlees
Overzicht bronnen vlees