!
De vernieuwde Schijf van Vijf: klaar voor de toekomst
Het Voedingscentrum presenteert de vernieuwde Schijf van Vijf: het hulpmiddel dat je op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten helpt om gezond, duurzaam en veilig te eten.
Lees meer
Vlees
In het kort
- Onbewerkt mager vlees past in een gezond eetpatroon, vooral vanwege de eiwitten, vitamines en mineralen.
- We adviseren volwassenen om niet meer dan 300 gram vlees per week te eten, waarvan maximaal 100 gram rood vlees. Het is niet nodig om vlees te eten, je kunt het vervangen door andere producten.
- Het eten van veel rood en met name bewerkt vlees verhoogt de kans op bepaalde hartziekten en beroerte. Daarnaast is het aannemelijk dat de consumptie van rood en bewerkt vlees de kans op diabetes type 2 en darmkanker verhoogt. Let verder op met het eten van rauw en verbrand vlees, want ook dit kan nadelig zijn voor je gezondheid.
- Vlees heeft een grote impact op het milieu: kippenvlees het minste en rundvlees het meest. Wereldwijde toenemende vraag naar vlees leidt tot veel broeikasgasuitstoot, meer landgebruik en het verdwijnen van regenwoud. Noten, peulvruchten en ei zijn een duurzamer alternatief voor vlees.
- Diverse veehouderijen houden extra rekening met dierenwelzijn. Aan keurmerken is te zien hoe het dier heeft geleefd.
Wat is vlees?
Vlees is het eetbare deel van een landbouwhuisdier of wild. Meestal zijn dit spieren. Soms is dat orgaanvlees, zoals lever. Onbewerkt mager vlees staat in de Schijf van Vijf. Bewerkt vlees, zoals vleeswaren, staat niet in de Schijf van Vijf.

Wat is het verschil tussen rood en wit vlees?
Er bestaat een verschil tussen rood vlees en wit vlees. Rood vlees komt van runderen, kalveren, varkens, schapen, geiten en paarden. Ook al is het vlees van deze dieren niet altijd duidelijk rood van kleur, toch wordt dit vlees gerekend tot rood vlees. Wit vlees komt van kip en ander gevogelte en tamme konijnen.
Bewerkt en onbewerkt vlees, mager en vet vlees
Behalve een onderscheid tussen rood en wit vlees, kun je onderscheid maken tussen bewerkt en onbewerkt vlees.
- Onbewerkt mager vlees: Vlees waaraan voorafgaand aan de verkoop geen verdere toevoegingen of bewerkingen zijn gedaan. Hieronder valt ook gesneden of gemalen vlees dat geen verdere toevoegingen of andere bewerking heeft ondergaan. Voorbeelden van onbewerkt mager vlees zijn: kipfilet, kipdrumstick, kalkoenfilet, biefstuk, magere runderlappen, sukadelap, varkenshaas, haaskarbonades, magere varkenslappen, varkensfiletlapjes, hamlap en mager lamsvlees.
- Bewerkt vlees: Vlees dat voorafgaand aan de verkoop is bewerkt om de smaak of houdbaarheid te beïnvloeden door middel van roken, zouten, pekelen, fermenteren of het toevoegen van conserveringsmiddelen zoals nitraat of nitriet. Het kan hierbij gaan om rood of wit vlees, maar het meeste bewerkte vlees is rood vlees. Vleeswaren, zoals worst, ham of paté, zijn bewerkt vlees. Andere voorbeelden van bewerkt vlees zijn hamburger, worst en gemarineerd vlees.
- Vlees varieert in vetgehalte. Voorbeelden van vette vleessoorten met veel verzadigd vet zijn speklap, gehakt, krabbetjes, lamskotelet en lamskarbonade. Magere vleessoorten met weinig verzadigd vet zijn bijvoorbeeld biefstuk, kipfilet en varkensfilet.
Hoe wordt vlees geproduceerd?
Vee gaat van de fokkerij naar een veemesterij. Daar worden de dieren vetgemest tot ze geschikt zijn voor de slacht. Daarna gaat het vlees naar de uitsnijderij.
Kom meer te weten over deze vleessoorten:
Varkensvlees
Varkens worden gehouden voor het vlees op varkenshouderijen. Het zijn zoogdieren die worden gerekend tot de omnivoren. Varkens eten dus planten én dieren.
Welke rassen varkens zijn er in Nederland?
Er zijn allerlei varkensrassen. In Nederland vind je onder andere de volgende rassen:
- het Nederlands Landras
- het Fins Landras
- de Large White
- de York/Groot Yorkshire
- de Piétrain
- de Duroc
Een kruising tussen het Nederlands Landras en het Groot Yorkshire-varken komt in Nederland het meest voor.
Welke soorten varkens zijn er?
Binnen deze rassen zijn er verschillende soorten varkens, zoals:
- Vleesvarkens: worden gehouden voor de productie van vlees. Dit kunnen beren en gelten zijn. Beren zijn volwassen mannetjesvarkens en gelten zijn zeugen die nog nooit een big gekregen hebben. Vleesvarkens worden geslacht als ze ongeveer 6 maanden oud zijn. Hoe het varkensvlees smaakt, hoe stevig en hoe vet het is hangt af van het ras. Ook het veevoer dat de varkens hebben gekregen is daarvoor belangrijk.
- Zeugen: Een zeug is een vrouwtjesvarken. Een zeugenhouderij vervangt na enkele jaren de zeugen door jongere dieren. De zeugen worden gehouden om biggetjes voort te brengen. Het vlees van zeugen is wat minder mals en donkerder dan het vlees van vleesvarkens. De industrie gebruikt zeugen vooral om vleeswaren van te maken, zoals ham.
Welke producten worden er gemaakt van varkensvlees?
Van varkens worden verschillende producten gemaakt, zoals gehakt, worst, karbonades, lapjes en rollade. Varkensvlees wordt ook verwerkt tot vleeswaren, zoals bacon, ham, boterhamworst, gebraden gehakt, leverkaas en smeerworst.
Productie
Nederland heeft een omvangrijke varkenshouderijsector. Het meeste varkensvlees gaat naar Duitsland, Italië, Griekenland en Engeland. De export naar niet-Europese landen groeit. Een deel van het varkensvlees in Nederland komt uit het buitenland, waarvan het meeste varkensvlees uit Duitsland komt. Een deel van de Nederlandse varkens worden in Duitsland geslacht en delen daarvan komen weer terug naar Nederland.
De varkens gaan van de fokkerij naar het vermeerderingsbedrijf, de mesterij, het slachthuis en de uitsnijderij.
In Nederland bestaan verschillende varkenshouderijen: de gangbare, scharrel- en biologische houderij. Een deel van de houderijen is aangesloten bij de Keten Duurzaam Varkensvlees.
sluiten
Kip en gevogelte
Kippenvlees is het vlees van een kip. Gevogelte is bijvoorbeeld eend of kalkoen.
Kippenvlees
In Nederland worden vooral vleeskuikens van de rassen Cobb en Ross gehouden. Deze rassen zijn geselecteerd omdat ze snel groeien. Ze worden geslacht als ze zo’n 6 weken oud zijn. Ze zijn dan nog niet volwassen. Eigenlijk eten we dus geen kip maar kuikens, al ligt het wel als kip in de winkel.
Bedrijven die kip houden voor het vlees, heten vleeskuikenhouderijen. Bij kuikens is nog geen duidelijk verschil te zien tussen mannetjes en vrouwtjes. Kippenvlees kan dus zowel van mannetjes- als vrouwtjesdieren afkomstig zijn.
De laatste jaren is de ‘kip van morgen’ in opkomst. Dit zijn langzamer groeiende rassen die leven onder (iets) verbeterde omstandigheden. Deze kippen leven bijvoorbeeld 1 á 2 weken langer dan gangbare vleeskuikens.
Welke producten worden er gemaakt van kip en gevogelte?
Veel onderdelen van kip en gevogelte worden gegeten. Welke stukken zijn dat en hoe liggen ze in de winkel?
- Borst: filet
- Poten: bouten
- Onderpoten: drumsticks
- Bovenpoten: karbonade
- Vleugels: vleugels
- Lever: kippenlevertjes, eendenlever en ganzenlever
Herkomst
Nederland heeft een omvangrijke vleeskuikenhouderijsector. Het meeste vleeskuikenvlees wordt geëxporteerd naar Duitsland, Groot-Brittannië en andere EU-landen. Landen in Afrika en Azië zijn belangrijke bestemmingen voor bevroren producten, zoals poten en bouten.
Aan de andere kant importeert Nederland ook veel kip. Een groot deel daarvan wordt in Nederland bewerkt of verwerkt en vervolgens weer uitgevoerd.
Behalve uit Nederland, komt veel rauwe kip uit Duitsland en België. Zo’n 20 procent van de kip komt van buiten de Europese Unie, vooral uit Brazilië, Thailand en Oekraïne. Brazilië is de grootste exporteur van pluimveevlees ter wereld.
Kip uit Brazilië komt diepgevroren of gezouten in Nederland aan. Het is vooral bestemd voor de horeca en de vleesverwerkende industrie en wordt gebruikt voor nuggets, kipsaté, kipschnitzels en dergelijke. Uit Thailand komt vooral gekookte en soms ook al gezouten kip. Deze kip zit vooral in kant-en-klaarmaaltijden. Uit Oekraïne wordt ook verse kip geïmporteerd.
sluiten
Rundvlees
Rundvlees is het vlees van een rund. Een vrouwelijk rund is een koe, een mannelijk rund is een stier. Een gecastreerde stier heet een os. Ossen werden vooral als werkdier gebruikt.
Runderen zijn echte graseters en herkauwers. In Nederland worden koeien gehouden voor vlees en melk. Stieren, ossen en kalveren worden alleen voor het vlees gehouden. Dit vlees ligt als rundvlees of kalfsvlees in de winkel.
Welke rassen rundvlees zijn er?
Er zijn verschillende vleesrassen. Onderstaande rassen zijn voorbeelden die speciaal vanwege hun vlees worden gehouden:
- Belgisch Wit-Blauw
- Verbeterd Roodbont
- Limousin
- Piemontese
- Charolais
- Blonde d’Aquitaine
Koeien en stieren van melkveerassen die niet meer gebruikt kunnen worden voor de melkveehouderij of de fokkerij komen bij de mesterij terecht. Daar worden ze vetgemest tot ze geschikt zijn voor de slacht.
Welke soorten rundvlees zijn er?
Rundvlees kan worden ingedeeld in snijvlees en draaiproducten. Snijvlees is het vlees dat in lappen wordt gesneden, zoals biefstuk, runderlappen en sukadelappen. Dit vlees komt vooral van vleeskoeien. Bewerkt vlees is voornamelijk vlees van melkkoeien. Draaiproducten zijn onder andere rundergehakt, rundertartaar en hamburgers. Dit komt vooral van melkvee.
sluiten
Kalfsvlees
Een kalf is een nakomeling van een koe en een stier. Om een koe melk te laten geven moet ze ieder jaar een kalfje krijgen. Deze kalveren gaan voor een groot deel naar de kalverhouderij voor het kalfsvlees.
Houderijsystemen
Er zijn 2 houderijsystemen van kalveren:
- Gangbare vleeskalveren worden tussen de 6 en 8 maanden geslacht. Ze worden gevoed met magere melk en aangevuld met ruwvoer zoals snijmaïs. Het voer zorgt ervoor dat het ijzergehalte in het bloed laag blijft. Is er na controle sprake van lichte bloedarmoede, dan krijgt het kalf extra ijzer. Het vlees is daardoor wit van kleur en heet daarom vaak blank kalfsvlees. Het grootste deel van de in Nederland gehouden kalveren vallen hieronder. Ze zijn meestal bedoeld voor de export.
- Rosé vleeskalveren gaan na 8 tot 9 weken over op ruwvoer. De kalveren worden geslacht tussen de 8 en 12 maanden. Steeds meer rosé kalveren worden onder de acht maanden geslacht. Het vlees is rosé van kleur. Een derde van de kalveren wordt gehouden voor rosé vlees.
Welke kalfsvleesproducten zijn er?
Kalfsvlees zit ook in verschillende producten, zoals kalfsoesters, kalfsschnitzel of kalfssucade. Dat kan rosé of blank kalfsvlees zijn.
sluiten
Hoeveel vlees eten we in Nederland?
Het vleesverbruik per hoofd van de bevolking was volgens Wageningen Economic Research in 2024 74 kilo. Zo'n 35 kilo daarvan is varkensvlees, 22 kilo pluimveevlees, 15 kilo rundvlees, 1 kilo kalfsvlees en 1 kilo schapen- en geitenvlees. Dit is op basis van karkasgewicht (inclusief botten). Paardenvlees wordt in Nederland nauwelijks gegeten.
Op basis van de voedselconsumptiepeiling van het RIVM uit 2019-2021 blijkt dat de consumptie van vlees de afgelopen jaren is gedaald. Per dag eten we in Nederland gemiddeld 87 gram vlees. Dat is 18 procent minder dan in de periode 2007-2010. De consumptie is het hoogst onder mannen van 18-50 jaar (116 gram per dag). Meer dan de helft van het vlees dat we eten is bewerkt vlees. Volwassenen eten gemiddeld 69 gram rood en/of bewerkt vlees per dag. Voor mannen is dit gemiddeld 85 gram en voor vrouwen 54 gram. Meer dan 25% van de volwassen mannen eet 100 gram of meer rood en/of bewerkt vlees per dag. Bewerkt vlees is voor het grootste deel rood vlees.
Hoe bewaar je vlees?
Voor de houdbaarheid van vlees is het belangrijk om dit goed en veilig te bewaren. Het is belangrijk de volgende adviezen te onthouden:
- Leg rauw vlees en rauwe vleesproducten na het boodschappen doen zo snel mogelijk in de koelkast. Neem een koeltas mee naar de winkel als het erg warm is. Vooral in de auto stijgt de temperatuur op een zonnige dag snel.
- Zorg ervoor dat de koelkast goed koud is. Dat wil zeggen: 4°C. Bewaar vlees en vleeswaren bij voorkeur op de koudste plek in de koelkast, dat is vaak de onderste plank.
- Let op de ‘te gebruiken tot’-datum (TGT) op de verpakking. Je kunt vlees uiterlijk op de datum invriezen of bereiden. Na bereiding is het vlees nog 2 dagen houdbaar in de koelkast. Na deze datum moet je het vlees weggooien. Is de verpakking eerder geopend, dan geldt de ‘te gebruiken tot’-datum (TGT) niet meer.
- Bewaar geopende of niet-verpakte producten maximaal 2 dagen in de koelkast.
- Haal vlees niet te lang voor het bereiden of eten (in geval van vleeswaren) uit de koelkast. Ziekmakende bacteriën, zoals salmonella, delen zich bij een temperatuur van boven de 10°C snel. Zorg dat
vlees en vleeswaren niet langer dan 2 uur buiten de koelkast staan.
- Leg bij een BBQ of gourmet eerst een deel van het vlees buiten de koelkast en vul pas aan indien nodig. Na 2 uur heeft vlees te lang buiten de koelkast gelegen en het bederft daardoor eerder.
- Rauw gemalen vlees in een geopende verpakking kan maximaal 1 dag in de koelkast worden bewaard en 2 tot 3 maanden in de diepvries. Voorbeelden van gemalen vlees zijn gehakt, hamburgers en slavinken.
Niet eten na de 'te gebruiken tot'-datum (TGT)
Vlees dat kort houdbaar is en snel bederft heeft een 'te gebruiken tot-datum' (TGT). Producten die minder snel bederven hebben een 'ten minste houdbaar tot-datum' (THT).
Voor de veiligheid is het af te raden vlees na de 'te gebruiken tot'-datum (TGT) te eten. Ook van vlees dat na het verstrijken van de houdbaarheidsdatum nog goed ruikt, kun je ziek worden door schadelijke bacteriën. Die schadelijke bacteriën kun je niet zien of ruiken maar ze kunnen wel een voedselvergiftiging of een voedselinfectie veroorzaken.
Vlees dat echt bedorven is, kan behoorlijk stinken. Het kan bijvoorbeeld ranzig ruiken of naar rotte eieren. Vlees dat zo ruikt, kun je niet meer eten. Ook niet als de houdbaarheidsdatum nog niet is verstreken. De kans dat je er ziek van wordt, is groter. Gooi dit vlees weg.
Kun je vlees in de diepvries bewaren?
Wil je vlees langer bewaren dan de 'te gebruiken tot'-datum (TGT)? Vries het dan uiterlijk op de houdbaarheidsdatum in, bij een temperatuur kouder dan -18°C. In de vriezer kun je het een aantal maanden bewaren, afhankelijk van wat voor vlees het is.
Vlees verliest bij het invriezen aan kwaliteit omdat het uitdroogt en de celwanden kapot gaan door het water dat dan kristalliseert. In de vriezer geldt: hoe groter een stuk vlees, hoe langer het goed blijft. Vettere vleessoorten zijn minder lang te bewaren omdat ze op den duur ranzig worden.
Onbewerkt varkensvlees kun je vaak tot 3 maanden invriezen, maar onbewerkt rundvlees wel tot 9 maanden. Bewerkte producten waarin zout verwerkt is, zoals: hamburgers, slavinken, verse worst en andere producten die snel bereid kunnen worden, worden sneller ranzig. Daarom zijn ze minder lang houdbaar, namelijk 1 maand.
Kijk in de bewaarwijzer voor praktische tips over het bewaren van eten.
Hoe bereid je vlees?
Vlees kan op allerlei manieren worden bereid: van koken, bakken en grillen en roerbakken tot barbecueën. Vlees krimpt ongeveer een kwart bij bereiding door verlies van vocht en vet. Het advies is om rauw vlees door en door te verhitten en het vlees regelmatig om te draaien.
Om een voedselinfectie te vermijden is het belangrijk hygiënisch te werken en kruisbesmetting te voorkomen. Bekijk de kaart '5x veilig met vlees'
Hoe kun je vlees ontdooien?
Als je vlees uit de diepvries gaat eten, moet je het eerst ontdooien. Als je vlees niet ontdooit dan loop je het risico dat de binnenkant nog niet helemaal gaar is, terwijl de buitenkant wel al donkerbruin gebakken is. Het duurt dan dus langer voor het gaar is. Let bij het ontdooien altijd op het volgende:
- Ontdooi bevroren producten in de koelkast, op een afgedekt bord of in een afgedekte schaal. Zo krijgen bacteriën geen kans en blijft het vlees lekker sappig. Laat ze niet ontdooien op het aanrecht, op de verwarming of in warm water.
- Spoel na het ontdooien het vleessap dat overblijft weg.
- Kleinere stukken vlees kunnen worden ontdooid in de magnetron. Maak het dan wel meteen erna verder klaar. Grote stukken vlees zijn minder handig te ontdooien in de magnetron, omdat de buitenkant dan gaar wordt terwijl de binnenkant nog bevroren is.
- Vries ontdooid rauw vlees niet opnieuw in. Bij het ontdooien komt namelijk vleesvocht vrij. Een tweede keer invriezen en ontdooien komt de kwaliteit niet ten goede.
Is vlees gezond?
Voedingsstoffen
Mager onbewerkt vlees staat in de Schijf van Vijf en past in een gezond voedingspatroon. Vlees is rijk aan de vitamines B1, B6 en B12 en het mineraal zink. Daarnaast levert het vitamine B2 en de mineralen ijzer, fosfor en seleen. Lever is bovendien rijk aan vitamine A. Vlees bevat van nature eiwit en vet. Er zitten geen koolhydraten in. De hoeveelheid eiwit en vet staan met elkaar in verband. Des te vetter het vlees des te lager het eiwitgehalte en andersom.
De voedingswaarde van vleesproducten, zoals gehaktbal, vinken, burgers en worsten, hangt af van hoe en met welk vlees het gemaakt is. Vaak zit er veel zout in. Dat geldt ook voor bewerkt vlees en vleeswaren zoals rollade, rookvlees, bacon en ham. Het advies is om zoveel mogelijk te kiezen voor mager onbewerkt vlees.
Verzadigd vet
Vette vleessoorten bevatten relatief veel verzadigd vet. Veel verzadigd vet in de voeding verhoogt het risico op hart- en vaatziekten. Daardoor kun je beter vooral voor magere soorten kiezen.
In de onderstaande tabel zie je hoeveel gram vet een aantal producten van rundvlees en varkensvlees bevatten. De hoeveelheden hieronder gelden voor 100 gram onbereid vlees.
| Product (per 100 gram) |
Vet (gram |
Verzadigd vet (gram) |
Schijf van Vijf? |
| Runderbiefstuk |
1,8 |
0,7 |
Ja |
| Varkenshamlappen |
2,8 |
0,9 |
Ja |
| varkensfricandeau |
3,2 |
1,2 |
Ja |
| Rundertartaar |
5,7 |
2,4 |
Ja |
| Varkensschouderkarbonade |
12,2 |
4,7 |
Ja |
| Hamburger |
18 |
7,5 |
Nee |
Bron: NEVO 2023/8.0
Wat is de relatie tussen vlees en ziekte?
Er is inmiddels voldoende wetenschappelijk bewijs voor de relatie tussen het eten van veel rood vlees en vooral van bewerkt vlees, en de kans op ziekten. Het eten van veel rood en met name bewerkt vlees verhoogt de kans op coronaire hartziekten en beroerte. Daarnaast is het aannemelijk dat de consumptie van rood en bewerkt vlees de kans op diabetes type 2 en darmkanker verhoogt. Lees meer over wat een risico op ziekten inhoudt.
Coronaire hartziekten en beroerte
De Gezondheidsraad geeft aan dat het overtuigend is aangetoond dat een hogere consumptie van rood en bewerkt vlees de kans op coronaire hartziekten en beroerte verhoogd. En ook dat de consumptie van rood en/of bewerkt vlees in plaats van plantaardige eiwitbronnen de kans op hart- en vaatziekten verhoogd. De samenhang met coronaire hartziekten lijkt sterker dan met beroerte. De verhoging van de kans op deze ziekten is sterker voor bewerkt vlees dan voor onbewerkt rood vlees. Ook hangt de consumptie van rood en/of bewerkt vlees in plaats van verschillende andere dierlijke eiwitbronnen (yoghurt, kaas, eieren, vis) samen met een hogere kans op hart- en vaatziekten.
Darmkanker
De Gezondheidsraad geeft aan dat het aannemelijk is dat de consumptie van rood vlees en bewerkt vlees de kans op darmkanker verhoogt.
Diabetes type 2
De Gezondheidsraad geeft aan dat het aannemelijk is dat de consumptie van rood vlees en bewerkt vlees de kans op diabetes type 2 verhoogt. Ook hangt de consumptie van rood en/of bewerkt vlees in plaats van zuivelproducten (melk, kaas en yoghurt) samen met een hogere kans op diabetes type 2.
Waarom zou rood vlees schadelijk zijn?
De reden voor de mogelijke schadelijke effecten van rood vlees is niet helemaal duidelijk. Er zijn aanwijzingen dat een hoge inname van heemijzer samenhangt met hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en metabole ziekten. Heemijzer in vlees heeft ook voordelen, want je hebt ijzer nodig en het lichaam neemt heemijzer makkelijker op dan ijzer uit plantaardige voedingsmiddelen. Ook andere componenten van rood vlees zijn in verband gebracht met diabetes type 2. Het is nog niet helemaal duidelijk hoe dit mechanisme werkt. De combinatie van verschillende componenten in vlees zoals verzadigd vet, nitriet en heemijzer zou mogelijk een rol kunnen spelen in het ontstaan van insulineresistentie en daarmee op het ontstaan van diabetes type 2. Stoffen die gevormd worden bij het roosteren, grillen of frituren van vlees op hoge temperatuur kunnen schadelijk zijn. Dat geldt ook voor wit vlees. Ook kan verzadigd vet en zout een rol spelen. Vlees levert een belangrijke bijdrage aan de inname van verzadigd vet. Verzadigd vet verhoogt de kans op een hoog LDL-cholesterol en hart- en vaatziekten. Bewerkt vlees bevat veel zout. Te veel zout kan leiden tot een hoge bloeddruk. Een hoge bloeddruk verhoogt de kans op hart- en vaatziekten.
De Gezondheidsraad geeft aan dat voor de samenhang tussen de consumptie van wit vlees en de kans op chronische ziekten geen conclusies met voldoende bewijs zijn. Wel geven de bevindingen aan dat de wijze van vervanging belangrijk is: wit vlees als vervanging van bewerkt vlees hangt samen met een lagere kans op hart- en vaatziekten. Wit vlees als vervanging van plantaardige producten, zoals noten, hangt juist samen met een hogere kans op hart- en vaatziekten.
Is vlees duurzaam?
De huidige vleesconsumptie in Nederland heeft de hoogste impact op het klimaat en milieu ten opzichte van alle andere voedingsmiddelen. Ongeveer een kwart tot een derde van de broeikasgasuitstoot, het landgebruik, verzuring en vermesting van het Nederlandse eetpatroon komt door de consumptie van vlees. Minder of geen vlees eten heeft een aanzienlijk lagere impact op het klimaat en milieu.
Voor de productie van vlees is veel voer, water, land en energie nodig. Ook zorgt de veeteelt voor mest en broeikasgassen en verlies aan biodiversiteit. Dat maakt de productie van vlees niet erg duurzaam. De milieu-impact verschilt tussen vleessoorten. Hieronder hebben we de invloed van de productie van vlees per duurzaamheidsaspect uitgelegd.
Afhankelijkheden in het voedselsysteem
In het meest duurzame scenario wil je dat onze voedselproductie volledig duurzaam en circulair is. Dat gaat uit van het principe dat je alleen produceert wat écht nodig is en dat dan zo optimaal mogelijk eet: een optimale benutting van voedsel. Vleesproductie hoeft niet volledig gemeden te worden vanuit klimaat en milieu-perspectief. Voor een optimaal landgebruik is een beperkte hoeveelheid vleesproductie efficiënter dan uitsluitend plantaardige productie. Eventuele reststromen die niet voor menselijke consumptie zijn geschikt worden dan ingezet als veevoer, net als land dat niet geschikt is voor het verbouwen van voedsel voor mensen. En door de productie van zuivel en ei komt er ook vlees van melkkoeien en legkippen beschikbaar. Bewerking van vlees kan er ook voor zorgen dat alle delen van het dier gegeten worden en dat de houdbaarheid van vlees verlengt. Het vlees van legkippen wordt vooral verwerkt in bewerkt vlees, duurzamer is om het vlees van de leghen onbewerkt te eten (bijvoorbeeld als soepkip).
Klimaat en milieu
De productie van vlees heeft veel invloed op het klimaat en milieu vergeleken met andere producten. Vee heeft veel voer nodig: voor elke kilo vlees is 1,5-9 kilo voer nodig. De productie van voer kost water, land en energie. Ook zorgt de veeteelt voor mest en uitstoot van broeikasgassen. In Nederland produceren we veel meer vlees dan we zelf consumeren. De milieu-impact en het landgebruik van deze productie vindt wel plaats in Nederland.
De grootste impact vindt plaats in de productiefase, naast productie heeft ook het vervoer, bewerken, opslaan en verpakken van vlees invloed op het klimaat.
Van alle vleessoorten heeft kippenvlees de laagste klimaatimpact, rundvlees het meest. Varken zit daar tussenin. Kippen eten minder en zetten het voer efficiënt om in ei of vlees. Kippen leven verder minder lang, waardoor ze ook minder mest produceren. De impact op het klimaat is nog lager bij plantaardige eiwitbronnen zoals noten, peulvruchten en granen.
Vlees is de productgroep die zorgt voor het meeste verlies aan biodiversiteit. Belangrijke redenen daarvoor zijn het landgebruik met monoculturen, ontbossing om soja te telen voor veevoer en de intensieve landbouw die gebruikmaken van bestrijdingsmiddelen en gebruik van (kunst)mest voor veevoer (dat leidt tot verzuring en vermesting).
Hieronder leggen we per vleessoort meer uit over de milieu-impact:
Rundvlees
Rundvlees belast het klimaat en milieu meer dan andere voedingsmiddelen en andere soorten vlees. Rundvlees belast het klimaat zo’n 5,5 keer meer dan kip. Koeien zijn herkauwers en stoten daardoor methaan uit, via boeren en scheten. Uit mest van vee komt lachgas en methaan vrij. Deze gassen dragen sterk bij aan het broeikaseffect. Verder zorgt mest voor vervuiling van het water. Daarnaast heeft rundvee per kilo meer voer nodig dan kip en varken. Voor 1 kilo rundvlees is 5 tot 9 kilo voer nodig. Voor de productie van rundvlees wordt minder soja gebruikt dan voor de productie van kip, varken of kweekvis.
Nederlanders eten veel verwerkt vlees van melkkoeien, waaronder gehakt en hamburgers. De milieubelasting is dan te verdelen over vlees en melk en is daardoor lager dan vlees van vleeskoeien. In Nederland is het grootste deel van het vlees afkomstig van melkkoeien.
Er zijn verschillende productiesystemen voor rundvlees. Welke systemen minder impact hebben op klimaat en milieu hangt af of er wordt vergeleken op basis van kilogram geproduceerd vlees of op basis van een hectare. Biologische en grasgevoerde rundveeteelt leidt tot meer eutrofiëring per kilogram product, maar lijkt juist lager wanneer dit per landoppervlak wordt vergeleken. Extensievere veehouderij (zoals biologisch en grasgevoerd rundvee) houdt minder dieren op een hectare dan de intensieve veehouderij. Het houden van minder dieren zorgt voor minder impact op biodiversiteit. Goede omgang met mest zorgt ook voor minder verlies aan biodiversiteit. De broeikasgasuitstoot per kilogram biologisch rundvlees verschilt niet van een kilogram gangbaar rundvlees. Bij grasgevoerde koeien is de broeikasgasuitstoot per kilogram product hoger dan bij graangevoerd vee.
De klimaat en milieu-impact van rundvleesproductie kan door technologische ontwikkelingen worden verbeterd, maar vermindering van rundvleesproductie en -consumptie (in westerse landen) is noodzakelijk om binnen de planetaire grenzen te blijven.
sluiten
Varkensvlees
Varkensvlees beïnvloedt het klimaat ruim de helft minder dan rundvlees. Ook is er minder waterverbruik en zoutwater eutrofiëring dan rundvlees. Andere milieuaspecten verschillen per varkensvleesproduct en zijn vergelijkbaar of iets hoger dan rundvlees. Wel wordt er meer soja gebruikt voor de productie van varkensvlees dan voor de productie van rundvlees. Soja dat als veevoer wordt gebruikt zorgt voor verlies aan biodiversiteit door grootschalige ontbossing en door teelt in grote monoculturen.
Varkensvlees beïnvloedt het klimaat ruim 2,5 keer meer dan kip. Dat komt vooral doordat er meer voer nodig is om varkens te laten groeien dan voor kip. Voor 1 kilo varkensvlees is ruim 2,5 kilo voer nodig. Een deel van het voer zijn reststromen uit de voedingsindustrie en varkens krijgen minder soja als veevoer. Daardoor valt de milieubelasting per varken relatief laag uit.
Een ander milieuprobleem is de mest die varkens produceren. Te veel mest is niet goed voor het milieu. Het veroorzaakt onder andere verzuring van bodem, lucht en (grond)water, door stoffen als ammoniak, nitraten en fosfaten. Via de mest stoot de varkenshouderij ook broeikasgassen uit.
sluiten
Kip
Van alle soorten vlees heeft kip de laagste impact op het klimaat en milieu. Kip heeft wel meer impact op het milieu dan plantaardige eiwitbronnen, zoals vleesvervangers, soja en peulvruchten.
Voor 1 kilo kippenvlees is minder voer nodig dan voor 1 kilo rund- of varkensvlees. Een kip heeft maar 1,5-2 kilo voer nodig om 1 kilo te groeien. Wel wordt er meer soja gebruikt voor de productie van kippenvlees dan voor de productie van varkensvlees en rundvlees. Soja dat als veevoer wordt gebruikt zorgt voor verlies aan biodiversiteit door grootschalige ontbossing en door teelt in grote monoculturen.
De productie van kippenvlees vindt in een andere keten plaats dan de productie van eieren.
sluiten
Veehouderijsystemen
Er zijn verschillende veehouderijsystemen met elk voor- en nadelen. De meest gangbare veehouderij is gericht op de meest efficiënte productie, bijvoorbeeld door gebruik van machines, specifieke rassen, en krachtvoer (intensieve veehouderij). De productie vindt vaak plaats in (mega)stallen en heeft geen land nodig bij de boerderij om eigen veevoer te produceren. Het voordeel van deze vorm van veehouderij is dat er met relatief weinig grondstoffen en ruimte veel voedsel geproduceerd kan worden. Dit draagt bij aan goedkoper eten en voedselzekerheid. Maar het houden van veel dieren op een klein oppervlakte heeft ook nadelen. De enorme productie van vlees zorgt voor veel uitstoot van broeikasgassen en het zorgt op en rond de boerderij tot milieuschade door stikstofuitstoot, bodem- en waterverontreiniging en verlies aan biodiversiteit.
Bij een extensievere vorm van veehouderij is er meer balans tussen de hoeveelheid dieren en de hoeveelheid voer die de beschikbare grond kan verbouwen. Er worden met name minder dieren gehouden per hectare. De effecten op milieu en biodiversiteit zijn daardoor lager per hectare. Het nadeel is echter dat de productie minder efficiënt is en er dus relatief meer land, water en voer nodig is voor de productie van eenzelfde hoeveelheid vlees.
Om de balans tussen landbouw en natuur te realiseren in Nederland is een mogelijke rol voor technologische ontwikkeling, maar lijkt extensivering van de landbouw noodzakelijk. Je kunt zelf kiezen voor vlees dat afkomstig is vanuit extensievere veehouderijen, bijvoorbeeld door te kiezen voor vlees met het EU-biologisch keurmerk. Biologische veeteelt is vaak een extensievere vorm van veeteelt. Er zijn minder dieren per hectare en er is meer aandacht voor dierenwelzijn. Biologische teelt is daarnaast beter voor de bodem en biodiversiteit. Lees meer over biologisch.
Ontbossing
Voor de productie van vlees wordt wereldwijd vooral nog soja gebruikt voor het veevoer. De productie van soja is in verband gebracht met ontbossing en het verdwijnen van regenwoud, vooral in (Zuid-Amerikaanse) natuurgebieden.
Dierenwelzijn
Dierenwelzijn betekent dieren zo houden dat ze in een omgeving leven waarin ze hun soorteigen gedrag kunnen vertonen. De Boodschappenhulp Dierenwelzijn helpt je met kiezen voor vlees waarbij extra rekening gehouden is met het leven van het dier.
Dilemma tussen milieu en dierenwelzijn
Dierenwelzijn gaat niet altijd hand in hand met goed zijn voor het klimaat en milieu. Kip uit de gangbare vleeskuikenhouderij heeft het laagste dierenwelzijn, maar is ook het minst slecht voor het milieu. Langzaam groeiende rassen hebben bijvoorbeeld meer voer nodig en scharrelkippen hebben een hoger landgebruik. En vrije uitloop buiten kan leiden tot fijnstof in de lucht en kan ervoor zorgen dat dieren ziektes oplopen of verspreiden. Moet je dan kiezen voor het een of het ander? Een tussenoplossing kan zijn dat je kiest voor vlees met een lage milieubelasting, zoals kip, maar wel met een keurmerk voor dierenwelzijn, zoals Beter Leven 3 sterren of biologisch. Of kies ervoor om minder vlees eten, maar dan wel vlees met een keurmerk voor dierenwelzijn.
Lees per diersoort meer over wat belangrijk is qua dierenwelzijn:
Runderen
In Nederland komt 40% van het rundvlees van vleesveehouderijen, dit wordt met name gebruikt voor onbewerkt rundvlees zoals biefstuk. 60% is afkomstig van de melkveehouderij, van koeien die geen melk meer geven. Dit vlees wordt vaak verwerkt in vleesproducten zoals gehakt.
Vleeskoeien
Vleesvee leeft meestal 1 tot 2 jaar, tot de runderen volgroeid zijn. Er kunnen gezondheidsproblemen voorkomen bij runderen voor vleesproductie, bijvoorbeeld bij dikbilrunderen die speciaal gefokt worden voor het vlees. Dit betreft maar een klein deel van het vleesvee. Hun hoge gewicht belast hun poten extra. Rassen als Belgisch (Wit) Blauw en Verbeterd Roodbont zijn voorbeelden van rassen met extreme spieren, deels veroorzaakt door een erfelijke factor. De extreme gespierdheid vergroot de kans op kreupelheid en hart- en longproblemen. Ook worden de kalfjes vrijwel altijd met een keizersnede geboren. Vaak wordt voor andere rassen gekozen omdat daarbij vaker natuurlijke geboorte kan plaatsvinden. Vee dat alleen binnen gehouden wordt op een betonvloer kan last krijgen van gewrichten. Een stal met stro en/of rubber matten kan hiervoor een oplossing bieden. Er zijn geen regels voor weidegang voor runderen. Houderijsystemen met het Beter Leven keurmerk hebben minimaal 5 maanden weidegang met uitzondering van stieren van ouder dan 1 jaar.
Melkvee
Melkkoeien leven tot 6-7 jaar, na een aantal kalveren gekregen te hebben. Een koe moet elk jaar een kalf krijgen om melk te blijven produceren. Bij melkvee is uierontsteking een gezondheidsprobleem. Bij koeien met weidegang komen ontstekingen aan uiers en hoeven minder voor dan bij koeien die het hele jaar op stal staan. Het welzijn van koeien die buiten in een weiland kunnen lopen is beter dan van koeien die op stal blijven. In de wei kunnen koeien zich natuurlijk bewegen, kuddegedrag vertonen, spelen, onbeperkt grazen en liggen in verschillende houdingen. Er zijn geen regels voor weidegang voor runderen. Houderijsystemen met het Beter Leven keurmerk hebben minimaal 5 maanden weidegang. Klauw- en pootproblemen komen ook bij melkvee voor.
Kalveren
Kalfjes worden meestal direct na de geboorte van de moeder gescheiden. Op sommige boerderijen blijven kalfjes 2-6 maanden bij hun moeder. Koeien waar de kalveren wel mogen blijven heten zoogkoeien. Vanaf 14 dagen mogen de kalfjes op transport. Het transport kan stress opleveren voor de dieren. De kalfjes hebben dan nog geen goed immuunsysteem en zijn vatbaar voor infecties tijdens het transport en verblijf op verzamellocaties voor kalven. Dit kan leiden tot longontstekingen en diarree en relatief veel antibioticagebruik. De kalveren gaan naar de slachterij als ze 6 tot 8 maanden oud zijn.
sluiten
Er zijn regels voor dierenwelzijn tijdens transport, maar transport kan nog steeds stress opleveren voor de dieren. Voor lange tijd zitten dieren dicht bij elkaar met weinig of geen water en voer.
Het is wettelijk verplicht dat dieren voor de slacht buiten bewustzijn worden gebracht. Er geldt een uitzondering voor ritueel slachten. Dieren worden buiten bewustzijn gebracht door bedwelming met een schietmasker, elektrisch of met een gasmengsel. Het bedwelmen kan stressvol zijn en gaat niet in alle gevallen goed. Na bedwelming wordt de halsslagader doorgesneden en bloeden de dieren dood. Hierna wordt het vlees verder verwerkt voor consumptie.
Is vlees veilig om te eten?
Waarom kun je beter geen rauw vlees eten?
In rauw vlees kunnen ziekmakende bacteriën zoals salmonella, campylobacter of E. coli zitten. Ook parasieten zoals Toxoplasma gondii kunnen in rauw vlees voorkomen. Deze parasiet kan de ziekte toxoplasmose veroorzaken. Vlees bakken doodt de bacteriën en parasieten.
Voor kip en gemalen vlees (zoals gehakt of worst) geldt: verhit het door en door voordat je het opeet om voedselinfecties te voorkomen. Bekijk ook de video 'Waarom is het verstandig om kip niet rauw te eten?'
Sommige vleessoorten worden bewust rauw gegeten of niet door en door verhit. Voorbeelden zijn tartaar, carpaccio, ossenworst en filet américain. Dit zijn risicovolle producten. Kwetsbare groepen kunnen deze producten van rauw vlees beter niet eten.
Geen rauw vlees voor kwetsbare groepen
Deze kwetsbare groepen wordt afgeraden om rauw vlees te eten, omdat zij meer risico lopen om ziek te worden of ernstige klachten te krijgen:
- Zwangeren
- Baby’s en jonge kinderen
- Ouderen
- Mensen met een verminderde weerstand, zoals mensen die behandeld worden voor kanker, de ziekte van Crohn, HIV/aids of een orgaantransplantatie hebben ondergaan.
Deze kwetsbare groepen kunnen hun vlees het beste altijd goed doorbakken. Voor iedereen geldt dat vlees bakken de meest veilige optie is.
Is rauw vlees veilig na invriezen?
Nee. Het invriezen van rauw vlees bij -12 °C voor minstens 2 dagen doodt de parasiet Toxoplasma gondii. Maar bacteriën zoals listeria of salmonella kunnen nog wel overleven en later eventueel uitgroeien tot aantallen waarvan je ziek kunt worden.
Hoe kun je vlees veilig bakken?
Vlees bakken doodt de bacteriën, maar op rauw vlees zijn ze nog schadelijk. Met de volgende adviezen voorkom je dat ziekteverwekkers zich verspreiden:
- Was je handen voordat je gaat koken en altijd nadat je rauw vlees hebt aangeraakt.
- Gebruik een aparte snijplank voor rauw vlees, of was de snijplank direct goed af met heet water en afwasmiddel.
- Was messen, snijplanken en ander keukengerei meteen na gebruik.
- Gebruik nooit hetzelfde keukengerei voor rauw vlees en voor gaar eten.
- Haal vlees pas uit de koelkast vlak voor gebruik en leg het niet terug als het eenmaal buiten de koelkast is geweest.
- Bewaar vlees altijd goed gekoeld en zet het zo snel mogelijk terug in de koelkast (maximaal 4 °C).
- Bak vlees goed gaar, vooral kip, gehakt en kleine stukjes vlees.
- Let op bij verwarmen bij hoge temperatuur: vlees kan er van buiten gaar uitzien, terwijl het van binnen nog rauw is.
- Vlees uit één stuk van rund of varken, zoals biefstuk, kan rosé gegeten worden, omdat de meeste bacteriën altijd aan de buitenkant van het vlees zitten. Maar doorbakken is de meest veilige keuze. Kip moet altijd goed doorbakken zijn.
Plakvlees of 'gelijmd' vlees
Sommige biefstukken die in de winkel te koop zijn, zien eruit als 1 stuk, maar kunnen toch zijn samengesteld uit verschillende stukken vlees. Er zijn dan eiwitten of enzymen toegevoegd die gebruikt mogen worden als 'plaksel'. Op het etiket staat dan: samengesteld uit stukjes vlees. Op deze manier kunnen bacteriën toch aan de binnenkant van het vlees terechtkomen. Daarom kun je dit vlees het beste doorbakken.
Schadelijke stoffen
Bewerkt vlees en vleeswaren kunnen schadelijke stoffen bevatten die uit het milieu komen, zoals dioxines of PFAS. Die hoeveelheid is klein en vormt meestal geen probleem. Ook kunnen schadelijke stoffen ontstaan doordat het vlees is geconserveerd door middel van roken, drogen, zouten of door toevoeging van conserveringsmiddelen. Zo worden nitraat of nitriet gebruikt als conserveermiddel in vlees en vleeswaren. Het verlengt de houdbaarheid van de producten. Nitraat en nitriet kunnen omgezet worden in nitrosamines. Deze zijn schadelijk. Daarom zijn er voor deze conserveermiddelen in de wet maximum gehaltes vastgelegd.
Bij het sterk verhitten (verbranden) van vlees kunnen PAK's ontstaan. Laat vlees daarom niet zwart worden tijdens de bereiding. Zelf kun je de inname beperken door ervoor te zorgen dat er geen zwarte randjes of zwarte korstjes ontstaan bij de bereiding van vlees.
Dierziekten
Dieren kunnen
dierziekten oplopen als BSE, TBC, mond- en klauwzeer en Q-koorts. Ze worden voor de slacht op deze ziekten gecontroleerd en zo nodig vernietigd. Vlees in de winkel is daarom veilig.
Hormonen
Door vee kunstmatige of natuurlijke
hormonen toe te dienen, kan de productie van vlees worden vergroot. De Europese Unie (EU) heeft dat verboden, omdat het toedienen van hormonen gezondheidsrisico’s kan hebben voor de consument. Ook mogen de met hormonen geproduceerde producten niet in de EU worden ingevoerd en verkocht.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) ziet toe op hormoongebruik. In de Verenigde Staten en andere delen van de wereld is hormoongebruik voor een grotere vleesopbrengst wel toegestaan.
Antibiotica
Varkens, kippen, kalkoenen of runderen kunnen antibiotica krijgen om infecties te bestrijden. Strenge Europese wetgeving zorgt ervoor dat er (vrijwel) geen resten van antibiotica meer aanwezig zijn in het vlees van deze dieren. Er is namelijk een wachttijd ingesteld: als dieren antibiotica hebben gekregen mogen ze niet worden geslacht tot de wachttijd voorbij is.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert steekproefsgewijs of er onverhoopt toch resten antibiotica in vlees voorkomen, en of deze eventuele resten niet de wettelijke maximale hoeveelheid overschrijden. In Nederland komen nauwelijks overschrijdingen voor.
Het gebruik van antibiotica bij dieren kan ervoor zorgen dat bacteriën ongevoelig worden voor antibiotica. Dat kan risico’s geven voor mensen, maar de bijdrage van vlees hieraan is waarschijnlijk klein.
Krijgen dieren, gehouden voor biologisch vlees, antibiotica?
Ook biologisch gehouden dieren mogen met antibiotica behandeld worden als ze ziek worden. Biologische veehouders zijn wel verplicht om zich extra in te spannen om ziektes te voorkomen. Ze gebruiken bij voorkeur natuurlijke of homeopathische geneesmiddelen.
Volgens de normen mogen dieren die korter dan 1 jaar leven, zoals kippen en varkens, maar 1 keer met medicijnen worden behandeld. Voor langer levende dieren, zoals koeien, geldt dat ze maximaal 3 keer per jaar mogen worden behandeld. Gebeurt het vaker, dan wordt het vlees nog wel verkocht, maar dan niet als biologisch product.
Bij biologisch gehouden vee is de wachttijd 2 keer zo lang als gangbaar.
Wat is het voedingsadvies voor vlees?
We adviseren volwassenen om niet meer dan 300 gram vlees per week te eten, waarvan maximaal 100 gram rood vlees (van koe, schaap, geit en varken). Hierbij gaan we uit van het gewicht van het vlees zoals je het koopt in de winkel, dus onbereid. Vul de Schijf van Vijf voor jou in voor een weekadvies op maat, waarin ook ei, vis en peulvruchten zijn meegenomen.

Een voorbeeld van 300 gram vlees per week
Onbewerkt mager vlees staat in de Schijf van Vijf. Bewerkt vlees (zoals hamburger, worst, gemarineerd vlees) en vleeswaren (bijvoorbeeld salami, ham of paté) staan niet in de Schijf van Vijf. Dit geldt ook voor vette vleessoorten. Vanwege de negatieve effecten op de gezondheid geldt het advies zo min mogelijk vleeswaren en ander bewerkt vlees te eten. Neem vette vleessoorten niet te vaak.
Wat als ik meer vlees eet dan het advies?
Je bepaalt zelf hoeveel vlees je uiteindelijk eet. Wij hebben voor ons advies gekeken naar gezondheid, voedselveiligheid én duurzaamheid. Vlees levert van nature waardevolle voedingsstoffen zoals eiwitten, ijzer en B-vitamines. Aan de andere kant heeft hoeveel en hoe vaak we vlees eten impact op ons lichaam en op de wereld om ons heen.
Voor je gezondheid geeft de Gezondheidsraad het advies zo min mogelijk bewerkt vlees te eten en maximaal 200 gram bereid rood vlees per week. Dit is ongeveer 250-285 gram onbereid vlees. Meer hiervan eten dan de Gezondheidsraad adviseert verhoogt de kans op coronaire hartziekten en beroerte. Daarnaast is het aannemelijk dat de consumptie van rood en bewerkt vlees de kans op darmkanker en diabetes type 2 verhoogt. Vanwege milieu is het Schijf van Vijf-advieslager. Vlees heeft van alles wat we eten de meeste impact op het milieu.
Is het nodig om vlees te eten?
Onbewerkt mager vlees past in een gezond eetpatroon, vooral vanwege de eiwitten, vitamines en mineralen. Het is niet nodig om vlees te eten, je kunt het vervangen door andere producten zoals peulvruchten, tofu en tempé. Lees meer over gezond vegetarisch eten.
Dilemma tussen gezond en duurzaam
Het eten van magere vleessoorten zoals kipfilet, biefstuk en varkensfilet heeft de voorkeur. Dit vormt een dilemma tussen gezond en duurzaam. Het is namelijk duurzamer om niets te verspillen en dus het héle dier op te eten. Neem je weinig vlees of andere producten met veel verzadigd vet, dan past er misschien af en toe vet vlees bij. Want uiteindelijk gaat het natuurlijk om je hele eetpatroon. Met Mijn Eetmeter kun je bekijken hoeveel verzadigd vet je binnenkrijgt.
Adviezen voor vlees eten tijdens de zwangerschap
Zwangeren kunnen beter geen rauw vlees eten of (deels) rauwe vleeswaren zoals filet americain en salami. Zij zijn gevoeliger voor een voedselinfectie. De parasiet toxoplasma gondii in rauw vlees kan een miskraam of vroeggeboorte veroorzaken. Verhit vlees is geen probleem. Twijfel je over een product? Kijk dan in de app ZwangerHap.
Ook voor zwangeren geldt het advies om niet meer dan 300 gram vlees per week te eten, waarvan maximaal 100 gram rood vlees. Je kunt ook prima vegetarisch eten als je zwanger bent. Let er wel op dat je genoeg ijzer, jodium, calcium, eiwitten en vitamine B1 en B12 binnenkrijgt. Lees meer over vegetarisch eten tijdens de zwangerschap.
Eet als je zwanger bent geen lever en beperk de hoeveelheid leverproducten, zoals smeerworst en paté. Lever en leverproducten bevatten veel vitamine A. Te veel vitamine A verhoogt bijvoorbeeld het risico op afwijkingen aan de schedel, zenuwen en hart- en vaatstelsel bij je baby.
Een flinke hoeveelheid paté (bijvoorbeeld als voorafje in een restaurant) in één keer kan al schadelijk zijn voor je baby. Maar af en toe (een keer per week) een boterham met een dun laagje smeerleverworst of paté kan geen kwaad voor jou of je baby.
Etiket
Eisen ten aanzien van etikettering zijn vastgelegd in de Warenwet etikettering. Kijk naar het online etiket voor meer uitleg over de verschillende onderdelen van het etiket.
Warenwet
De Warenwet geeft definities van verschillende typen vleesproducten:
- Separatorvlees: vlees dat met machines van het bot is gehaald. Gehakt vlees: vlees dat in kleine stukken is gehakt of door een gehaktmolen is gehaald. Vleesbereiding: vlees met eet- of drinkwaren, kruiden of toevoegingen, of vlees dat een behandeling heeft ondergaan waarbij de kenmerken van vers vlees niet zijn verdwenen. Voorbeelden van vleesbereidingen zijn gepaneerde schnitzels, gemarineerde speklapjes. Deze bestaan nog wel uit rauw vlees.
- Gehakt: vlees dat geen separatorvlees is. Het kan wel van vleesbereiding gemaakt zijn. Gehakt is door hakken, malen of op een andere manier zo verkleind dat het kneedbaar is en het tot verschillende vormen te bewerken is. Het bevat geen vleesvreemd eiwit. Bij gehakt kan het vlees van verschillende dieren komen (bijv half om half) en hier kunnen toevoegingen bij zitten (bijv kruiden of zout). Bij gehakt vlees is dit zuiver vlees in stukken gehakt.
- Vleesproduct: vleesproducten hebben geen kenmerken meer van vers vlees. Uitzonderingen zijn vlees dat alleen een koudebehandeling heeft ondergaan, gehakt vlees en vleesbereidingen. Voorbeelden van een vleesproduct zijn gekookte schouderham, salami of een gebraden gehaktbal.
Hoeveel vet zit er in vlees?
Volgens de Warenwet moet vlees (eventueel met toevoegingen) aan een aantal eisen voldoen. Deze eisen maken het makkelijk om te zien hoeveel vet er maximaal in een product zit:
- Gehakt: niet meer dan 25%
- Mager gehakt: niet meer dan 15%
- Tartaar: niet meer dan 10%
- Gehakte biefstuk, zoals Duitse biefstuk: niet meer dan 6%
- Magere vleesproducten: niet meer dan 20%
Europese wet Voedselinformatie
In de Europese wet Voedselinformatie staan ook nieuwe Europese eisen voor het vetgehalte van ‘gehakt vlees’ en ‘mager gehakt vlees’. ‘Gehakt vlees’ is hier vlees zonder been, dat in kleine stukken is gehakt, en dat minder dan 1% zout en geen toevoegingen bevat. Op het etiket staat dan ook de term ‘gehakt vlees’. Dit is niet het gehakt zoals dat in Nederland bekend is. In Nederland bevat gehakt vaak wel toevoegingen of zout en kruiden en het wordt het bijna nooit als ‘gehakt vlees’ verkocht. Voor het Nederlandse gehakt gelden deze Europese eisen dan ook niet, maar gelden de eisen voor gehakt zoals gesteld in de Warenwet.
Producten op basis van vlees, zoals vleeswaren, worst, hamburgers moet de voedingswaarde en dus ook het vetgehalte op het etiket staan. Deze verplichting geldt niet voor onverpakte producten zoals vers vlees zonder toevoegingen.
Mededelingen op de verpakking
De Warenwet geeft ook regels over wat er op de verpakking mag staan:
- De aanduiding ‘half om half’: dit mag alleen worden gebruikt voor gehakt dat voor de ene helft van runderen en voor de andere helft van varkens afkomstig is.
- Tartaar: mag alleen van rundvlees worden gemaakt.
- Toegevoegd eiwit: wanneer vleesproducten eiwitten bevatten van een andere dierlijke oorsprong, dan moet dit in de naam van het levensmiddel staan.
- Plakvlees: wanneer een vleesproduct de indruk geeft dat ze uit één stuk bestaat, maar in werkelijkheid uit verschillende stukken bestaan, dan moet op het etiket staan ‘samengesteld uit stukjes vlees’.
- Gebruiksaanwijzing pluimveevlees: in verband met de mogelijke bacteriële besmetting van kip moet op de verpakking altijd een waarschuwing voor de bereiding van rauwe kip staan. Deze waarschuwing is: ‘Let op: geef schadelijke bacteriën geen kans. Zorg daarom dat deze bacteriën niet via de verpakking, uw handen of het keukengerei in uw eten terechtkomen. Maak dit vlees door en door gaar om deze bacteriën uit te schakelen’.
Water in vlees
Aan rauw, onbewerkt vlees mag geen extra water toegevoegd worden. Het is in de wet vastgelegd dat hieraan niets mag worden toegevoegd, anders mag het geen vlees heten. Onbewerkt wil zeggen: niet gemarineerd, gekruid, gemalen, gepaneerd, gerookt of een andere bewerking.
Voor kippenvlees kan het wel zijn dat er tijdens het koelen water wordt opgenomen. Er kan namelijk met lucht gekoeld worden, maar ook met dompelkoeling of sproeikoeling. Hierdoor kan het zijn dat er kleine hoeveelheden water worden opgenomen.
Aan bewerkt vlees zoals vleeswaren, worst, hamburgers kan water worden toegevoegd, bijvoorbeeld om het malser of zwaarder te maken. Daarbij worden andere ingrediënten of hulpstoffen toegevoegd om het water te binden. Vaak worden eiwitten uit bijvoorbeeld rundvlees of fosfaten gebruikt, zoals E450, E451 en E407. Op het etiket kun je in de lijst met ingrediënten zien of er water is toegevoegd.
Soms ziet een vleesproduct (met bijvoorbeeld toevoegingen) eruit als een lap of plak. Wanneer er dan meer dan 5% water is toegevoegd, moet dit op de verpakking staan als ‘toegevoegd water’.
Wie geen vlees of kip wil waaraan water is toegevoegd, moet dus letten op het etiket of naar de samenstelling vragen bij de verkoper.
Herkomst
Waar vlees vandaan komt is te zien op het etiket van rund- en kalfsvlees. Deze informatie wordt ook verplicht op het etiket van kippen-, varkens-, schapen- en geitenvlees. Het is alleen nog niet helemaal duidelijk hoe.
Bij rund- en kalfsvlees moet staan in welk land het dier is geboren, waar het is grootgebracht en waar het is geslacht. Dit is niet verplicht voor gehakt, worst, gekookt of gebakken rundvlees en rundvlees verwerkt in gekruid vlees, omdat dit vlees uit meerdere dieren kan bestaan.
Op alle vleesproducten moet wel een ovale afbeelding staan met een afkorting van het land waar de verwerker is gevestigd. Dit geeft aan waar de laatste bewerking heeft plaatsgevonden, niet waar het product vandaan komt.
Er zijn ook varkensvleesproducten in Europa wettelijk beschermd. Zij mogen zich vernoemen naar een regio, omdat ze ook echt daarvandaan komen. Dit zijn producten met een Beschermde Oorsprongsbenaming (BOB), zoals Tiroler speck.
Keurmerken
Op vleesverpakkingen zijn verschillende keurmerken te vinden. Deze geven onder andere inzicht in hoe het dier heeft geleefd en of het vlees is geproduceerd met extra aandacht voor natuur en milieu. Milieu Centraal heeft met medewerking van het Voedingscentrum en andere experts een aantal topkeurmerken aangewezen, die het hoogst scoren op controle, transparantie, milieu, dierenwelzijn of mens en werk. Voor vlees zijn dat:
- Biologisch
- EKO-NL 3 sterren (varkensvlees)
- Demeter
- Beter Leven 3 sterren
Deze producten zijn vaak duurder dan gangbare vleesproducten. Dit komt doordat de kosten voor de veehouder hoger zijn, bijvoorbeeld omdat de dieren meer ruimte krijgen, voer een betere kwaliteit heeft en ze langer leven.
Als er een van deze keurmerken op het etiket staat, betekent dat dat dieren onder betere omstandigheden dan de standaard geleefd hebben. Voor specifiek dierenwelzijn is er de Boodschappenhulp Dierenwelzijn.
Halal en Koosjer zijn keurmerken waarbij rekening gehouden is met een bepaalde levensbeschouwing.
Voedingskenmerken
Gegevens per 100 g / ml (bron: NEVO)
Voedingswaarden
| Energie |
| Energiewaarde in kJ | 583 kJ |
| Energiewaarde in kcal | 139 kcal |
| Vet |
| Vet totaal | 6,3 g |
| Vetzuur |
| Vetzuren verzadigd | 1,8 g |
| Vetzuren trans | 0,1 g |
| Vetzuren enkelvoudig onverzadigd cis | 1,9 g |
| Vetzuren meervoudig onverzadigd | 1,4 g |
| Vetzuren n-3 meervoudig onverzadigd cis | 0,2 g |
| Vetzuren n-6 meervoudig onverzadigd cis | 1,2 g |
| Linolzuur | 1,1 g |
| EPA | 0,02 g |
| DHA | 0,05 g |
| Vezel |
| Voedingsvezel | 0,0 g |
| Eiwit |
| Eiwit plantaardig | 0 g |
| Eiwit totaal | 20 g |
| Vitamines |
| Beta-caroteen | 0 µg |
| Folaat equivalenten | 11,0 µg |
| Foliumzuur toegevoegd | 0,0 µg |
| Niacine | 7,8 mg |
| Retinol activiteit equivalent | 11 µg |
| Vitamine B1 | 0,07 mg |
| Vitamine B12 | 0,20 µg |
| Vitamine B2 | 0,11 mg |
| Vitamine B6 | 0,411 mg |
| Vitamine C | 0 mg |
| Vitamine D | 0,3 µg |
| Vitamine E | 0,6 mg |
| Overigen |
| Alcohol | 0 g |
| Cholesterol | 70,0 mg |
| Water | 74 g |
| Koolhydraten |
| Koolhydraten | 0,0 g |
| Polyolen | 0,00 g |
| Mono- en disacchariden | 0,0 g |
| Polysacchariden | 0,0 g |
| Natrium/zout |
| Natrium | 0,092 g |
| Zout | 0,230 g |
| Mineralen |
| Calcium | 10 mg |
| Fosfor | 156 mg |
| IJzer | 0,8 mg |
| Jodium | 6 µg |
| Kalium | 287 mg |
| Koper | 0,03 mg |
| Magnesium | 25 mg |
| Selenium | 18 µg |
| Zink | 1,37 mg |